1 post
  • images/deelname/Cursiefje.jpg
    Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
    Maximaal 750 woorden.
    530 gepubliceerde inzendingen
  • Ook jouw artikel is welkom! Inzenden van een verhaal/gedicht is mogelijk door eerst in te loggen. Registreren is gratis! Alleen door eerst in te loggen en op de knop hieronder te klikken kom je op een pagina waar je de schrijfactiviteit kunt selecteren waar je aan mee wilt doen. Op die pagina kun je ook de titel en tekst voor je artikel toevoegen. Lees vooraf de voorwaarden. Let op: Na inzending is wijziging van je tekst niet meer mogelijk (m.u.v. Plusleden)
    Je artikel is, na inzending, vrijwel direct te zien in de betreffende schrijfactiviteit en bij je profiel. We publiceren een artikel minimaal een jaar (plusleden langer!), daarna verwijderen we het artikel en de commentaren, etc. automatisch.
  • De publicatievoorwaarden

    • Inzendingen dienen te voldoen aan de voorwaarden zoals aangegeven bij de betreffende schrijfactiviteit, Nederlandstalig en van voldoende kwaliteit (grammaticaal en inhoudelijk) te zijn. We accepteren geen afbeeldingen van een tekst, maar alleen de daadwerkelijke tekst!
    • Agressieve, onwettelijke, lasterlijke, racistische, misleidende of anderszins ongepaste of irrelevante bijdragen, naar interpretatie van de redactie, zijn niet toegestaan. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen, zonder opgave van redenen, niet te publiceren, resp. te verwijderen.
    • De auteursrechten van een inzending blijven te allen tijde bij de inzender. Schrijverspunt brengt geen wijzigingen aan in de tekst.
    • Inzenders mogen geen door rechten beschermde teksten of afbeeldingen plaatsen.
    • Het plaatsen van persoonlijke informatie zonder toestemming van de redactie (zoals e-mailadressen, website en/of telefoonnummers) is niet toegestaan evenals teksten, advertenties en links van promotionele dan wel commerciële aard.
    • De redactie is niet aansprakelijk voor de gevolgen, juridisch of in andere zin, van de activiteiten van leden op Schrijverspunt, noch in Nederland, noch daarbuiten. De inzender blijft als enige verantwoordelijk en aansprakelijk voor de inhoud van zijn/haar bericht(en).
    • Bij inzending hanteert Schrijverspunt de actuele privacyregels. Onze privacyverklaring is onderaan op elke pagina te vinden.
    • We publiceren een inzending in principe een jaar lang op onze website. Voor plusleden is die periode langer.
    • Door het insturen van je schrijfactiviteit stem je in met deze voorwaarden.

     

Publicatie: 30-07-2021

Hits: 107

'Ik ontvang graag feedback'

Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen mogelijkheid voor reacties.

Huiswaarts

Aangepast: 30-07-2021

Ik had het kunnen weten. Stabiel stralend weer, al weken aan een stuk, en daarbovenop een verlengd weekend. De wagens tegen de duinen aan geplakt, de terrassen overvol. Dat moést natuurlijk wringen worden door de trechter, het binnenland weer in. Verloopt de heenreis doorgaans al wat stokkerig naar de kust, de terugreis is in de regel nog een groter probleem. Het weekend beginnen, gebeurt immers meestal nog in gespreide slagorde. ´s Vrijdags wil er al een heel pak de grote meute vóór zijn, en ook op Zaterdag wordt er stilzwijgend in ploegen gereden. Het deert de langslaper niet dat het matineuze type hem een lengte vóór is; integendeel, dat komt hem goed uit. Maar de terugreis wordt niét gespreid over twee dagen, zelfs niet over één dag. De éne springt zo tegen vijven rechtstreeks vanop het strand de wagen in, de andere schuift zo tegen tienen van de restauranttafel in de auto om op hoop van zegen de tocht landinwaarts aan te vangen. En tussen die twee schuift een kilometerslange file, de trechter tegemoet.

Was het weer nu eens wat meegevallen, ja dan… . Kille wind die het zand in de ogen jaagt, of gutsende regen, die alleen de garnalen pleziert. Maar niets daarvan; geen vaan, dat roerde; geen druppel, die stoorde. Alleen die vuurbol, die al de hele dag geblakerd had, tot hij zich uiteindelijk, rood verbrand, ver in zee zou laten uitblussen.

