Voor schrijvers, door schrijvers
Cursiefje

Cursiefje

Aantal gepubliceerde inzendingen: 342

Ioculator*

Hij had iets van dat schalkse, dat jongensachtige, dat sommige mannen nooit van zich af kunnen leggen. Nu blijft in elk van ons wel iets hangen van het kind, gelukkig maar. Doch niet iedereen kan daar even goed mee om. Eerlijk gezegd, ik heb het niet voor de droogstoppel die het kind in zich negeert, of dit in elk geval niet naar buiten laat komen. Of zouden er werkelijk mensen zijn die het kind helemáál ontgroeien? Die het van nature van zich afleggen, zoals een slang op een bepaald tijdstip uit haar eigen huid kruipt en met een ander plunje te voorschijn komt? Zouden er ook zulke menselijke creaturen rondlopen, die op een bepaald ogenblik hun eerste gedaante verliezen, of ze dat nu willen of niet? Of zouden er eerder zijn die hun eerste gedaante afleggen, hun kinderhuid beetje bij beetje afpellen en in de huid van de volwassene kruipen, omdat het leven na de inrijperiode menens heet te zijn? Tot die soort kon hij zich zeker niet bekennen. Integendeel, ik verdenk hem ervan dat hij geworsteld heeft en altijd is blijven worstelen, niet met het kind in hem, doch met de volwassene in hem. Ik heb het gevoel dat hij voortdurend pendelde, van de stoel achter zijn lessenaar naar de banken vóór zijn lessenaar, en van de banken vóór de lessenaar naar zijn stoel op de trede. Dat hij van de éne huid in de andere gleed, zonder zich echt goed te voelen in één van beide alléén, doch zonder zich ook te kunnen nestelen in beide tegelijk. Een vreemde en moeilijke combinatie is dat: de guitigheid van de puber en de ernst van de volwassene in eenzelfde figuur. Zelfs het lijfelijke had iets van deze combinatie bij hem. Zijn haar kliste nonchalant schuin over zijn voorhoofd, en al was hij flink uit de kluiten gewassen, hij stapte zo slonzig door de gangen van het college, dat het leek alsof hij net een uitbrander had gekregen van de direkteur. Want tussen die twee boterde het niet, dat verried de keuze alleen al van de adjectieven, waarmee hij zijn overste  omkranste. Om nog maar te zwijgen van de ‘godvers’, die hij er halvelings bij weg mompelde, doch die ons ook in sourdine niet ontgingen.  

Tja, over één en ander had hij zo zijn eigen mening. En die botste nogal eens binnen de muren van het college, daar vingen wij de echo´s van op. Zelf gaf hij daar niet zoveel om, overtuigd als hij was van het eigen gelijk. Althans, die indruk liet hij ons. Doch binnenin knaagde het wel eens, gegarandeerd, als hij tegen femelaars en pilaarbijters moest optornen. Ook dat zagen wij wel, als zijn ogen twijfelden tussen ergernis en spot. Want misschien was dit wel de meest karakteristieke van al zijn blikken: ogen die zienderogen wilden vloeken, en daarom maar zienderogen lachten.  

Ergernis die zich verontschuldigde, bijvoorbeeld, als hij na schooltijd kwam langsgereden in deze of gene zijstraat waar we samenschoolden, halt hield, en het dan toch maar kordaat over de lippen kreeg: “Die sigaretten op de grond!” Dan wachtte hij, ongerust maar tot geen compromis bereid, goed wetend dat hij hoog spel speelde, want voor enkelen onder ons was het roken al geen stiekeme bedoening meer, ze “mochten van thuis”. Hij sperde de ogen, tussen principiële standvastigheid en spijt om zoveel hardvochtigheid. Want het ging er hem niet om, ons een stukje narcoticum te ontzeggen; het ging hem om het belachelijke beeld van een bende snotneuzen, die zich het gedrag van de volwassenen aanmatigden. Hij wachtte tot het vuur uit de laatste sigaret was gedoofd, en peddelde dan zijn gemengde gevoelens uit ons blikveld weg. 

