• Cursiefje
  • Blog
  • Column
  • Cursiefje
  • Essay
  • Haiku
  • Poëzie
  • Senryu
  • Limerick
  • Vrij vers
  • 55 woorden
  • Kort verhaal
  • Flitsverhaal
  • Volksverhalen
  • SF & Fantasy
  • Proefstuk
  • Ik, schrijver
  • 3 kleuren
  • Schrijfopdracht
  • Mijn schrijftip
  • Cursiefje

    518 gepubliceerde artikelen.
    Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
    Maximaal 750 woorden.
  • Blog

    256 gepubliceerde artikelen.
    Een blog is in feite een persoonlijke webpagina met verhalen over het leven van de schrijver. In een blog vertel je iets aan de lezer waar hij/zij wat aan heeft. Heel vaak is dat iets informatiefs (hoe kun je het beste....) maar het kan ook inspirerend zijn (een persoonlijk verhaal over hoe je omgaat met een scheiding).  Bij een blog hoort een losse en informele schrijfstijl. In een persoonlijke blog draait het erg om de verteller die opschrijft wat hij of zij zelf allemaal meemaakt. Dat kan bijvoorbeeld de dagelijkse beslommeringen als moeder van twee kleine kids (mamablog) zijn.
    Maximaal 1000 woorden. 
  • Column

    433 gepubliceerde artikelen.
    Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
    Maximaal 750 woorden.
  • Cursiefje

    518 gepubliceerde artikelen.
    Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
    Maximaal 750 woorden.
  • Essay

    1 gepubliceerde artikelen.
    Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een we­ten­schap­pe­lijk, cul­tu­reel of fi­lo­so­fisch on­der­werp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen.
    Maximaal 1000 woorden.
  • Haiku

    274 gepubliceerde artikelen.
    Haiku is een vorm van Japanse dichtkunst waarin de natuur, of iets in de natuur, centraal staat, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht..
  • Poëzie

    1149 gepubliceerde artikelen.
    Poëzie is de kunst van het dichten. Ook is poëzie een verzamelnaam voor gedichten en verzen. Poëzie is een taaluiting waarbij een grote nadruk ligt op vorm, klank en beeldspraak. Het geheel is meer dan de som der delen.
    Toen hem gevraagd werd een definitie van poëzie te geven, zei de dichter Robert Frost: "Poetry is the kind of thing poets write." - Poëzie is wat dichters schrijven .
  • Senryu

    409 gepubliceerde artikelen.
    Senryu is een vorm van Japanse dichtkunst over de onvolkomenheid van de mensen, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht.
  • Limerick

    34 gepubliceerde artikelen.
    Een limerick is een gedicht van vijf regels met het rijmschema a a b b a. In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam die meestal gekozen wordt vanwege het rijm. Voorts heeft een limerick vaak humoristische of dubbelzinnige inhoud. De laatste regel is de clou.
  • Vrij vers

    18 gepubliceerde artikelen.

    Een vrij vers is een gedicht zonder regelmatige strofebouw. De eerste strofe telt bijvoorbeeld zes, de tweede twee, de derde vijf verzen. Het gaat om poëtische teksten die vooral een sfeer oproepen. De strofe in een vrij vers heeft veelal een eenheid van idee. Vrije verzen hebben vaak eveneens geen vast maatsysteem. Het ontbreken van (eind)rijm komt eveneens vrij vaak voor in het vrije vers. Daarentegen komt binnen- en middenrijm veel voor in vrije verzen en soms zelfs voorrijm.

  • 55 woorden

    1031 gepubliceerde artikelen.
    Waarom een verhaal in exact 55 woorden (incl. titel)? Omdat de vorm ons dwingt te schrappen tot de essentie van wat we willen zeggen. “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”, of anders gezegd, in weer een andere taal: “Less Is More.” Alleen fictie komt in aanmerking. Dus een echt, afgerond prozaverhaal, met een begin, een midden en het liefst een verrassend eind en met één of meerdere personages , moet in exact 55 woorden, inclusief de titel, worden verteld.
  • Kort verhaal

    976 gepubliceerde artikelen.
    Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
    Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Flitsverhaal

    119 gepubliceerde artikelen.
    Een flitsverhaal is, bij Schrijverspunt, een krachtig en compleet verhaal in het kleinst mogelijk (maximaal 150) aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. De voorkeur gaat uit naar een verhaal in een of slechts meerdere zinnen. Geen zgn quotes, wijsheden, gezegden, etc. Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
    " Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
  • Volksverhalen

