• Cursiefje
  • Blog
  • Column
  • Cursiefje
  • Essay
  • Haiku
  • Poëzie
  • Senryu
  • Limerick
  • Vrij vers
  • 55 woorden
  • Kort verhaal
  • Flitsverhaal
  • Volksverhalen
  • SF & Fantasy
  • Proefstuk
  • Ik, schrijver
  • 3 kleuren
  • Schrijfopdracht
  • Mijn schrijftip
  • Cursiefje

    517 gepubliceerde artikelen.
    Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
    Maximaal 750 woorden.
  • Blog

    257 gepubliceerde artikelen.
    Een blog is in feite een persoonlijke webpagina met verhalen over het leven van de schrijver. In een blog vertel je iets aan de lezer waar hij/zij wat aan heeft. Heel vaak is dat iets informatiefs (hoe kun je het beste....) maar het kan ook inspirerend zijn (een persoonlijk verhaal over hoe je omgaat met een scheiding).  Bij een blog hoort een losse en informele schrijfstijl. In een persoonlijke blog draait het erg om de verteller die opschrijft wat hij of zij zelf allemaal meemaakt. Dat kan bijvoorbeeld de dagelijkse beslommeringen als moeder van twee kleine kids (mamablog) zijn.
    Maximaal 1000 woorden. 
  • Column

    437 gepubliceerde artikelen.
    Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
    Maximaal 750 woorden.
  • Cursiefje

    517 gepubliceerde artikelen.
    Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
    Maximaal 750 woorden.
  • Essay

    1 gepubliceerde artikelen.
    Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een we­ten­schap­pe­lijk, cul­tu­reel of fi­lo­so­fisch on­der­werp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen.
    Maximaal 1000 woorden.
  • Haiku

    274 gepubliceerde artikelen.
    Haiku is een vorm van Japanse dichtkunst waarin de natuur, of iets in de natuur, centraal staat, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht..
  • Poëzie

    1145 gepubliceerde artikelen.
    Poëzie is de kunst van het dichten. Ook is poëzie een verzamelnaam voor gedichten en verzen. Poëzie is een taaluiting waarbij een grote nadruk ligt op vorm, klank en beeldspraak. Het geheel is meer dan de som der delen.
    Toen hem gevraagd werd een definitie van poëzie te geven, zei de dichter Robert Frost: "Poetry is the kind of thing poets write." - Poëzie is wat dichters schrijven .
  • Senryu

    405 gepubliceerde artikelen.
    Senryu is een vorm van Japanse dichtkunst over de onvolkomenheid van de mensen, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht.
  • Limerick

    33 gepubliceerde artikelen.
    Een limerick is een gedicht van vijf regels met het rijmschema a a b b a. In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam die meestal gekozen wordt vanwege het rijm. Voorts heeft een limerick vaak humoristische of dubbelzinnige inhoud. De laatste regel is de clou.
  • Vrij vers

    18 gepubliceerde artikelen.

    Een vrij vers is een gedicht zonder regelmatige strofebouw. De eerste strofe telt bijvoorbeeld zes, de tweede twee, de derde vijf verzen. Het gaat om poëtische teksten die vooral een sfeer oproepen. De strofe in een vrij vers heeft veelal een eenheid van idee. Vrije verzen hebben vaak eveneens geen vast maatsysteem. Het ontbreken van (eind)rijm komt eveneens vrij vaak voor in het vrije vers. Daarentegen komt binnen- en middenrijm veel voor in vrije verzen en soms zelfs voorrijm.