Vanaf het vierde middelbaar schudde hij alles wat toen eerbaar was over ons uit: Grieks en Latijn. Zoals we dat van hem gewoon waren, deed hij dat als een meesterlijke vrijbuiter, heen en weer slingerend tussen ernst en luim. Hij kon zich bijvoorbeeld zichtbaar ergeren, alhoewel hij het met enkele ‘godvers’ verkropte, als hij zag dat zijn authentieke eerbied voor de oude culturen niet direct met het Griekse alfabet of met de Latijnse stamtijden wortel schoot in zijn publiek. Maar meteen kon hij ook ludiek relativerend uit de hoek komen, als hij er zich ostentatief bij neerlegde dat varkens nu eenmaal varkens zijn, dit wil zeggen: geen parels verdienen. Het is een gevaarlijk spelletje, dat wederzijds uitdagen, want zulke spiraal leidt fataal naar een punt waarop het spel kantelt. Het fascinerende met hem was, dat hij telkens opnieuw het lot uitdaagde, en de grenzen van dat spel steeds verder aftastte. Dat heeft hem ooit parten gespeeld, want niet al zijn klassen hebben het steeds op dit soort spelletjes begrepen. En als eenmaal de vlam erin zit, is het zaak om het vuur zo snel mogelijk te blussen. Ik stel me voor dat wanneer een klas op zo een moment in blok het water afsluit, de pompier voor hete vuren komt te staan. En dat hebben ze hem helaas ooit aangedaan. 

Ikzelf moet ook schuld bekennen, en ik doe het deemoedig. Want ofschoon het beperkt bleef tot een duel, en gelukkig niet ontaardde in een spel van allen tegen één, vind ik het niet de fraaiste bladzijde uit mijn humanioraboek. Zal ik ze toch maar voorlezen? 

Ik zat diagonaal tegenover hem, op de tweede of de derde rij. De Griekse spraakkunst had hij even gelaten voor wat hij was, en hij vertelde iets dat blijkbaar als mop bedoeld was, die echter helemaal de mist was ingegaan. Hij keek meewarig voor zich uit en gniffelde, allicht om zoveel stompzinnigheid. Dan lanceerde ik, als enige, een lachsalvo. Nu zijn wel méér menselijke tekens zo ambivalent, dat er soms enige verwarring bestaat omtrent de feitelijke betekenis ervan. Die verwarring zag ik in zijn ogen, één bangelijk lang moment. Hij zat gefixeerd, keek me aan zonder te zien, tastte zonder te grijpen. En in die verwarring was ik hem de baas, dat éne bangelijk lange moment. En dat moment rekte ik nog, door op mijn beurt de blik te fixeren tussen lachen en uitlachen. We zaten muurvast. Tot in zijn ogen opnieuw de vreemde gloed van woede en spijt verscheen, van verontwaardiging en verontschuldiging. Hij verdrong de gedachte dat hij zich daarmee misschien vergiste, en zette me aan de deur. Dat hij zich inderdaad niét vergist had, zou ik hem in de volgende les wel eens laten zien. 

We hielden elkaar in de gaten als loerende katten, die met instinctieve precisie het moment van de aanval afwegen. Hij brabbelde in het Grieks, uit zijn grote vriend Homerus; ik volgde geen jota. En om de haverklap keek hij naar mij, en kruisten we met de ogen de degens. Ik wachtte gespannen, ik wist dat de kans zich zou aandienen, want zonder kwinkslagen kwam hij de les niet door. Bij zijn eerste zwenking sloeg ik toe. Ik bulderde van het lachen, boven alle andere uit. Hij keek me aan en zweeg, bangelijk lang, zoals geen enkele clown in geen enkel circus hem dat kan nadoen, lachend en schreiend tegelijk. Dan zette hij mij opnieuw aan de deur, zonder veel kabaal.  