    39 gepubliceerde artikelen.
    Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze schrijfactiviteit bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes of een fabel toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.
    Maximaal 1000 woorden.
  • SF & Fantasy

    12 gepubliceerde artikelen.
    Science fiction en Fantasy vallen beide onder een speculatief fictiegenre waarin veel elementen, personages en instellingen worden gecreëerd uit verbeeldingskracht en speculatie in plaats van uit de realiteit en het dagelijks leven. Er is echter een duidelijk verschil tussen science fiction en fantasy. Science fiction is gebaseerd op wetenschap en technologie en geeft daarom scenario's weer die op een dag waar zouden kunnen zijn. Fantasie daarentegen heeft betrekking op veel bovennatuurlijke elementen en vindt plaats in een wereld die niet bestaat en nooit kan bestaan.
    Bij een SF of Fantasyverhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Proefstuk

    19 gepubliceerde artikelen.
    Je schrijft veel en graag en bent meestal tevreden over je schrijfresultaten. Je deed al mee aan schrijfactiviteiten en schrijfwedstrijden maar je kunt nu ook een verhaal of gedicht laten zien waar je echt trots op bent of... waar je juist nog over twijfelt maar wat je wel graag aan anderen wilt laten zien. Dat is mogelijk in deze rubriek. Leden van Schrijverspunt kunnen in deze rubriek een schrijfresultaat tonen als een proefstuk van eigen kunnen. Er zijn geen voorwaarden voor genre, aantal woorden, etc. Het is jouw proefstuk wat jij graag aan anderen wilt laten lezen. Je mag max. 1 proefstuk insturen!
    Van lezers verwachten we respect voor de publicatie. Beloon de schrijver voor zijn/haar durf en inzet met serieuze feedback.
  • Ik, schrijver

    9 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Schrijf een fantasierijk verhaal met als onderwerp 'Ik, schrijver'. Waarheidsgetrouw of compleet fictief, het is aan jou als het maar de moeite waard is om te lezen. Probeer de lezer te boeien en mee te trekken in jouw wereld als schrijver.
  • 3 kleuren

    4 gepubliceerde artikelen.
    Een verhaal geschreven in maximaal 300 woorden waarbij 3 kleuren een rol spelen. De schrijver bepaalt zelf de kleuren. Het is echter niet de bedoeling om een kleur sec alleen als kleur te gebruiken maar ook als bv begrip, symbool of gemoedstoestand (Een blauwtje lopenZich groen en geel ergeren, wit wegtrekken, etc) .
  • Schrijfopdracht

    87 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Inzenden voor deze schrijfactiviteit is niet meer mogelijk. Op termijn beëindigen we deze mogelijkheid.
  • Mijn schrijftip

    Elke auteur heeft zo haar/zijn persoonlijke ervaringen met schrijven en weet vaak wat haar/hem beter, makkelijker, lezenswaardiger, spannender, etc. doet schrijven. Die ervaringen willen we hier graag delen met andere schrijvers. Zo beknopt mogelijk worden hier persoonlijke schrijftips voor schrijvers beschreven. Voor de een een ervaring, voor de ander wellicht een eye-opener.
    Maximaal 20 woorden.

Ook jouw artikel is welkom! Ga s.v.p. naar het overzicht van deze schrijfactiviteit om ook jouw verhaal/gedicht toe te voegen.

HOE IK DE PIJP AAN MAARTEN GAF

Waren het de omstandigheden of kwam het door mij? Feit is dat ik als klein jongetje veel liever met oudere kinderen speelde dan met leeftijdsgenoten. Misschien was je je leeftijd ver vooruit, hoor ik je denken. Dat gevoel had ik niet. Vaak begreep ik geen snars van wat die ‘ouderen’ uitkraamden, maar even zo dikwijls fronste ik mijn kleine wenkbrauwtjes bij het aanschouwen van hun vreemde, naar mijn gevoel soms kinderlijke spelletjes. Volgens mij lag het mede aan Bonanza, de cowboyserie die ‘voor mijn tijd’ uitgezonden werd. Ik groeide op in de nagalm. Volwassen refereerden er vaak naar en kinderen speelden opvallend vaak cowboy en indiaantje. Ik deed maar mee, veeltijds als figurant. Ik ben aan geïmproviseerde totempalen gebonden en neergeknald met rubberen kogels. Pijlen vlogen me om de oren. Ik doorstond het strijdgewoel voor het groepsgevoel. Erbij horen was toen nog belangrijk.

