Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Aantal gepubliceerde inzendingen: 345

Melk

Behalve voor de jeugdbeweging, die als een turbine mijn enthousiasme kon aanzwengelen, ben ik als jonge knaap ook voor minder edele organisaties warm gelopen. Met name de “M-brigade”, die ooit met veel tamtam in de nationale pers gelanceerd werd, heeft in mij een lid van het eerste uur en een vurig propagandist gevonden. Hoe kon het ook anders? Mijn hele jonge leven werd ik door melk en melkproducten omgeven, en toen de Melkbrigade door weet-ik-welke pientere zakenlui gecreëerd werd, behoorde de melkboer, die mijn vader was, tot de directe belanghebbenden bij het succes ervan. In de kranten werden volle bladzijden afgehuurd om de aandacht van de jeugd te capteren, en met allerlei prijzen of beloftes werd het jonge volk over de streep getrokken. Zoveel mediageweld, dat moest toch een belangrijk fenomeen zijn, die M-brigade! Daarenboven hoorde ik daar thuis op geëngageerde toon over spreken. Gerard, die dagelijks uit de melkerij Stassano het hele gamma aanvoerde, waartoe de uier zoal aanleiding kan geven, wist elke dag wat nieuws over de M-brigade te vertellen. En de vele melkventers die zich bij ons thuis kwamen bevoorraden, sloegen in de grote frigo achteraan in het magazijn niet alleen hun voorraad zuivel op, doch ook alle weetjes over de M-brigade, die ze dan meedroegen op hun rondes.

            Ik weet niet meer wat er voor de leden van de M-brigade zoal te winnen viel, behalve het aangename gevoelen dat we met zijn allen aan een groot project meewerkten, want het kwam steevast in de kranten. Doch wie het meeste garen spon bij de stormloop naar de Melkbrigade, dat waren uiteraard de melkproducenten en allen, die in het commerciële circuit daarrond een plaats innamen. Zij zagen met vreugde de verkoopcijfers van de zuivel in de hoogte schieten. Want de leden van de M-brigade hadden natuurlijk niet alleen rechten (allerlei aanspraken op weet-ik-wat voor beloningen); ze hadden bovenal een heilige plicht: de plicht om elke dag een vol glas melk te nuttigen. Geen haar op mijn hoofd twijfelt eraan, dat die plicht in onze kinderziel alleen werd ingeschreven om de melkplas te doen opdrogen. Ik wil er de economische geschiedenis nog eens op naslaan, doch wedden we dat de M-brigade met stille trom werd afgevoerd, en dat ze haar duizenden leden in de steek heeft gelaten zodra die melkplas effectief was opgedroogd?

            Zelf had ik de stimulans van de M-brigade niet nodig om mijn deel van het werk te doen. Nogmaals, wij baadden thuis in de melk, en niets kon mij ´s morgens méér verlekkeren dan het éne glas koele melk na het andere. Ben ik nu sedert lang daarvan teruggekeerd (melk is toch voor kalveren bestemd, niet voor mensen?), ik heb er wel de zin voor de zuivere smaak van melk aan overgehouden. Sporadisch kan ik nog eens genieten van een beker koele melk. Maar het is vooral in de aanverwanten, dat de zoon van de melkboer zoon van de melkboer gebleven is. Zo heb ik geprobeerd, niet altijd met even groot succes weliswaar, om mijn kinderen te leren yoghurt en platte kaas te eten, en rauwe botermelk te drinken, zonder toevoeging van suiker. Niet alleen omdat diëtisten me inblazen dat suiker ongezond is, maar op de eerste plaats omdat ik in de nuttiging van deze spijzen de grondstof ervan wil eren: je moet er de melk in proeven. Zelfs het goudgele sneetje Hollandse kaas wil ik zo lang verkennen in de mond, tot ik er de melksmaak in terugvind. Moeilijk is dat niet, maar je moet er wel op letten. Wie zich een beetje oefent, voelt in brokkelkaas zo de room over de tong vloeien. Ach, ik weet het, allicht moet je de zoon van een melkboer zijn om zoiets banaals als koemelk zoveel eer aan te doen. En dát, zoon van een melkboer zijn, is niet iedereen gegund.

            Was het omdat de Melk-brigade niet voldoende zoden aan de dijk zette? Of omdat het minder inspanningen vroeg, en daarenboven méér resultaten boekte? In elk geval gingen in mijn kindertijd nagenoeg alle scholen over tot een dagelijkse melkbedeling - tegen betaling uiteraard. Dat zou de kalkvorming bevorderen in het jonge beendergestel, het zou ook het gebit ten goede komen, en nog méér van dat fraais. Ik zie de houten bakken van vierentwintig flesjes nog zó voor ogen staan in de gangen. Vaak mocht ik net vóór speeltijd de klas verlaten om met die bakken te zeulen, en om de koele, bedampte flesjes binnen te halen in de klas. Eenmaal die dan op de trede waren gestapeld, kon de meute aanvallen. Doch aan mij ging de melk steevast voorbij. Het was immers geen Stassano-melk, door mijn vader geleverd, doch vervloekte melk, aangevoerd uit een  concurrerende melkerij. Dat was geen zulke goede melk als die van Stassano, begrijp je, en bovendien, ik kon thuis melk drinken zoveel als ik maar wilde. Tja, wat kon ik daartegen inbrengen?

            Soms gebeurde het dat er in de klas een flesje op overschot was, bijvoorbeeld omdat een leerling, die op de melkbedeling had ingetekend, ziek was. Dat waren wonderlijke dagen, dagen waarop het water mij niét tussen de kiezen stond, want dan schoof de meester het glimmende flesje melk naar mij toe.

            Ik zei het toch al: de zoon van een melkboer zijn, het is niet iedereen gegund, nietwaar?

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Lieven Vandekerckhove
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 649
Publicatie op .
Tags: Cursiefje

Geef een waardering voor: "Melk"

Geschreven door Lieven Vandekerckhove . Geplaatst in Cursiefje.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...