  • 55 woorden

    1028 gepubliceerde artikelen.
    Waarom een verhaal in exact 55 woorden (incl. titel)? Omdat de vorm ons dwingt te schrappen tot de essentie van wat we willen zeggen. “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”, of anders gezegd, in weer een andere taal: “Less Is More.” Alleen fictie komt in aanmerking. Dus een echt, afgerond prozaverhaal, met een begin, een midden en het liefst een verrassend eind en met één of meerdere personages , moet in exact 55 woorden, inclusief de titel, worden verteld.
  • Kort verhaal

    979 gepubliceerde artikelen.
    Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
    Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Flitsverhaal

    119 gepubliceerde artikelen.
    Een flitsverhaal is, bij Schrijverspunt, een krachtig en compleet verhaal in het kleinst mogelijk (maximaal 150) aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. De voorkeur gaat uit naar een verhaal in een of slechts meerdere zinnen. Geen zgn quotes, wijsheden, gezegden, etc. Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
    " Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
  • Volksverhalen

    39 gepubliceerde artikelen.
    Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze schrijfactiviteit bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes of een fabel toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.
    Maximaal 1000 woorden.
  • SF & Fantasy

    12 gepubliceerde artikelen.
    Science fiction en Fantasy vallen beide onder een speculatief fictiegenre waarin veel elementen, personages en instellingen worden gecreëerd uit verbeeldingskracht en speculatie in plaats van uit de realiteit en het dagelijks leven. Er is echter een duidelijk verschil tussen science fiction en fantasy. Science fiction is gebaseerd op wetenschap en technologie en geeft daarom scenario's weer die op een dag waar zouden kunnen zijn. Fantasie daarentegen heeft betrekking op veel bovennatuurlijke elementen en vindt plaats in een wereld die niet bestaat en nooit kan bestaan.
    Bij een SF of Fantasyverhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Proefstuk

    19 gepubliceerde artikelen.
    Je schrijft veel en graag en bent meestal tevreden over je schrijfresultaten. Je deed al mee aan schrijfactiviteiten en schrijfwedstrijden maar je kunt nu ook een verhaal of gedicht laten zien waar je echt trots op bent of... waar je juist nog over twijfelt maar wat je wel graag aan anderen wilt laten zien. Dat is mogelijk in deze rubriek. Leden van Schrijverspunt kunnen in deze rubriek een schrijfresultaat tonen als een proefstuk van eigen kunnen. Er zijn geen voorwaarden voor genre, aantal woorden, etc. Het is jouw proefstuk wat jij graag aan anderen wilt laten lezen. Je mag max. 1 proefstuk insturen!
    Van lezers verwachten we respect voor de publicatie. Beloon de schrijver voor zijn/haar durf en inzet met serieuze feedback.
  • Ik, schrijver

    9 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Schrijf een fantasierijk verhaal met als onderwerp 'Ik, schrijver'. Waarheidsgetrouw of compleet fictief, het is aan jou als het maar de moeite waard is om te lezen. Probeer de lezer te boeien en mee te trekken in jouw wereld als schrijver.
  • 3 kleuren

    4 gepubliceerde artikelen.
    Een verhaal geschreven in maximaal 300 woorden waarbij 3 kleuren een rol spelen. De schrijver bepaalt zelf de kleuren. Het is echter niet de bedoeling om een kleur sec alleen als kleur te gebruiken maar ook als bv begrip, symbool of gemoedstoestand (Een blauwtje lopenZich groen en geel ergeren, wit wegtrekken, etc) .
  • Schrijfopdracht

    87 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Inzenden voor deze schrijfactiviteit is niet meer mogelijk. Op termijn beëindigen we deze mogelijkheid.
  • Mijn schrijftip

    Elke auteur heeft zo haar/zijn persoonlijke ervaringen met schrijven en weet vaak wat haar/hem beter, makkelijker, lezenswaardiger, spannender, etc. doet schrijven. Die ervaringen willen we hier graag delen met andere schrijvers. Zo beknopt mogelijk worden hier persoonlijke schrijftips voor schrijvers beschreven. Voor de een een ervaring, voor de ander wellicht een eye-opener.
    Maximaal 20 woorden.

Ook jouw artikel is welkom! Ga s.v.p. naar het overzicht van deze schrijfactiviteit om ook jouw verhaal/gedicht toe te voegen.