Op een sneeuwerige decemberavond schonk Sinterklaas me een lichtbruin indianenpak met tegenstrijdige, strijdlustig-vredelievende attributen als een tomahawk en een vredespijp. De behoefte om iemand met een plastieken bijl de kop in te slaan is nooit ontstaan en dat pakje deed ik nauwelijks aan, maar die vredespijp zou ik ooit nog meedogenloos misbruiken, al besefte ik dat toen totaal niet dat het ooit behoorlijk fout zou gaan. Ik begin er warempel spontaan van te rijmen. Ik herinner me dat het die avond zo koud en guur was dat ik vreesde dat de pieten of het paard van de Sint zouden uitschuiven op de spekgladde daken. Kun je nagaan hoe naïef ik was.

Enkele maanden later bleken de bleekgezichten vaak te sterk voor dit allesbehalve dappere indiaantje. Dat wilde gedoe als wilde wilde wel eens tegenvallen, zeker als ik voor de zevenentachtigste keer beschoten, geraakt, gevangen genomen en vastgebonden werd. Op een keer kraakte ik psychologisch en begon ik te huilen. Er werd wat gelachen, maar uiteindelijk werd medelijden sterker dan quasi onoverwinnelijke fantasie. Cowboys werden mannen en ik werd terstond vrijgelaten. Onder voorwaarden. Of toch eentje: de cowboys mochten een indianennaam voor mij verzinnen. Dat leek me nog wel jofel. Van blijdschap en opwinding liet ik een scheetje. Het bleef niet onopgemerkt. Voor ik het goed en wel besefte riep iemand: ‘Blètende poerter! Dat wordt zijn indianennaam!’ Voor mensen van buiten de streek vertaal ik dat vrijblijvend even naar ‘wenende windjeslater’. Hoongelach alom. Veel liever werd ik terug vastgebonden dan dat die naam aan mij verbonden werd, maar de grap was te goed. Tranen werden gelachen uit vele ogen. Niet door mij. Ik bleef droog, ook al vond ik iedereen hard, vochtig en hardvochtiger en wreder dan ooit. Ik vergaf, maar vergat niet, ging naar huis en herbeleefde de gebeurtenissen in mijn hoofd, turend naar mijn strijdbijl en vredespijp. De strijdbijl begroef ik in de tuin, de houten vredespijp stak ik half in de grond. In de schaduw van het tuinhuis. Een beetje teleurgesteld in het kleine wereldje rondom mij. Om mee te draaien moest ik harden, zoveel was duidelijk.

Een paar jaar later. Ik weet niet meer hoe of van wie, maar op een of andere manier was ik in het bezit gekomen van vuurpijlen. Mijn obscure leverancier had mij verzekerd dat je die dingen best losjes schuin in de grond stopte en aanstak met een lucifer. Bij een testlancering eind september achteraan in de tuin liep dat fout. De vuurpijl bleef steken en ontplofte ter plaatse. Gelukkig was deze angsthaas al lang een heel eind weggesprongen. Ik dacht en bibberde na, tuurde in de rondte en zag, een eindje verderop, mijn vredespijp uit de grond steken, daar waar ik mijn strijdbijl ooit begraven had. De vredespijp was vooral een holle, houten buis. Ik trok ze wat schuin, pleurde er een vuurpijl in en stak hem aan. De vuurpijl zoefde weg en ontplofte tientallen meters verderop, hoog in de lucht. Nog eens proberen... En nog eens! Machtig!

November. Opnieuw guur en winderig weer, bitterkoud maar droog. Sint-Maarten. Een ietwat vreemd feest dat we met het hele gezin vierden in, maar vooral rond de kantine van de straatvoetbalploeg van mijn vader. De ‘Sinte-Mette’ stond centraal: een gigantische brandstapel bestaande uit hout, autobanden en alles wat brandbaar was en wekenlang verzameld werd. ’s Avonds werd de hele reutemeteut met veel bombarie aangestoken en met het roet van het verschroeide hout werd achteraf het gezicht van elke aanwezige, desnoods met geweld, ‘ingevet’ (ingesmeerd). Er werden pannenkoeken gegeten, pintjes gedronken, bommetjes gegooid en vuurwerk afgestoken. Een gevaarlijke cocktail, die heden ten dage gelukkig veel minder vaak gedronken wordt. Het had iets heidens. Op een bizarre manier was het leuk en spannend. Meeslepend, al was ik nog steeds bijlange geen groepsdier. Na uren van drukte ging ik stilletjes op zoek naar de essentiële eenzaamheid. Min of meer uit noodzaak. Ik rende het verlaten voetbalveld op. Helemaal alleen en niemand om me heen. Daar waar het pikdonker was en niemand me kon zien. Tientallen meters verderop brandde de ‘Sinte-Mette’, werd er wild feest gevierd, gelachen en gedronken. Ook de kantine leek een gigantische lichtbak. Er was sfeer. Ik ademde diep in en genoot. Genieten vanop afstand heeft me altijd veel meer voldoening gegeven dan middenin het gejoel en gewoel te vertoeven. Ik kon het wel, maar vroeg of laat moest ik me onopgemerkt onttrekken aan het feestgedruis. Ongetwijfeld mijn grootste talent.

