Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon en  relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
Aantal gepubliceerde inzendingen: 211
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

Literatuur

Literatuur is een broos spiegeltje, dat best in een watten doekje van leraar op leerling wordt  overgedragen.  Dat dient voorzichtig te geschieden, en de leraar mag het spiegeltje niet loslaten vooraleer hij zeker weet dat de leerling het met beide handen vastheeft.  Want eenmaal deze laatste het heeft laten vallen, ligt het voor de rest van zijn leven aan diggelen.  En dit is jammer, doodjammer, want zulk spiegeltje is erg nuttig voor wie er goed heeft leren in kijken. Stefan Andres, bijvoorbeeld, heeft mij met zijn roman 'Lucifer' geleerd, dat Lucifer niet echt bestaat, tenzij in het kwaad dat binnenin ons zelf leeft, en waarover wij ons zo geschaamd hebben, dat we het uit ons verdreven hebben en het dan maar Lucifer genoemd hebben, zodat het niet meer van ons is. 

            In het middelbaar onderwijs heb ik ooit twee keren vlam gevat voor de letterkunde.  De eerst keer op aanstoken van de Latijnse schrijver Ovidius, wiens 'Philemon en Baucis' een snaar wisten te raken in mij, zonder dat ik precies kon achterhalen wat mij in die verzen, door de eeuwen heen niet eens verweerd, kon ontroeren.  De tweede keer liep ik warm voor Claes, jawel, Ernest Claes.  Ik las het  éne boek na het andere van zijn hand.  Tijdens de lessen aardrijkskunde, en geschiedenis, en fysica, enzovoort, maar niet tijdens de turnles, want turnen, dat deed ik óók graag. Benevens deze kortstondige pieken echter is mijn enthousiasme voor de literatuur maar erg gematigd gebleven tot veel later, tot lang nadat ik de poorten van het college uit was.  Er moet iets mis gelopen zijn met de overhandiging van het spiegeltje.

            In het eerste middelbaar hebben we stukjes Antoon Coolen gelezen, dat is alles wat ik nog weet, en Jacobus Van Looy ook, met zijn beroemde poes, of was dat de zijne niet? Doch wat ik niét vergeten ben, is de stereotype wijze waarop zo’n les literatuur verliep - de overdracht van het spiegeltje. Eerst werd de naam van de auteur op het bord geschreven, in hoofdletters - om fouten bij het overschrijven te vermijden. Dan kwam steevast als eerste stap van de literaire exploratie een klein cirkeltje, iets boven de lijn, met een getal erachter: het geboortejaar van de schrijver. In de meeste gevallen kwam daar op de koop toe nog een kruisje bij, eveneens gevolgd door een getal. Dan volgde een korte biografie: de schrijver zag het levenslicht hier, woonde een tijd daar, ging school lopen ginder, enzovoort. Vervolgens werd vermeld welke boeken hij had geschreven, in welke volgorde en in welk jaar. En dan, dan werd de bloemlezing geopend. Deze kei was samengesteld door een pater Jezuiet, wat al betekent dat een behoorlijk deel van de literaire productie buiten het ons voorgeschotelde spectrum viel. Schrijvers als Hugo Claus, Louis-Paul Boon, of Gerard Walschap, dat konden toch geen goede auteurs zijn? De eerste opdracht voor de leraar bestond er dan in, de 'moeilijke woorden' te verklaren. Wanneer dan alle 'moeilijke woorden' opgehelderd waren, werd het stuk voor de tweede keer gelezen, en werd een zoektocht naar 'stijlfiguren' ingezet. Want dat was nu precies wat een groot schrijver groot maakte: zijn 'stijlfiguren'. Jeremias, je had er zovele soorten, maar van niet één vermag ik mij de naam te herinneren. In het vierde middelbaar, weet ik nog, gaf zo'n bijdehandse auteur in een woordenspel stilistisch uitdrukking aan de contouren die hij een schaatser in het ijs liet kerven. Later liet Guido Gezelle zijn 'witte wagen' zó traagjes trekken, dat die waarschijnlijk nooit het middelbaar onderwijs zal uitgetrokken raken. En zeggen dat er voor deze en soortgelijke arabesken telkens een geijkte term bestaat. Ik ken er helaas geen enkele meer van.

