Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Cursiefje
Inzendingen: 408
Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 

Buitenverblijf

Tags: Cursiefje

Twee blauwe zwaailichten bovenop de cabine van een vrachtwagen en een loeiende sirene lieten er weinig twijfel over bestaan dat er met het staatsgezag niet te lachen valt. Van ver zag ik hoe het gevaarte zich vervaarlijk een weg baande in mijn richting. Zodra ik een vrije parkeerplaats zag, zette ik uit voorzorg de wagen halvelings tussen de bumpers van twee geparkeerde auto´s. Weinig meters vóór mij bevond zich aan de andere kant van de straat de ingangspoort van de gevangenis; daarnaast verschafte een hoog ijzeren rolluik een tweede toegang tot het gebouw. Ik vermoedde meteen dat het met de aanstormende vrachtwagen deze kant op ging. En inderdaad, als hij naderbij kwam, rolde het ijzeren gordijn omhoog om het transport bij zijn aankomst niet op te houden. In de cabine zat naast de chauffeur nog één beambte. De laadruimte was volkomen geblindeerd, niet één enkel venster liet een blik naar binnen toe - of moet ik zeggen: een blik naar buiten toe? Was het daarbinnen dan pikdonker? Zeker stonden in die laadruimte geen goederen gestapeld, waarvoor inderdaad geen daglicht nodig was geweest. Als een geblindeerd transport met zoveel bombarie vrije doorgang opeiste, dan was het omdat er in die kooi wel wat anders vervoerd werd dan proviand of toiletpapier. Zou er in het dak van de kooi een venster steken, zodat de boefjes, die hier vervoerd werden, minstens de lucht konden waarnemen, of zouden ze werkelijk helemaal in het duister zitten? Of zou er een lamp branden?

            Tja, waarom werd hen eigenlijk het zicht op de wereld ontzegd? In het paradijs op aarde dat ‘Deutsche Demokratische Republik’ heette, werden de eigen burgers, die als staatsvijand geviseerd werden, na een veelal afgedwongen bekentenis in één van de vijf of zes totaal verduisterde en afgesloten minicabines geplaatst, goed anderhalve meter hoog, die op hun beurt nog eens in een geblindeerde bestelwagen waren gemonteerd. Daar zaten ze dan op een klapstoeltje, in het pikdonker en ruimtelijk nauwelijks tot enige beweging in staat, en werden ze uren aan een stuk rondgereden om ze naar de gevangenis te brengen, die mogelijk niet méér dan enkele kilometer verder lag. Wie intussen naar het toilet moest, had pech, want een plasstop was enkel voor chauffeur en begeleider voorzien. Zo wisten de gekooide sukkels langs geen kanten nog waar ze zich bevonden als ze uiteindelijk op een binnenplaats uit de wagen stapten. Misschien waanden ze zich wel een paar honderd kilometer van huis.

            Maar hier, in de Maria-Theresiastraat van mijn thuisstad? Ik had al vaker het transport van gevangenen gezien in die buurt, maar dan altijd in auto´s, die door een streepje glas in de laadruimte enig contact met de buitenwereld toelieten. Veel was dat wel niet, maar toch oneindig veel méér dan wat de cel bood waarin de geboeiden naderhand terechtkwamen. Het doet me denken aan het transport van varkens, die naar het slachthuis gebracht worden. Gelaagd en dicht opeengepakt liggen de dieren daar tot tegen de uitgespaarde spleten in de zijwanden van de vrachtwagen. Doch dan mogen ze al een laatste blik op de wereld hebben, zouden ze er een moer om geven? Gedetineerden vergaat het wel enigszins anders, ik zie ze steevast door dat streepje glas naar buiten kijken als ze in het beveiligd transport voorbijkomen.

            Eéntje heb ik er zo gekend, René, die van beiden iets had. Een boefje, dat wel eens het varken kon uithangen dus. Hij was een regelmatige gast op onze gangen. Let wel, hij was niet echt te gast, hij kwam steeds ongevraagd, en natuurlijk altijd op een slecht moment. Veelal drong het parfum van tabak en alcohol in zijn kielzog het gebouw binnen. Op één of andere manier had hij de weg gevonden naar het Instituut voor Strafrecht, en vooral naar de titularis van het vak, een goede ziel, die door de Jezuïeten onomkeerbaar was gekneed om de mensheid te dienen. Steeds opnieuw dook René op als hij zich in moeilijkheden gewerkt had. En steeds opnieuw ontfermde onze barmhartige collega zich over zijn bezoeker. Meestal kon hij met zo´n consult niet veel méér bereiken dan enig therapeutisch effect, want strafrechtelijk zag het plaatje er doorgaans niet zo fraai uit. Doch de bedrukten troosten, leek zijn devies te zijn. En aldus getroost stapte René dan weer op, het noodlot tegemoet.

            Zekere keer verscheen hij met een vrouw aan de hand. Er zweefde géén geur van alcohol en tabak door de gang, en hij hoefde niét naar de trapleuning te grijpen om heelhuids boven te komen. En… . hij droeg een das. Met andere woorden, het leven zag er plots helemaal anders uit. Geen gezanik, geen gezeur, hij kwam zijn Grote Liefde voorstellen. Nu ja, als het eens goed gaat, mag het óók getoond worden, toch? Helaas, de romance was van korte duur. Enige tijd later daagde hij weer op, helemaal van de kaart. Hij strompelde méér dan hij stapte, het leek een wonder dat hij tot op de eerste verdieping geraakt was. Nu was hij wel op een héél ongelukkig moment gekomen, want toen hij het bureau van zijn toeverlaat bereikte, moest die zich naar de aula haasten, waar de studenten op hem wachtten. René werd dan maar bij mij afgeleverd met de bede, mij om diens heil te bekommeren. Waaruit dat heil dan bestond, was niet zo vanzelfsprekend, doch hij reikte zelf het antwoord aan op die vraag. Hij mompelde dat hij naar huis wilde. Met menige helpende hand kregen we hem de trap af, en vervolgens in mijn wagen, die ik intussen had voorgereden. Naar huis, dat betekende naar het appartement van zijn moeder. Hij zakte diep in de passagierszetel, liet zijn hoofd schuin over de schouder hangen, en sloot de ogen. Er werden niet veel woorden gewisseld, hij balanceerde op de rand van de slaap. Ik reed in de richting van het station, en moest op mijn weg aan de gevangenis voorbij. Alsof hij dat geroken had, schoot plots zijn vinger omhoog, en wees hij naar de toegangspoort, terwijl hij in zijn Brabants dialect stotterde: „Dat is ier… maan… bwoitenverblaaf“.

            Terwijl ik wachtte tot het geblindeerde gevaarte met immer nog loeiende sirene onder het opgetrokken rolluik het cachot was binnengereden, dacht ik aan René terug. Zou hij ooit in die kooi zijn buitenverblijf zijn binnengebracht? Ik denk het niet. Tenslotte was hij echt geen gevaarlijke jongen. En trouwens, als hij al eens het varken had uitgehangen, kon hij altijd eerst nog bij moeder terecht. Want moeders, die versagen toch nooit, nietwaar?

Dit artikel delen?

Lieven Vandekerckhove

Avatar

Publicatie op .
Hits: 204

geef een waardering voor: "Buitenverblijf"

Geschreven door Lieven Vandekerckhove . Geplaatst in Cursiefje.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
20.08.20
Feedback:
U kunt prachtig schrijven. Graag gelezen.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Lieven Vandekerckhove 22.08.20
    Dank je zeer, Nicole.
03.08.20
Feedback:
Leuk verhaal en ik geniet altijd van je uitgebreide vocabulaire.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Emoticons: ;o = wink:d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!