Kamer 328

Twee lege bedden wachtten zij aan zij tot de matrassen zich weer zouden gaan plooien naar het menselijk leed, dat er op elk moment kon worden op afgeladen. Maar ik was géén brok ellende, voelde nergens pijn of nergens last, als ik kamer 328 werd binnengeleid. Ik moest dus ook niet worden afgeladen. Ik kon stappen, en zelfs lopen als een veulen – hoewel niet meer zó jong. Maar, dat ding moest er wel uit, dat zich diep in mijn lijf geniepig in een donkere gang verscholen had  en mij vanuit zijn schuilplaats de oorlog verklaard had. Zo een ding bindt de strijd niet aan met open vizier. Het verricht zijn duivels werk heimelijk, en dat heeft men maar beter tijdig in de gaten.

            Het onberispelijk gestreken onderlaken en het netjes gevouwen deken op het voeteneinde deden vermoeden dat ook het tweede bed nog onbeslapen was, maar dat was niet zo. Mijn kamergenoot was na de operatie niet naar zijn bed teruggebracht, maar van de operatietafel naar de afdeling voor intensieve zorg gebracht. Twee vrouwen stonden bedremmeld aan de deur van de kamer, gewrongen tussen hoop en wanhoop, en spraken op fluistertoon met het verplegend personeel. De mare, dat de operatie niet was verlopen zoals gepland, sijpelde door tot bij ons. Men had eens goed gegluurd in zijn buik en dan zonder verder overbodig werk de rits weer dichtgetrokken.

´s Anderendaags was ik aan de beurt. Tegen de middag werd ik naar het operatiekwartier gerold. Het zag er allemaal flashy uit. Ik telde de lampen in de verlichtingsinstallatie boven mijn hoofd en observeerde de blauwe en groene drukte rondom mij. Een hele equipe volgde routinematig de regieaanwijzingen van het draaiboek. Niemand sprak ook maar één woord. Alléén de anesthesist, die me daags tevoren op de kamer was komen opzoeken, groette me. De chirurge, die ik tevoren tweemaal ontmoet had, heb ik niet meer weten binnenkomen.

Nadat de duivel was uitgedreven en ik tegen de avond via een omweg langs de uitslaapkamer opnieuw op kamer 328 belandde, merkte ik dat het gordijn tussen de twee bedden was dichtgeschoven, zodat ik mijn kamergenoot, ondertussen geland, niet kon zien, en hij mij ook niet. Ik werd dus in alle discretie geïnstalleerd. Dan voelde ik twee lippen op het voorhoofd en een zachte hand, die door mijn haar streek. Om acht uur stipt, einde van het bezoekuur, stapten twee schimmen, de twee vrouwen van gisteren, de kamer uit. Mijn lieve Angela volgde een half uurtje later.

Al vroeg schoot de verpleging ´s morgens op gang. Tijdens de nacht waren de witte schorten regelmatig in en uit gelopen, want om de zoveel uren werden de medische parameters gecontroleerd en de lege baxters vervangen. Voor de rest baadde de nacht in stilte. Bij het krieken van de dag werd het echter ineens druk. De kamerdeur stond open, en het geluid van voetstappen en veel gepraat drong naar binnen. Mijn mond was vies en kurkdroog, maar ik kreeg geen druppel te drinken. Een bekertje met water stond wel op het kastje naast mij, maar ik mocht de hele dag lang niet méér dan met een borsteltje de lippen bevochtigen. Noch mijn buurman, noch ikzelf waren aan praten toe. We knikten eens naar elkaar. Het liefst van al viel ik weer in slaap, hopend dat ieder uur slaap mij dichter bij de heling zou brengen zonder er bewust te moeten op wachten. Trek had ik in niets. Carmiggelt, die ik voor enig tijdverdrijf in de kliniek vanonder het stof gehaald had, bleef geduldig op het kastje liggen. Zelfs de krant bleef onaangeroerd.