Alsof er geen weg terug was, verliep de volgende les grosso modo volgens hetzelfde scenario, en de volgende ook, en de daarop volgende ook weer. Ik slaagde erin om me zo voor de rest van het trimester, zonder één uitzondering, elke les aan de deur te laten zetten. Alléén de paasvakantie bracht soelaas. In het derde trimester zijn we koel, maar zonder accidenten, naar de zomervakantie gespoord. 

In het laatste jaar vlogen we onder zijn vleugels de kunstgeschiedenis binnen. In weerwil van de marginale positie, waarop het vak in het leerprogramma kon rekenen, pakte hij dat onderricht gepassioneerd aan. Ik wed dat hij het zijn Schepper altijd kwalijk genomen heeft, dat die van hem geen kunstenaar gemaakt heeft. Niet alleen was hij er dat stuk bohemien voor, dat toch in elke artiest leeft, hij had er ook de gedrevenheid voor. Zijn ontvankelijkheid voor het schone bracht hem tot een zeer penetrante omgang met al wat het Westen aan hoge esthetiek heeft voortgebracht. Dat hij lak had aan de vele conventies die de leraar als een keurslijf om de schouders hangen, mochten we niet zelden ook in die lessen ervaren. Zekere keer liet hij, na de traditionele verduistering van het klaslokaal voor de projectie van zijn dia´s, de les beginnen met de projectie van Donatello´s David. Op het scherm verscheen dus een mannelijk naakt, in al zijn onderdelen mooi gevormd, enkel getooid met een hoofddeksel. In een tijd waarin de media ons nog niet tot vervelens toe met seks om de oren sloegen, was deze vrijpostigheid op verre na niet evident. Maar hij deed het, en hij deed het magistraal. Hij projecteerde het beeld en sprak verder geen woord. De veertig pubers wisten niet goed waar ze het hadden. En hij, hij liet de stilte uitdagend haar werk doen. Hier en daar zoemde wat gefluister, maar nog vertikte hij het om enige oriënterende commentaar te geven. Tot hij finaal wel moést spreken, en dan potsierlijk in het platste dialect liet vallen: “Ge moe doa kjè kiekn, wuk´n schoine mutse datn an eet”. 

De vrijbuiter. Hij bewoog zich in het college een beetje zoals de ioculator in de middeleeuwse samenleving: er wezenlijk mee vergroeid en toch ook op afstand ervan. In de middeleeuwse samenleving vond de grappenmaker, die de ioculator was, niet goed zijn plaats, omdat hij nu eenmaal de draak stak met al wat conventie, dus menselijk maakwerk was. Hij speelde het spel niet mee, daarvoor had hij het te goed door. Hij zette, integendeel, het spel op zijn kop, door juist alle regels van het spel aan zijn laars te lappen. Her en der rest ons van de ioculator een spoor. De joker, bijvoorbeeld, in het kaartenboek. Tussen boeren en edellieden vindt de joker evenmin zijn plaats. Wezenlijk deel uitmakend van het kaartenboek, hoort hij er eigenlijk niet écht bij. Want zodra de kaarten geschud worden, speelt hij niet meer mee. Geen enkele regel is dan ook op hem van toepassing, geen enkele conventie dient hij te eerbiedigen. Hij is vrij, als géén van zijn gezellen zo vrij. Máár, hij staat alléén. Dat is de prijs die hij voor de vrijheid betaalt. Het is voorwaar niet makkelijk, jongleren in de samenleving.

*Ioculator = Latijn voor kunstenmaker, grappenmaker, jongleur

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Lieven Vandekerckhove
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 314
Publicatie op .
Tags: Cursiefje

Geef een waardering voor: "Ioculator*"

Geschreven door Lieven Vandekerckhove . Geplaatst in Cursiefje.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
18.12.19
Feedback:
Zulk een uitdagertje had ik niet achter jou gezocht...
  • Lezenswaardig:
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!