Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 

93 Hits

Publicatie op:
Feestvarkens

De lucht is grijs. Het regent, het zegent, de pannetjes worden nat… In mijn geval het hersenpannetje. Het transpireert, interpreteert en balanceert weer op een slappe koord. Het twijfelt. Aan zoveel waarheden dat het zwaarheden worden. Het jongleert, zoals steeds, met lettertjes en woorden. Natte dromen beleef ik hier niet, nee, in de regen worden uitsluitend donkere gedachten aaneengeregen.

De natuur lijkt even met me mee te twijfelen. Plots verschijnt een miezerig zonnestraaltje. Heel even, tussen alle donkere wolken door. Motregen nu. Mot, mottig, motten. Woorden met ‘mot’ zijn afstotelijk, agressief, platvloers en taalverarmend. Terwijl er zo’n prachtig alternatief bestaat: nachtvlinder. Ik voel me wat nachtvlinderig. Het nachtvlindert momenteel. Hemelstrelend mooi. Klinkt zoveel geraffineerder, verfijnder en zijdezachter dan dat foeilelijke ‘motregen’.

Met mijn zachte hand sla ik mensen gade. Om de haverklap. Vanop afstand, of toch minstens vanop anderhalve meter. Corona houdt ons al meer dan een jaar in de ban. Leen mijn oren en koop mijn bril. Kijk om je heen, zie wat er gebeurt en luister. Ook als luisteren voor jou overkomt als gehoorzamen. Omdat regeltjes volgen niet aan jou is besteed, omdat je vrijheid wordt beperkt, omdat rebelleren stoer is of omdat je de pandemie staalhard ontkent. Vind ik vreemd. Door mijn bril zie ik grote zorgen in ziekenhuizen, miserie, familiale drama’s, ellendig veel zieken, doden zelfs. Tegelijkertijd aanschouw ik mensen die het schandalig vinden dat ze een mondmasker dienen te dragen als het druk is of dat ze verplicht hun handen moeten ontsmetten in een winkel. Waarom? Voor een griepje dat enkel voor zwakkeren en voor ouderen gevaarlijk kan zijn? ‘Veel is er niet aan verloren. Lockdown party!’

Net zomin als de regen is verscheidenheid altijd en overal een zegen, zoveel is duidelijk. Leven en laten leven. Vooral die laatste twee woorden. Hou ouder ik zelf word, hoe groter mijn respect voor mensen op leeftijd. Niet uit zelfmedelijden, maar omdat ik tegenwoordig vaker stilsta bij het aanpassingsvermogen dat ouder worden vereist. Gisteren zag ik een stralende vrouw van 85 op tv. Hele dagen zat ze in haar zetel, aan een krakkemikkig tafeltje bij het venster. Knikkend en glimlachend naar voorbijgangers. Vroeger had ze hard gewerkt, maar ook veel gelachen en gedanst. Geleefd. Stappen kon ze inmiddels al een tijdje niet meer. Nu bad ze rozenkransjes voor haar familie, voor de zieken en voor mensen die het moeilijk hadden. Tussendoor keek ze wat televisie of belde ze met haar dochters en tien kleinkinderen, die ze helaas niet meer op bezoek kreeg in deze tijden van corona. Zichtbaar gelukkig, sprak ze met krakende stem de vurige wens uit om 105 jaar te mogen worden, of ouder, als God het belieft. Omdat het leven zo mooi is, als je er altijd en overal het beste van maakt. Mijn ogen nachtvlinderden. Horen en zien werden zwijgen en nadenken.

Op datzelfde scherm zag ik een uurtje later een oude, harige, halfnaakte man die al ettelijke jaren in een smoezelig appartementje samenwoonde met een varken genaamd Jean-Pierre, een grote hond en een paar kippen. Hij zou dringend eens grondig en uitgebreid moeten poetsen, oordeelde hij niet geheel ten onrechte, maar hij twijfelde enigszins om de zwabber ter hand te nemen omdat hij het zo zielig vond dat Jean-Pierre en zijn vriendjes dan waarschijnlijk een tijdje zouden moeten wennen aan de algemene properheid, zodat ze zich eventueel ongemakkelijk zouden voelen om nog vrank en vrij en ongegeneerd te kakken in de keuken en aanpalende vertrekken. Dat was zijn grootste bekommernis. Hij leefde zonder televisie, internet en luxe. Jean-Pierre oinkte gelukkig en zwaaide parmantig met zijn krulstaartje. Als een supervarken. Neerslachtigheid kende hij duidelijk niet. Geslacht zal hij nooit worden. Opgeofferd en verwaarloosd evenmin. Altijd zal er rekening worden gehouden met zijn gevoelens en varkenverlangens. Geruststellende gedachte. Iedereen verdient het om te vergrijzen zonder afgrijzen. Zoals Jean-Pierre. Think big!

 

 

 

 

                                  


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Feestvarkens"

© Danny Vandenberk
27.03.21
Feedback:
Mooi, haast poëtisch beschreven. Tweede zin: een slappe koord, moet dat niet een slap koord zijn?
  • Schrijfkwaliteit
    4.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Danny Vandenberk 27.03.21
    Dank je wel, Annemarie. :-) Een slappe koord is helemaal correct. Een slap touw is eveneens juist.