Voor schrijvers, door schrijvers
Cursiefje

Cursiefje

Aantal gepubliceerde inzendingen: 345

MET HET MES OP DE KEEL

Niemand is perfect. Dat is een axioma. Een postulaat. Een onbewezen stelling die niettemin wordt aanvaard. Ik heb het opgezocht. Zeker niet omdat ik mezelf van volmaaktheid verdenk, maar omdat ik ‘hypothese’ te twijfelachtig vind klinken. Niemand is perfect. Dat staat. Uiteraard zijn het weer eens de Britten die nodeloos verwarring moeten zaaien in mijn chaotische hoofd door te stellen dat ‘nobody’ perfect is. Ik maak dan een spirituele splitsing, waardoor ik vertak naar ‘no body is perfect’. Een gevaarlijke premisse, want je hoeft niet eens ‘miss’ te zijn of geweest te zijn om bekroond of bejubeld te worden als zijnde iemand met een perfect lichaam. In mijn heteroseksuele beleving zijn dat altijd vrouwen. Het lijkt me nogal vreemd om op zoek te moeten gaan naar de man met het ideale lijf. Mensen zijn op zich lachwekkend. Door hun zichtbare en onzichtbare gebreken, doordat ze zichzelf zo serieus nemen, door hun kwetsbaarheid en gewoon omdat lachen gezond is en met gezondheid staat of valt alles. Oh ja, als ze vallen zijn ze bijna op z’n leukst.

‘Hoe noem je spraakgestoorden met een spastische darm?’

Geen reactie. Typisch voor m’n echtgenote. Bij raadsels doet ze altijd net alsof ze me niet hoort. ‘Hey?!’ zeg ik iets luider. Zie je wel. Ik zie haar nadenken. Ze heeft me goed genoeg verstaan. Ik laat haar even en ga snel de trap op om in de badkamer mijn tanden te poetsen. Drie minuten en tweeëndertig treden later sta ik weer achter haar. ‘Weet je al meer? Heb je al een idee?’ Ze zucht. ‘Denk je nu echt dat ik niks anders te doen heb dan over jouw stomme raadseltjes na te denken? Meestal zijn ze trouwens zo goed als onoplosbaar. Al is ‘zo goed’ zwaar overdreven. Ze zijn eerder slecht, omdat ze vergezocht zijn en alleen leuk zijn voor iemand met zo’n ziekelijk brein als dat van jou. Geloof me, die mensen zijn dun gezaaid. En gelukkig maar. Kom, let’s get this over with. Zeg het gewoon, dat we het gehad hebben en kunnen afsluiten.’

‘Stotteraars met een stotteraars.’

Ze sluit haar ogen en schudt haar hoofd heel traag heen en weer, alsof ze haar oren niet gelooft of last heeft van haar nek.

‘Ongelooflijk. Ik hoop dat je straks een hakkelaar met een hakselaar tegenkomt en dat hij je poten erin steekt en dat je daarna jeuk krijgt aan je neus en je niet kan krabben.      En je raadsel klopt niet. Een spraakgestoorde is niet sowieso een stotteraar.’

‘Jij hebt geen gevoel voor humor.’

‘Heb ik wel.’

‘Heb je niet.’

‘Wel!’

‘Niet!’

‘Wel plus één!’

‘Niet plus twee!’

‘Wel plus één tot oneindig!’

‘Niet plus één tot oneindig plus één!’

Zo gaat het nog een tijdje verder, tot één van ons zijn verstand gebruikt. Of haar. Zij dus. Dacht ik. Met één vloeiende beweging trekt ze het grootste mes uit het messenblok, draait zich om en houdt het enkele centimeters onder mijn keel. Ik weet hoe scherp het is en ben blij dat ik daarnet vlak voor het tandenpoetsen nog naar het toilet ben geweest. Ik slik, nu het nog even kan.

‘Die oneindigheid kan sneller daar zijn dan je denkt.’

Ze zei het koel en beredeneerd. Ik verloor alsnog een paar druppeltjes urine, maar liet niks blijken. Na enkele seconden, die minuten leken te duren, liet ze het mes zakken, grijnsde, draaide zich weer om en stak het terug op zijn plaats.

Ik schold haar even de huid vol, maar meende er uiteraard niks van. Ze weet dat het de opluchting is en de emotie van het moment. Ik vind haar helemaal geen gemeen serpent, vieze tang, ellendige zeug, stoephoer uit de hel of een van de bij benadering 45 alternatieven die ik haar al schreeuwend aanreik. Daarna ga ik terug naar boven. Om af te koelen en een propere onderbroek aan te trekken. Buiten adem ben ik. Even op het bed gaan zitten en de zaken op een rijtje zetten. Filosoferen.

Ik blijf het geoorloofd vinden om te lachen met de kleine kantjes van de mens. Uiterlijkheden, gedrags- of mentale probleempjes, afwijkingen, stoornissen, ziektes ... Tenzij ze levensbedreigend zijn. Bedreigd worden met een mes is niet grappig. Kanker ook niet. Of ALS, tuberculose, hersenvliesontsteking, de ziekte van Creutzfeldt-Jakob en nog zovele andere waar je maar beter niet al te vaak bij stilstaat. Lachen met de dood is op zich niet verkeerd, maar als het specifiek om lijden gaat, zowel voor mens als voor dier, dan vind ik het niet meer grappig. De rest moet kunnen. Zo. Dat voelt weer beter in mijn hoofd. Alles zit weer eventjes geordend. En droog. D-d-d-d-d-d-dat doet d-d-d-deugd.

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Danny Vandenberk
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 47
Publicatie op .
Tags: Cursiefje
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "MET HET MES OP DE KEEL"

Geschreven door Danny Vandenberk . Geplaatst in Cursiefje.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
03.09.20
Feedback:
Echt geestig ! Leuk raadsel trouwens ;)
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
01.09.20
  • Lezenswaardig:
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...