“We hebben hier pijnstillers in alle maten en gewichten,” verzekerde de verpleegster, “het is helemaal niet nodig dat jullie hier liggen af te zien. Als één baxter niet volstaat, aarzel niet om er één bij te vragen.” Dat zei ze met zoveel overreding, dat ik me één ogenblik moest weren tegen de verleiding om voortijdig het volgende infuus te laten aankoppelen. Maar ik wilde me niet kleinzerig tonen. Overigens was een glas water, zaligmakend water, me méér welkom geweest dan nog een pijnstiller.

Mijn buurman had het lastiger, véél lastiger. Zijn buik stond helemaal bol en wilde maar niet ontspannen. Vaak kon hij de pijn niet harden en belde hij om hulp.

            “Hebben ze het al eens met een canule geprobeerd?” , vroeg de verpleegster.

“Ja jaaaaaaa, ze hebben al met een stok in mijn gat gezeten”, klaagde hij.

Hij kreeg een bijkomend spuitje. Als eindelijk de pijn toch wat verzachtte, richtte hij zich plots tot mij, en zegde op zakelijke toon, alsof het een dienstmededeling was: “Ik kan niet meer genezen, ik ga eraan.” Ik veinsde verrassing. Wie in godsnaam had hem dat verteld? Dat wist hij hooguit een etmaal, maar hoe was hij dat te weten gekomen? Zeggen de dokters dat zomaar in je gezicht zodra je uit die nare slaap ontwaakt?

Toen ik ´s anderendaags aan het klein tafeltje tussen onze bedden plaatsnam om mijn eerste ontbijt te nemen, vroeg hij hoe ik heette. Hij heette Daniël, en was 28 jaar in dezelfde supermarkt slager geweest.

“Een prachtig bedrijf, altijd perfect op tijd betaald. En toen ik op brugpensioen ging, werden alle papieren vanzelf voor mij in orde gebracht.”

Zijn stem klonk hees, dat had de intubatie bij ons beiden uitgericht. Omdat het spreken  behoorlijk wat energie vroeg, sprak hij met tussenpozen en antwoordde ikzelf ook maar minimaal.

“In mijn tijd werkten we daar met 21 man. In de beenhouwerij was het om zes uur ´s morgens beginnen, en ik ben nooit ofte nooit vijf minuten te laat gekomen.”

Terwijl ik van de drie beschuitjes met jam genoot als van een festijn, spande hij zich in om zijn leven te vertellen, flarden uit het leven van een slager. Hij had de stiel geleerd van zijn oom in Anderlecht en was bij die oom blijven werken tot hij jaren later naar de supermarkt was overgestapt.

“Na mijn uren ging ik dan in ons dorp bij een beenhouwer werken, soms ook bij jagers, om uit te benen.” En terwijl hij een denkbeeldig kelkje naar binnen sloeg: “Bij de jagers was het werken met de fles op tafel. Die kennen er wat van. Maar niet van uitbenen, op dat punt zijn het echte knoeiers. Ze smijten dat dier in de wagen, gaan het thuis villen, snijden het open, maar ze spoelen het niet eens af. Dat bloed moet eraf, jong, op wat trekt dat, ´s anderendaags moet al dat bebloed vlees weggesneden worden.”

“Met de fles op tafel, zeg je. Is dat niet gevaarlijk? Je bent toch met messen bezig?”

“De fles komt op het einde, hé.”  En dan meteen terug naar de jacht: “Het vlees van wild is heel lekker, behalve van wild varken. Dat moet ik niet hebben, het is roze, en het smaakt zoet, bah!”

De verpleegster kwam binnen en versperde met het gordijn elkaars zicht. Daniël lag aan  meerdere sondes vastgekluisterd, zodat zijn bewegingsvrijheid erg beperkt was. Zijn voeding werd via een infuus toegediend, de pijn werd constant via een infuus verdoofd, zijn urine werd met een sonde afgetapt, het maagvocht eveneens. Geen prettig zicht. Als hij het drainagezakje met maagvocht zag, dat de verpleegster kwam ledigen, vroeg hij: “Oh, zien wij er zo groen uit van binnen?” Hij wachtte tot de verpleegster met zijn verzorging klaar was, en nam dan de draad van ons gesprek weer op. Zijn oogjes blonken als hij verder vertelde over de Vetten Os, de jaarlijkse vee-prijskamp in Anderlecht.