Ik bleef gewoon staan. Mijn armen gekruist. Een hele tijd. In de kou. Ik weet niet hoe lang, maar de feestende massa trok op den duur naar de gezellige warmte van de kantine. Ik genoot na. Af en toe druppelde een mannelijk iemand naar buiten om, druppelsgewijs of stralend, dat kon en wilde ik niet exact vaststellen, de houten ‘pismuur’ te zegenen met verse urine. Zoals nu. Twee paar sokken droeg ik. Ertussenin, rechts, ergens tussen scheenbeen en kuit zocht en vond ik mijn vredespijp, een vuurpijl en lucifers. Ik deed wat ik weken voordien geoefend had, maar met verkleumde vingers en een hard, bijna aangevroren grondoppervlak leek een en ander iets stroever te verlopen. Door een merkwaardige mix van onhandige rillerigheid en tegenslag lanceerde ik een vuurpijl op horizontale wijze, met mijn vredespijp als lanceerbuis en per abuis in de richting van een pissende medemens. De vuurpijl kwam tot ontploffing net voor hij de pismuur raakte. De pismuur die op dat moment bezeikt werd door een struise manskerel. Aanvankelijk gilde hij als een schoolmeisje, maar kort daarna hervond hij al vloekend de bij zijn gestalte matchende toonhoogte. Hij baste allerlei krachttermen, snoof en stoof in de richting van het donkere voetbalveld en vloekte en tierde als een bezetene. Instinctmatig schakelde ik over op overlevingsmodus. Plat op mijn buik lag ik. Adem ingehouden. De man vloekte fors en probeerde iets te zien. Na seconden die uren leken, draaide hij zich weer om en stapte richting kantine, nog steeds sakkerend en fulminerend. Voor ik opnieuw durfde te ademen ontsnapte er, allerminst geluidloos, een portie lucht uit mijn darmen. Blètende poerter! In inwendige stilte bad ik een ‘Onze Vader’, vrezend dat de man zich opnieuw zou omdraaien, maar mijn wind ging verloren in de gure novemberkilte. Minstens een kwartier bleef ik nog rondhangen op dat onmetelijk grote, pikdonkere voetbalveld. Daarna sloop ik stilletjes in de richting van wat nog overbleef van de heidense brandstapel en gooide mijn vredespijp in het laatste vuurtje. Ik keek toe hoe het bewijsmateriaal, een stukje van mijn jeugd, langzaam opbrandde.

Weer wat later, rond twee uur ’s nachts, zat ik in bad en waste ik mijn handjes in onschuld. Mijn moeder kwam ook nog even kijken. Ze nam het washandje uit mijn handen en veegde nogal hardhandig het roet van mijn gezicht. Uit noodzaak, want anders werd het nooit proper. Wenen deed ik niet, maar zware schuldgevoelens had ik wel. ‘Droog je af, trek je pyjama aan en ga slapen,’ zei ze, terwijl ze de stop uit het bad trok. Normaal gezien is ze veel liever, dacht ik toen. Volgens mij weet ze meer. Paranoïde misschien, maar alleszins vochtig en achterdochtig was ik gewassen en onvolwassen o zo dankbaar dat ze het kind niet met het badwater had weggegooid. Dat zal ik in mijn hoofd altijd een beetje blijven. Een kind.

 

 

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "HOE IK DE PIJP AAN MAARTEN GAF"

© Danny Vandenberk
29.09.20
Feedback:
Weer een prachtig verhaal Danny, ik zou alleen proberen iets korter te schrijven, dan lezen misschien meer mensen het uit. En mijn favoriete zin uit dit verhaal is: "Dat wilde gedoe als wilde wilde wel eens tegenvallen" :)
  • Kwaliteit
    5.0/5
Show more
1 van de 1 lezers vond deze review nuttig
  • Danny Vandenberk 30.09.20
    Dank je wel, Janneke! Ja, die zin vond ik zelf ook wel leuk. :-) Bedankt voor de tip!
29.09.20
Feedback:
Het komt geloofwaardig op mij over.
  • Kwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
27.09.20
  • Kwaliteit
    3.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

In elke boekenwinkel: