Voor schrijvers, door schrijvers
513 publicaties

Ook jouw artikel is welkom en meedoen is gratis.

Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 

113 Hits

Publicatie op:
Cristóbal

Ik vermei me af en toe in de straten van Barcelona, en dat wéét Kris. Men zegt dat Barcelona 'in' is, dat het een grote roep heeft bij city-trippers, zoals dat bijvoorbeeld een tijd geleden met Praag óók het geval was. Je moet er dus geweest zijn, wil je 'mee' zijn. Een mens kan toch niet altijd weer opnieuw zeggen dat hij naar Parijs getrokken is, of naar Londen, of naar Amsterdam. Loopt er dan iets fout bij mij, want zo te zien bewandel ik de omgekeerde weg? Ik moet dringend eens naar Parijs gaan, ook Londen heb ik alleen maar en passant gezien, en zelfs de grachten van Amsterdam ken ik nog niet, o jeetje. Maar Barcelona, daarmee kan ik uitpakken. Ik moet dat daadwerkelijk ook eens gedaan hebben, want zekere dag kwam Kris mij enkele 'tips' vragen: "Volgende week gaan we naar Barcelona, zie je."

            Ik zei hem dat hij zich ´s middags om één uur aan de kop van de Ramblas moest opstellen, vlakbij de Placa de Catalunya. Hij zou daar de heren zien komen, van alle pluimage, om met elkaar de grote en de kleine problemen van het leven te bespreken. Ze klitten spontaan samen in groepjes, die dan weer afkalven of aanzwellen al naargelang de aangesneden thema´s publieke belangstelling wekken. Want daar wordt de actualiteit gedissecteerd, worden frustraties geventileerd, opinies te vuur en te zwaard verdedigd. Ik zei Kris dat hij zich in zo 'n groepje moest zien te nestelen, op de eerste rij, om ook als hij geen snars van de discussie begreep, het Catalaans temperament eens aan te voelen. Maar dan moest hij wel zijn Pascalleke erbuiten laten. In Spanje wordt de mannelijkheid immers nog de eer aangedaan, die ze eeuwenlang in heel het Avondland werd aangedaan: het woord te voeren past de man, denkt men daar - en men handelt ernaar. Dus valt in de praatgroepen op de Ramblas niet één vrouw te bespeuren - wel, wel.

            En als de heren uitgepalaverd zijn, Kris, en de groepjes oplossen in de gewone middagdrukte, moet je eens langzaam de Ramblas zeewaarts aflopen. Daar op het einde, hoog op een sokkel verheven en met de vinger wijzend naar Amerika, staat je wereldberoemde naamgenoot, Cristóbal Colón. Sedert ik dié tegen het lijf gelopen ben, heb ik de neiging om in mijn eigen omgeving geen enkele Kris of Kristof of Kristoffel nog Kris, of Kristof of Kristoffel te noemen. Ik spreek ze steevast aan met 'Cristóbal'. En tot vervelens toe moeten ze aanhoren dat het accent niet op de laatste, maar op de vóórlaatste lettergreep ligt. "Zeg niet Cristobál, maar Cristóbal. Je zegt toch ook niet Kristoffél, maar wel Kristóffel." Ik denk dat Kris, je weet wel, die van Pascalleke, mij vroeg of laat die litanie nog eens zal voorzeggen vóór ik de kans krijg ze voor de zoveelste keer zelf opnieuw te debiteren. Want ook déze Kris, die van Pascalleke dus, is niet lang Kris geweest voor mij; hij is vrij snel Cristóbal geworden.

            Cristóbal is dus tussen Kerst en Nieuwjaar met zijn Pascalleke nog vlug eens naar Barcelona gevlogen. Het zag er immers naar uit dat hun beweginsgvrijheid naderhand flink aan banden zou worden gelegd, want Nona was op komst. Daarom knepen ze er inderhaast met z´n tweetjes nog eens onderuit. Dat het Nona zou worden, wisten ze op dat ogenblik nog niet. Maar met het wonder van de echografie hadden ze het wonder van de natuur heel dicht gevolgd, en er was wel degelijk iémand op komst. Persoonlijk loop ik niet zo hoog op met het eerste van die twee wonderen, ik heb er indertijd een kater aan overgehouden. Daags vóór de geboorte van onze jongste spruit werden wij voor het eerst met dat nieuwe speeltuig uit de gynaecologiewinkel geconfronteerd, en fraai vond ik het niet. Terwijl hij met een receptor de bolle buik van mijn echtgenote aftastte, en wij als analfabeten naar de wazige beeldvorming ervan op een klein schermpje zaten te kijken, liet de gynaecoloog van dienst plots de nakende geboorte in twee stukken uiteenvallen: "Kijk," zei hij, alsof hij een konijn uit zijn hoed ging toveren, "het is een jongetje." ´s Anderendaags moesten we dan maar voor de afwerking terugkomen, want ja, we wisten dan wel alles wat er te weten viel, maar dat jochie moest er toch nog uit ook. Anderen hebben het daar allemaal niet zo moeilijk mee. Ze zijn er, integendeel, op gevlast om de camera obscura te verlichten nog vóór deze zelf na die ondraaglijke negen maanden zijn vrucht aan het zonlicht prijsgeeft. Cristóbal en Pascalleke behoren tot dat kamp, de club der ongeduldigaards. Gulzig proevend van de technologische vooruitgang hebben ze, nu al op groot scherm en in kleur, hun kleine Nona geobserveerd in alle fazen van haar vroegste ontwikkeling. De eerste keer dat er 'iets te zien' geweest was - "Joeng, dat is raar" -, is Cristóbal zijn verhaal komen doen. Hij kon het beeld maar niet loslaten, en plastischer dan hij dat deed, had ik het nooit kunnen beschrijven: "Joeng, dat is raar, precies een garnaal die daar ligt te zwalpen!"

            Het gebazel van de heren ´s middags op de Ramblas is na de Barcelonatrip niet meer ter sprake gekomen. Het is tenslote ook maar een detail, een vluchtig streepje verf op een schilderij, dat verder zo imponerend kleurrijk is, dat je eigenlijk bij geen details blijft stilstaan. En toch stel ik me voor dat hij daar, letterlijk, bij stilgestaan heeft. Ik doe mijn ogen toe, zie Pascalleke daar op de Ramblas zich enigszins op afstand houden, terwijl Cristóbal haastig het culinair vocabularium overloopt in Zo zeg ik het in het Spaans, en dan te midden het Barcelonese heerschap begint te peroreren over het wonder van dat garnaaltje - gamba, sí una gamba! - dat zich almaar krom zwom; over het wonder - milagro, milagro! - van de techniek, die het menselijk oog een verlengstuk geeft - increíble! - en over het wonder van de mens zelf - milagro, milagro, Nona milagro! Zie ze kijken, de heren van Barcelona, naar zoveel aandoenlijke trots.

            En dan op een keer, lang na zijn trip naar Barcelona, krijg ik een cadeautje van Cristóbal. Een turf van een roman over de perikelen van - raad eens - het Barcelona van het begin van de 20ste eeuw. Ik moet deemoedig bekennen dat ik er nog altijd niet aan begonnen ben. Maar het is nu plechtig beloofd, Cristóbal, ik zal er eens ernstig werk van maken.


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Cristóbal"

14.02.21
Feedback:
Met plezier gelezen!
  • Schrijfkwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • lieven vandekerckhove 14.02.21
    dank u, Annemarie. Zoals ik al aan Janneke meedeelde, is dat een stukje dat meer dan 20 jaar oud is (maar wel nergens gepubliceerd).