            Een sierlijke en beeldrijke taal behoort natuurlijk tot de literaire esthetica, en ik ben de laatste om het belang ervan te negeren. Ze imponeert me soms geweldig. Bertus Aafjes heeft bijvoorbeeld eens de gotische kathedraal getypeerd als 'de discusworp van een gehele bevolking naar de hemel'. Toen ik dit las, heb ik lang stilgestaan bij het vermogen om in zoveel eenvoud zoveel kracht te leggen. De ars bene dicendi. Maar toch heb ik er al bij al wat moeite mee dat de appreciatie, die het literatuuronderricht ons poogde bij te brengen, vooral de techniek van het schrijven betrof. Ik heb het raden naar de oorzaak daarvan, doch ik vermoed dat mijn vinger niet ver van de wonde ligt als ik denk dat literatuur vaak onderwezen wordt door mensen die er alleen beroepsmatig wat voor voelen. Ik heb ooit eens een laatstejaars germanist gevraagd om vijfentwintig namen neer te schrijven van Nederlandse auteurs die in de laatste tien jaar een boek hadden geschreven. Hij liet verstek gaan.

Toch wil ik een poging om het eens anders te doen niet onvermeld laten. In de poësis zei de leraar Nederlands tot ons : 'Kopen jullie maar allemaal Aart Van Der Leeuw´s De Kleine Rudolf'. En weet je wat hij dan deed? Hij zette zich achter zijn lessenaar, opende dat boekje, en begon te lezen op pagina één. Vijftig minuten lang. In de volgende les opende hij De Kleine Rudolf opnieuw en las verder, vijftig minuten lang. En zo ging hij door, tot hij aan de laatste pagina gekomen was. En toen handelde hij erg wijs, hij sloot het boek, zonder méér. Zonder zich eerst om de 'moeilijke woordjes' of om de 'stijlfiguren' te bekommeren, en zonder veel biografische ballast op te dissen. Maar ja, er werd geginnegapt om zoveel luiheid.

            Diezelfde leraar heeft ook geprobeerd om ons de smaak voor de poëzie bij te brengen. Doch de gerechten die hij ons opdiende, waren mij althans te zwaar, en ik heb ze nooit verteerd. Op het examen - dat hij mondeling afnam, dat ging makkelijker - heeft hij dat ondervonden wanneer hij mij vroeg om over een gedicht van Henriette Roland Holst Van der Schalk te spreken. Toen ik uit gezwateld was, hief hij zijn luie voet op, gaf een heel klein trapje, en mijn zwaartillend betoog stuikte met muziek in elkaar: “Vind je haar poëzie mooi?”, vroeg hij. En hij lachte, letterlijk, in zijn vuist. Ik wist dat hij een loopje had zitten nemen met mij, en ik schoot vuurrood. Vlakaf zei ik dan maar dat ik haar poëzie niet begreep, dat haar verzen te moeilijk waren, en dat voor mijn part Henriette nooit had moeten geboren worden. En kijk, weer demonstreerde hij welke superbe leraar hij was: “Je mag gaan”, zei hij, en hij stuurde me de laan uit, maar hij gaf me 36 punten op 40 mee. Kijk er de archieven maar op na.

Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Je waardering voor een artikel

Hits: 55

(De gemiddelde waardering is 4 door 1 stem(-men)

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

Tags: Cursiefje
Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Geraniums

Geschreven door Henk van Duuren. Geplaatst in Kort verhaal.
“Kijk jij of er nog iets achtergebleven is op het balkon?” verzoekt mijn oudste zus. Het uitruimen van de woning van mijn aan kanker overleden jongste zus loopt op het eind...
Actuele Top 3 van deze rubriek

ZEN

22, mrt, 2020 Diane Thone

In haar blauwbebloemde kleed

30, apr, 2020 Lieven Vandekerckhove

Eerst even de wereld redden

23, apr, 2020 Vera Bijma
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!