“Dat was een feest, man! Mijn nonkel kocht dan een vette os, een karkas in twee stukken, en die werd drie dagen lang in de etalage gehangen. Een andere beenhouwer kocht een schaap, weer een andere een varken, telkens prijsbeesten, die voor het venster gehangen werden. Wij verkochten op drie dagen tijd achtduizend zwarte en veertienduizend witte pensen. Kun je je voorstellen? Een week op voorhand begonnen we die klaar te maken, en tijdens de drie dagen van Vetten Os maakten we er gedurig aan bij. Dan komt men handen te kort, van overal kwam er familie om te helpen.”

Zijn enthousiasme sloeg me met verstomming. Die man had pas vernomen dat zijn dagen geteld waren, en zo kort vóór de eindmeet kon hij zich nog vrolijk maken over de Vetten Os.

Om twee uur ´s middags, aanvang van het bezoekuur, kwamen de twee vrouwen binnen. Ze waren er elke dag, stipt op tijd, zijn echtgenote en haar moeder, die bij hen inwoonde. Schoonmama nam al eens wat vroeger de bus naar huis terug, maar zijn vrouw bleef elke dag zolang de bezoekuren toelieten. De hele namiddag zat ze in de zetel naast zijn bed, vulde de tijd afwisselend met het lezen van de krant, het oplossen van kruiswoordraadsels en korte gesprekken met haar man. Tegen zessen at ze haar boterhammen. Als ze om acht uur afscheid nam, kuste ze hem met kleine snokjes goede nacht, en trok ze met lood in de schoenen huiswaarts. Vooraleer het nacht werd, telefoneerden ze nog eens met elkaar. Hij sprak haar aan met ‘Cieske’, en beëindigde het gesprek altijd met dezelfde korte kusjes als bij het afscheid een paar uur eerder. Gedurende de nacht praatte hij veel met zichzelf, stilletjes, minuten lang. Of was het met zijn Cieske? Ik kon het niet uitmaken. Hij sliep weinig, maar wel méér dan hij zelf dacht, want ik hoorde zijn gesnurk. De nachtverpleging stak sowieso een stokje vóór een rustige slaap.

´s Nachts was er nauwelijks leven te bespeuren in de gang. Om mijn buurman niet met het licht te storen, installeerde ik me ´s avonds met een boek in de lounge op het einde van de gang. Geconcentreerd lezen lukte me niet. Niettemin hielp Carmiggelt me om voor even  het ziekenhuis te verlaten. Vrij laat keerde ik naar de kamer terug. Op een keer stond een jonge dame in stagiaire-uniform in de gang de gegevens te overlopen, die ze bij de patiënten van kamer 326 geregistreerd had.

“En al die administratie, nietwaar?” zei ik.

“Het is erg. En alles nog op papier!”

Op dat ogenblik kwam haar mentor uit een andere kamer, zag dat ik in gesprek was met de leerlinge, en kraaide uit de verte: “28… 28… . 328… Ken je het nummer van je kamer niet meer?” .

“Toch wel,” opperde ik, ietwat geërgerd over haar inschatting.  “Maar het had gekund natuurlijk,” gaf ik toch toe, “een dagje met een keer, hé.”

Al vroeg kwam een verpleegster de volgende morgen mijn buurman halen.

“We gaan een fotootje van uw buik nemen,” lichtte ze toe, en voerde hem in de rolstoel mee.

“Ga je op reis, Daniël?” , vroeg ik.

            “Ze gaan een foto nemen. Ligt mijn haar goed?”

“Je moet je eens kammen, hé.”

“Ik heb het kort laten snijden vóór ik naar hier kwam, dan moet ik niet veel kammen, hé. Ik ben zelfs naar de pedicure geweest, ik zei: volledig in orde vóór ik binnenga.”

“En proper gewassen?”

“Dat zal wel zijn!”

