Voor schrijvers, door schrijvers
Cursiefje

Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon en  relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
Aantal gepubliceerde inzendingen: 242

Eén ei

© Lieven Vandekerckhove op .
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Tags: Cursiefje
Hits: 272

"Je krijgt van mij tien euro als ik een ei op je hoofd mag kapotslaan", daagde hij haar uit. Mijn dochter peilde met grote ogen de intenties van haar broer. Waar stuurde hij op aan? Haar jongere broer begon te gniffelen. Op dat moment begreep ik de hilariteit die daags tevoren onder mijn mannelijke nazaten was ontstaan toen de jongste van de twee met een grote natte kuif aan tafel was verschenen. Even voordien had ik ze in gedrum en gedram bezig gehoord, waarna de jongste naar de badkamer was gelopen 'om zijn haar te kammen.' Toen ik hem bij het zien van die rechtop staande plak haar had gevraagd wat er scheelde, was het slachtoffer zich plots met de dader gaan alliëren, en had hij mijn vraag achteloos weggewuifd: "Niets pa, er scheelt niets."

            "Tien euro als ik een ei op je hoofd mag kapotslaan", herhaalde de oudste. Hij besefte niet hoezeer hij mij ergerde, want hij keek verwonderd op toen ik hem in ernst zegde dat hij het ei, dat hij op die manier zou kapotslaan, duur zou betalen.

            "Ach kom," protesteerde hij, "wat is daar nu aan gelegen?"

            "Eén ei", zei ik, "noch min noch méér. Eén ei. Dát is eraan gelegen. En het zal een duur ei zijn."

            "Een ei is een ei", antwoordde hij, "er zijn geen dure en goedkope. Op een paar centen na kosten ze alle evenveel. En wat is dat tegenwoordig nog!"

            "Een ei is voedsel", zei ik kribbig, "en daar speel je niet mee".

            "Als je zo begint, dan moet je veel, héél veel spelletjes verbieden. Estafette lopen bijvoorbeeld, met in de mond een lepel waarin een ei ligt. En dan moet je ook geen shampoo kopen met ei in... "

            "En als je een klimpaal met bruine zeep insmeert, dan gaat die zeep óók verloren aan iets waarvoor ze niet gemaakt werd", kwam het slachtoffer van gisteren zijn aanrander te hulp.

            "Dan heeft die zeep tenminste nog tot iéts gediend," riposteerde ik."

            "Het ei dat ik kapotsla, dient ook tot iets, namelijk tot ons plezier."

            "Voedsel vernietigen omwille van het plezier, kun je zoiets rechtvaardigen?"

            "God, een ei!"

            "Een ei. Maar dat wat jij zal kapotslaan, zal heel duur zijn," waarschuwde ik nogmaals. Het klonk allemaal wat buiten proportie allicht, alsof ik met een kanon op een mug schoot. Ongetwijfeld hád het iets daarvan, en kreeg het daarvan nog méér naarmate de discussie escaleerde. Maar ik was tot geen toegeving bereid.

Ik zoemde in op het draadgetrokken mandje, dat in de proviandkamer van mijn grootouders op een schap stond, en waarin dagelijks de vijf, zes, zeven eieren die de kippen opbrachten, voorzichtig werden neergelegd. Voorzichtig om ze zeker niet te breken. Want een ei was niet zomaar een ei, een ei was opbrengst. Een ei diende niet om opgegeten te worden, een ei diende om verkocht te worden. Eén keer per week werd het mandje uit de proviandkamer gehaald, en dat was als ‘madame van den dokteur’ verse eieren kwam kopen. Zélf gunden ze zich geen ei. Op vrijdag werd er haring gegeten, of een snee kaas bij de aardappelen. Want kaas kregen ze gratis  van hun zoon; die deed gouden zaken met melkerijen, vanwaar hij geregeld een bol kaas voor zijn ouders meebracht. De producten van het eigen erf echter, die ze niet echt zelf nodig hadden, die moesten opbrengen. Eieren waren kapitaal.

            Ik zoemde in op de palmstruiken die het wegje afzoomden doorheen de tuin van het grootouderlijk erf. Eén keer per jaar vormden deze struiken en wat plantsoen daaromheen het nest waarin een merkwaardige soort vogels, de paasklokken, hun eieren verborgen. Alles daarbij was voorspelbaar, ik wist op den duur wát ik wáár zou vinden. In elk geval geen chocolade eieren, die werden steevast in de aangrenzende tuin gedropt, bij ‘den dokteur’. Bij ons waren het onvervalste, verse kippeneitjes, die niet meer terug in het mandje konden verzeild raken, want de vogels van Rome hadden er met een balpen mijn naam op geschreven. Mijn feestelijk Paasontbijt: boerenbrood met roerei. Maar dat was alleen mijn Paasontbijt; de oudjes aten, zoals gewoonlijk, boerenbrood met smout.

            Ik zoemde in op het graatmagere Liberiaanse jongetje, dat zich bijna twee jaar lang elke dag op zijn ellenbogen en zijn knieën voorbij ons huis voortsleepte, de handen en de voeten  boven de hete zandweg zwevend. Aan dat tafereel hadden alle surrealisten een punt kunnen zuigen. Op een morgen zag ik Harris, onze house boy, op het wrak toestappen. Hij stopte de jongen iets in de hand, ik kon niet uitmaken wat het precies was. Eén ogenblik wilde ik hem tot de orde roepen - wat had hij nu weer weg gegraaid? - maar bedacht me op tijd. Het skelet zakte achterover op zijn bekken, en begon verkrampt maar voorzichtig het gekookte ei te pellen, dat de boy hem had toegestopt. Een ei op overschot, dat terug naar de koelkast was verhuisd. Etensresten van wie door het lot verwend was. `Etensresten`, een woord uit het land van melk en honig. Reikhalzend om zijn ellenbogen op de zandweg niet te moeten verplaatsen, bracht het jongetje zijn hoofd naar voren, maar net vóór hij er wilde in bijten, ontglipte hem het ei, en rolde het een paar ellenboogstoten verder. Hij zette zich op zijn knoken en kreupelde het achterna. Steunend op zijn ellenboog liet hij zijn arm zakken, en raapte het kleinood op. Hij liet zich opzij vallen, stofte het ei af aan zijn broek, bekeek het van alle kanten, en werkte de poetsbeurt hier en daar wat bij. Dan ging hij wat achterover leunen, inspecteerde het nog eens, en zette toen zijn hagelwitte tanden in het hagelwitte ei.

           

"Het ei dat je op die manier zal kapotslaan, zal heel duur zijn," zei ik voor de laatste keer. Dan zweeg ik maar. Ik kon niet laten merken hoe kwaad ik wel was, want dat hadden ze vast buitenissig gevonden. Eén ei immers, ach, één enkel ei.

 

Dit artikel delen?

De waardering voor: "Eén ei"

Geschreven door Lieven Vandekerckhove .

4.175

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

Reacties   

# RE: Eén eiVera Bijma 06-06-2020 18:30
Je hebt volledig gelijk, Lieven. Maar dergelijke dingen worden vaak pas beseft, nadat men de nodige levenservaring heeft opgedaan. Goed dat je je kinderen over de jouwe hebt verteld.
# RE: Eén eiLieven Vandekerckhove 07-06-2020 21:57
Dank voor je waardering, Vera. Zoals je gemerkt hebt, kan ik helemaal niet overweg met voedselverspill ing. Ik vrees dat ik wat ouderwets ben daarmee. Maar daarom zal ik die houding niet veranderen, het zit te diep ingebakken.Ik heb gelukkig zelf nooit honger moeten lijden, maar zoals je in mijn stukje hebt kunnen lezen, heb ik wel honger gezien. Vreselijk dat zoiets bestaat. Een groter onrecht bestaat niet.

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

Ook jouw waardering hier?

Klik op het gewenste aantal sterren om een waardering te geven. Daarbij: 5 sterren = zeer de moeite waard, 4 sterren = de moeite waard, 3 sterren = lezenswaardig, etc..
In het tekstblok kun je een korte review toevoegen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

A Taste of Talent ?

Elke keer, bij een nieuw bezoek aan deze pagina, een ander en actueel leespakket!
Wist je?

Random:

Jouw tranen
| Trees Middelkoop | Poëzie