Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 

118 Hits

Publicatie op:
MINDER HELDER IN DE KELDER

Getekend door de inspanningen en geketend aan een imaginaire middeleeuwse halsband. Zo zit ik hier. Mezelf folterend op de fiets van de Huismus Humanus: de hometrainer. Wee de genadeloze, bloeddorstige beul die dit marteltuig ooit op sadistische wijze heeft uitgeknobbeld.

Dit toestel uit de hel bevindt zich in de kelder, het vertrek waar ik normaliter snel weer uit vertrek, tenzij ik er bier of wijn gestockeerd heb. Door de aanwezigheid van kwaadaardig uitziende werktuigen en allerlei gereedschap waar ik niets van begrijp, associeer ik een kelder met een ruimte voor klussers. De onze is onderverdeeld in compartimenten en opgetrokken uit snelbouwstenen die op witte legoblokjes lijken. Hoewel het nergens voor nodig is, buig ik constant voorover en maak ik mezelf klein, als een dwerg, een aardmannetje met ondoorgrondelijke gedachten in deze ondergrondse bergplaats. Ik ben allerminst een Kabouter Klus. Wel voel ik om voor de hand liggende redenen affiniteit met Kabouter Kwebbel en Kabouter Lui. Rond Kerstmis en Nieuwjaar metamorfoseer ik daarenboven tot Kabouter Plop himself, vanwege het veelvuldig openen van flessen cava, hoewel ik de enige uit mijn bubbel ben die met dat soort bubbels de keel smeert.

Geen muziek, geen smartphone, geen afleiding. Stilte, of toch bijna. Alleen het monotone gesnor van mijn pedaalslag, dat doet denken aan het geluid van de vleessnijmachine bij de slager tijdens het versnijden van kaas, hesp en vele andere lekkernijen die er onrechtstreeks voor gezorgd hebben dat ik enkele weken geleden bijna een hartverzakking kreeg tijdens de confrontatie met de weegschaal. Het verdict was zwaar: verdikt, en geen klein beetje. Diëten en bewegen dus. Ik zit hier niet voor de lol. Ik vecht. Exact één uur lang. Geen seconde minder. Tegen mezelf, de kilo’s en de parametertjes op het schermpje van de hometrainer. Uit ervaring weet ik dat een gemiddelde snelheid van dertig kilometer per uur geschikt is voor vetverbranding, al zou een intensievere cardiotraining ook raadzaam zijn na mijn recente hartverzakking en lamentabele algemene conditie.

Door de matige snelheid kan ik ook nog wat van het landschap genieten. In de verte staat mijn technisch werkloze grasmaaier te mokken in een hoekje. De tuinstoelen schuilen onder het dekzeil van het zwembad, dat zelf gedemonteerd ligt te recupereren van de voorbije zomer. Recht voor mij de legoblokjesmuur van een apart keldercompartimentje: ons privaat winkeltje met conserven en voorraden allerhande, zoals droge pasta, afbakbroodjes, sauzen, melk, frisdranken en soms wijn of bier. Mijn vrouw heb ik nog nooit bedrogen, maar met die laatste twee heb ik altijd een soort haat-liefdeverhouding gehad. Doortrapte dikmakers zijn het, die lekkere en zwoele zweverigheid veroorzakende nectars van de duivel.

Weer enkele meters verderop rust de gele paraplu die eerder deze week in mijn verkleumde handen jammerlijk is gesneuveld tijdens een felle regenstorm. De gammele baleinen gespreid op de vloer als waren het door een reus platgetrapte poten van een gigantische tarantula. Daarnaast enkele zakken plastic en piepschuim, hunkerend naar een tochtje richting recyclagepark, als kinderen die in deze tijden van corona smachten naar een bezoek aan Bellewaerde of Plopsaland. Dichter bij mij nog staan een aantal planten die we tijdens de wintermaanden laten logeren in de kelder omdat ze niet tegen de kou kunnen. Ik ben er één van.

Na veertig minuten snorren en knorren (lege maag) voelt mijn zadel aan als een puntig rotsblok. Mijn kontwangen lijken ingedeukt, verbrand en afgesleten. Had ik maar een biefstuk, dan… Stop met die heidense wensdromen over eten, papzak! Rijden! Volhouden! Een plotse jeuk die ik lokaliseer rond de schaamstreek… Voorzichtig krabbend stel ik vast dat mijn geslachtsdelen verdoofd zijn. Maakt even niks uit. Een wielrenner heeft geen enkele baat bij balgevoel.

Tijdens de daaropvolgende twintig vreselijk vleselijke minuten concentreerde ik me goedschiks of kwaadschiks en met gesloten ogen op het verplicht afronden van mijn geplande, essentiële trainingsuur. Op gevoel, gebrek aan gevoel of een teveel aan pijnlijk gevoel. Beelden en gedachten flitsten aan een razend tempo voorbij in mijn oververhitte hoofd. Ik zag een korte documentaire over de paringstijd bij bavianen en hoe de mannetjes de vrouwtjes wisten te verleiden met hun grote, rode apenreet. Fake news kwam er ook aan te pas. De desinformatie betrof de toedieningswijze van coronavaccins. Voor een efficiënte werking zouden deze namelijk best toegediend worden door middel van een spuit in het achterwerk, zo meldden diverse bronnen. Na diepgaand onderzoek werd deze theorie door de medische wereld algemeen aanvaard. Even later zag ik hoe oudjes uit verschillende continenten gewillig hun kont lieten inenten. Ik zweer het je, ik heb sterretjes gezien.


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "MINDER HELDER IN DE KELDER"