Ik had me laat op de avond achter een Volkswagen genesteld, die al niet meer zo volks was als het volkse wagentje bij zijn creatie ooit bedoeld was. Niet dat bolle kevertje dus, met het gespleten ovale achterruitje, dat twijfelt tussen glas en carrosserie, tussen openheid en intimiteit, maar een geblokt, vinnig karretje, dat met zijn democratischer voorgangers alleen nog de naam gemeen had. Mooi en uitdagend snel, een wagen met karakter, gewis. Dat het geen auto was om in een file vast te rijden, was er rap aan te merken. Files hebben de neiging om luier te worden naarmate ze langer worden, en met die gang van zaken was dat vinnig baasje het helemaal niet eens. Telkens de trechter wat trager ging slikken, versnelde de polsslag van dat nerveuze doosje, het spuwde rook, en ronkte. Je kon de bestuurder zó horen pompen. Ongezond dacht ik, ongezond. De verkeersinformatie, die ons langs de radio bereikte, was weinig hoopgevend. Ik had het kunnen weten, inderdaad. Waarschijnlijk dacht de bestuurder vóór mij er ook zo over, want ik zag hoe bij dat verkeersbericht zijn hand wanhopig de lucht in veerde.

De achterruit was als een breed televisiescherm, waarop de weinig opwindende eenakter te zien was, die aan de kust begonnen was en pas in Oost-Vlaanderen zou aflopen. Vier personages zaten geïmmobiliseerd en ongeduldig te wachten tot er weer wat vaart zou schieten in de rit naar huis: vader, moeder, broer en broer.

Nu en dan dunde de file lichtjes uit, en na verloop van tijd konden we toch op kruissnelheid komen. Dan moest ik mijn aandacht wel méér van het televisiescherm vóór mij afwenden, en me opnieuw volop op het verkeer concentreren. Doch plots werd het daar vóór mij wel spannend. De twee broertjes, die de hele rit keurig op de achterbank naast elkaar waren blijven zitten, raakten hun figurantenrol blijkbaar moe, en vlogen elkaar onverhoeds in de haren. Vader had de handen niet vrij, maar ik zag hoe hij met verbaal geweld poogde zijn kinderen terug in het gelid te duwen. Eindelijk wat leven in de brouwerij, vond ik, en ik keek geamuseerd vanop de eerste rij toe. Moeder keerde zich om, en trok de twee snaken uit elkaar. Een poosje zag ik haar nog verder uitvaren tegen de oudste, zo in de trant van “jij bent de oudste, gebruik het meeste verstand!”, naar pedagogische traditie. Dan nam de scène opnieuw haar statische, vervelende vorm aan. Niet voor lang evenwel, want moeder had nog maar net haar rug gekeerd, of vanuit de linker benedenhoek van het scherm flitste een hand naar de krullekop, die ik rechts in beeld zag, schudde die heftig heen en weer, en verdween dan pijlsnel terug naar beneden, even snel als ze uit het niets was opgedoken. Meteen vloog vanuit de andere hoek een vuist door het luchtruim, om pardoes neer te donderen op het hoofd van de aanstoker. In luttele seconden zat het er dus weer bovenarms op. De remlichten sprongen op rood. Er zal wat af gevloekt zijn, vermoedde ik, want ik had natuurlijk geen klank bij het beeld. Doch moeder slaagde er opnieuw in, de orde te herstellen. Het is evenwel bij kinderen zoals bij de grote mensen: het herstel van de orde betekent nog niet het herstel van de vrede. Dus bleef het getreiter maar doorgaan, zij het geniepiger. Tot het ook voor vader te gortig werd. Met zijn knipperlicht gaf hij te kennen dat hij van baanvak wilde veranderen. Dat hij niet snel doorgang kreeg, zal zijn gemoed wel niet bedaard hebben. Toen hij eindelijk een opening zag, schoot hij naar rechts. Rijdt hij nu naar een afrit, zijn route naar huis? vroeg ik mij af. Maar een afrit was nog lang niet in zicht. Hij reed de pechstrook op, en in mijn achteruitkijkspiegel zag ik de wagen halt houden, en het portier langs vaders kant opengaan. Dat zal zeker niet geweest zijn om eventjes de bandendruk te controleren, of om de koffer goed te sluiten. Ik heb er het raden naar, maar ik verwed er mijn ziel op dat er duizend bommen en granaten gevallen zijn. En dat vader gezworen heeft om nooit nog met de kinderen naar zee te gaan, nooit, nooit, nooit nog.

Een tijdje bolde ik nog gezapig met de stroom mee. Een tijdje, want na een poosje schoten vóór mij over de drie baanvakken één na één weer alle remlichten aan. Het ging trager en trager, tot we met zijn allen compleet stilstonden. O jeetje, dacht ik, morgen begint de werkweek opnieuw. Morgen, als we vóór middernacht thuiskomen. Anders wordt het straks in plaats van morgen.

 

 

Ook jouw mening is hier welkom!

Reacties:

01.08.21
Feedback:
Prachtig bloemrijk en beeldend geschreven, genieten !
  • Waardering
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
31.07.21
Feedback:
Met plezier gelezen!
  • Waardering
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Meer van deze auteur:

Titel:Hits:Waardering:Link:
Column
Cursiefjes
1561
Lezen?
'Dag van...'
1352
Lezen?
Harris Mopulu
1044
Lezen?