Het fotootje nemen duurde niet lang, nog geen kwartier later was hij terug. Een vreemde vorm van solidariteit deed me méér moeite doen dan nodig was om traag en in hoekige bewegingen uit bed te stappen en naar het toilet te sjokken.

“Het is bij u ook nog niet goed, jong”, kreeg ik als beoogd resultaat te horen.

Halfweg de ochtend begon hij over zijn hond te vertellen. Hij was die op gezag van een dierenarts in Lommel gaan kopen en er meteen mee naar de dressuur getrokken. Alle scènes van de dressuur passeerden de revue. Hij rekte zich naar het kastje naast zijn bed, tastte naar zijn portefeuille in de lade, en haalde er een foto uit.

“Is dat je grote vriend, Daniël?”

“Dat zal wel zijn!”

Als hij wat later ook zelf naar het toilet moest, belde hij om assistentie. Het hele arsenaal van baxters, buisjes, en zakjes waarmee zijn leven vooralsnog aan elkaar gehouden werd, werd met behulp van een staander op wieltjes mee verhuisd. Hij stapte slepend achter de verpleegster aan. Toen hij terug was, zette hij zich op de rand van zijn bed, en lachte tegen me, terwijl hij met zijn handen links en rechts een boog tekende, als wilde hij zijn woorden tussen haakjes plaatsen.

“Je weet dat een beenhouwer altijd eerst naar de billen kijkt, nietwaar?”

Ik had niet direct door wat hij bedoelde, maar hij verklaarde zich nader: terwijl hij op de plee zat, had de verpleegster zich voorovergebogen om iets op te rapen.

"Een mooi stukje filet pur”, voegde hij eraan toe, en een beetje overbodig tekende hij de twee bogen nog eens in de lucht, als een veeboer, die met beide handen de beschrijving van een dikbil plastische ondersteuning geeft.

Mijn nacht was kort geweest, daarom zegde ik hem na de middag dat ik graag nog een uiltje wilde knappen.

“En wat ga jij doen, Daniël?

“Ik ga een beetje… . nadenken.”

“Nadenken, waarover?”

“Over mijn hond.”

Na precies één week werd ik uit de kliniek ontslagen. Hardnekkig bekroop mij de zinloze gedachte, dat daarmee een grote onrechtvaardigheid gestalte kreeg. De duivel had ons beiden aangevallen, maar alleen ik geraakte uit zijn greep. Ik nam node afscheid van Daniël en zijn twee vrouwen. Hij gaf me zijn vaste telefoonnummer, zei dat ik altijd welkom was. Ik drukte hem de hand, en wenste hem het beste. Het beste? Wat wás het beste voor Daniël? Het is zó onuitsprekelijk, dat ik het niet uit mijn pen gewrongen krijg. Ik ging het trio af, gaf ze om beurten de hand. Schoonmama ging er zowaar voor rechtstaan. De echtgenote bleef zitten. Ze keek me met doffe ogen aan, troosteloos, zoals een paard kijkt, dat ´s nachts heimelijk in de weide verminkt werd. Ze legde haar hand slap in de mijne. En alles wat ik voelde, was de krachteloosheid, die men voelt bij het begroeten van de weduwe na een begrafenisdienst.

 

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Kamer 328"

© Lieven Vandekerckhove
25.03.21
Feedback:
Een aangrijpend verhaal, Lieven en mooi geschreven.
  • Kwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
23.03.21
Feedback:
Graag gelezen
  • Kwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
21.03.21
Feedback:
Heel visueel en warm-menselijk beschreven.
  • Kwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
21.03.21
Feedback:
Aangrijpend en prachtig beeldend beschreven. Ik zie het hele droefgeestige ziekenhuistafereel helemaal voor me. Een triest maar mooi slot trouwens.
  • Kwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Lieven Vandekerckhove 21.03.21
    Dank voor je waardering, Annemarie. Dit heb ik niet recent geschreven, maar voor vier jaar, je weet wel...

In elke boekenwinkel: