Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Dag na dag
Inzendingen: 442
Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
Dag na dag
© Lieven Vandekerckhove op .
Aantal hits: 153

Dat ze in de najaarsaanbieding van de uitgeverij mijn naam hadden gezien, en dat ze hem gevraagd hadden mij voor een gesprekje over dat boek te contacteren, en dat ik hem misschien nog wel kende, want dat hij één jaar na mij kwam op het college; dat hij nu als freelance werkte, en dat het dus kwam doordat ze mijn naam in de najaarsaanbieding van mijn uitgever hadden gezien, en ze hem gevraagd hadden om mij... Ik kon helaas niet meteen een gezicht op die stem plakken, deed dus alle moeite om tegelijk bij de freelancer aan de lijn te blijven én om ver in het verleden op de speelkoer, in de studiezaal, in de collegekerk, op de trappen, en waar nog al, op zoek te gaan naar die leerling van weleer.  Maar zoals wel vaker gebeurt als men twee zaken ineens wil doen, lukte noch het één noch het ander.  Aan de andere kant van de lijn stond iemand op een antwoord te wachten.

            "Met wie heb ik ook weer de eer?", begon ik opnieuw van vooraf aan.  De uitleg kwam er rijkelijk uit, in een taal die vlot pendelde tussen het gestileerde niveau van de geschaafde collegepiet en de unieke klankrijkdom van de spontane Westvlaming.  Ondertussen kwam langs mijn kant zeer langzaam, ofschoon aarzelend, zijn profiel van weleer uit de mist: een blonde, goedlachse, maar timide leerling uit een klas ná de onze. Geen dikkerd weliswaar, maar met een zekere aanleg in die richting.  Héél zeker was ik echter niet.  Ik keek dus nieuwsgierig uit naar onze ontmoeting, die hij als gewiekst interviewer al had vastgelegd vóór ik het zelf goed en wel besefte.

            Het etablissement waar we afspraak hadden, bleek op de bewuste dag gesloten te zijn.  Dus stond hij mij buiten op te wachten.  Ik herkende hem niet.  Vanop  de andere stoep deed ik tussen het verkeer, dat ons nog scheidde, lichtjes teken, in de verwachting dat hij mij wel uitvoeriger zou groeten als het inderdaad om de man ging met wie ik hier afspraak had.  Zijn arm vloog zo waar hoog in de lucht, ik kon dus recht op hem afgaan.  Ongelovig en eigenlijk geschokt stapte ik naar hem toe.

            " Je bent wel wat veranderd", opende ik.

            " Tja", lachte hij, en hij klopte een paar keren tegen zijn corpus aan, "er is wat bijgekomen, nietwaar?"

Was dit ongetwijfeld juist, dát was nu niet wat ik bedoeld had.  Ik bedoelde: ik herken je niet meer.  En dat ik daar danig veel moeite mee had.  Dát bedoelde ik.

            Het gesprek verliep een beetje stokkerig.  Er werd voortdurend van spoor gewisseld.  Van het heden naar het verleden, van dat boek van mij naar dat college van ons. Voortdurend probeerde ik op zijn gelaat het portret te leggen, dat ik mij nu steeds levendiger uit die collegetijd voor de geest kon halen.  Maar hoe méér ik dat deed, hoe méér ik mij ergerde: de jonge man die ik zocht, lag wel degelijk heel en al onder het stof van de geschiedenis begraven.  De aanpak van de journalist verried daarenboven ook een andere persoon. Hij was dominanter geworden.  Hij sprak al evenveel als hij luisterde. Eén enkele keer had ik zelfs de indruk dat hij ook sprak wanneer hij eigenlijk hoorde te luisteren, alsof hij mij het antwoord op zijn vragen als het ware voorkauwde.  Ik ben dus wel wát nieuwsgierig naar de gedrukte uitkomst van dat gesprek.

            "We zullen het mooi aankleden", zei hij op het eind, "al uw vrienden en bekenden zullen het graag lezen".

            We wisselden nog wat collegeherinneringen uit, lieten ze de revue passeren, de tenoren van weleer, en namen dan afscheid van elkaar.  Ik was niets kwijt van de verbijstering die me bij de confrontatie in de greep had gekregen. Goed dertig jaar geleden was het, dat ik de deur van het college achter me had toegetrokken.  Goed dertig jaar geleden dus ook, dat ik hem het laatst gezien had.  Weinig of niets in zijn figuur correspondeerde met het oude beeld dat zich nu bijna fotografisch bleef opdringen. Kon hij het nog wel zijn?

            Ook van mijn eigen klas heb ik menige knaap nooit meer teruggezien. Hoe zouden ze er uitzien? Zou ik ze nog herkennen?  Zijn ze nog wie ze waren, die goede bende ‘collegepieten’? "Wo sind sie geblieben? Sag mir wo sie sind."

Zou het twee jaar geleden zijn?  Ik stond in het station van Kortrijk op de trein te wachten, toen ik plots in de hal een blonde krullebol van om en bij de vijftig herkende, als stond hij daar in die stofjas, die hij nimmer placht toe te gespen op school.  Eén jaar vóór mij op het college, deze keer.  Ik stapte op hem toe, en zei zonder boe of bah: "Dag Jan".  Hij keek mij vragend aan.  Ik zag hem peilen.  Zoeken en tasten.  En hopeloos verloren lopen. Ik liet eerst plagend begaan, maar hielp hem dan vlug uit de impasse, en stelde me voor.  Zijn rimpels trokken weg, maar de verwondering kon hij niet verbergen.  Was het wel verwondering?

            "Ach ja ... ", trok hij zich uit de slag, "en hoe gaat het met u?"

Wat vraagt een mens in zo'n situatie anders dan: "Hoe gaat het met u?"  En vervolgens al even onvermijdelijk, van weerszijden: "En wat doe jij nu?"  Hij importeerde koffiemachines, van die grote automatische buffetapparaten. Dan, na een poosje, kwam het eruit : "Mens toch, ik had je nooit kunnen herkennen." Zou hij zich toen ook zo geërgerd hebben?  Geërgerd aan het leven dat zo ongemerkt zijn zetten plaatst, dag na dag, week na week, jaar na jaar?  Of zou alleen ik dit nu zo vreemd ervaren, als een seizoensmijmering die me door de herfst, de novemberkilte, werd ingeblazen? Product van het najaar, alras ook op de wind uit de herinnering weg dartelend ?

Dit artikel delen?

geef een waardering voor: "Dag na dag"

Geschreven door Lieven Vandekerckhove . Geplaatst in Cursiefje.
26.11.20
Feedback:
Prachtig en melancholiek. Goed geschreven.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Lieven Vandekerckhove 27.11.20
    Dank je, Nicole.
Emoticons: ;o = wink, :d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart

Jouw feedback hier?

Je helpt een andere schrijver met jouw eerlijke, respectvolle feedback en een serieuze waardering voor de schrijfkwaliteit van het artikel. Zie je verbeterpunten? Geef ze dan a.u.b. concreet aan in je commentaar.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen.

Snelmenu: Klik, voor belangrijke pagina's, aan de rechterkant op de blauwe button !