Voor schrijvers, door schrijvers

Column

Aantal gepubliceerde inzendingen: 670

Wagenziek

columnsTerwijl ik mijn boodschappentas in de kofferbak zet, hoor ik: ‘Nee, dat gaat zo niet! Die auto moet weg!’ Ik kijk opzij en zie hoe een stokoude, spichtige vrouw probeert een rolstoel in een bestelwagen te duwen. In de stoel zit haar uitermate sikkeneurige en behoorlijk zwaarlijvige echtgenoot. Ik sluit de kofferbak en loop naar het echtpaar toe. ‘Kan ik u helpen, mevrouw?’ vraag ik vriendelijk.

Zij kijkt me hulpeloos aan en zwijgt. Hij blijft stoïcijns voor zich uitkijken en antwoordt: ‘Ze moet de wagen een stuk naar voren rijden, want zo gaat het niet.’ Ik moet toegeven dat mevrouw de auto niet erg handig geparkeerd heeft: met de achterkant op slechts enkele meters afstand van de voorbumper van een enorme Mercedes. ‘Het is wat krap,’ zeg ik, ‘maar volgens mij lukt het best,’ waarna ik de handvatten van de rolstoel grijp. Ondanks het gewicht van de man lukt het me om de rolstoel, zonder contact te maken met de Mercedesbumper, recht voor de oprijplank te krijgen. De mopperkont blijft stug volhouden: ‘Het gaat toch niet lukken, kijk maar, ik sta scheef!’ Ik snoer hem de mond door te constateren dat hij hartstikke recht staat. ‘Kijk maar,’ voeg ik eraan toe en voordat hij er erg in heeft, zit hij met stoel en al in de auto.

Het blijft even stil. De vrouw kijkt me aan en zucht hoorbaar. ‘Zet hem even op de rem,’ spoort ze haar man aan die vervolgens enigszins naar voren buigt en mopperend dat het toch niet gaat lukken ergens een hendel of iets dergelijks overhaalt. Ik blijf voor de zekerheid de rolstoel vasthouden en mevrouw begint aan alle kanten riemen en banden vast te zetten. Mijnheer heeft zijn irritante litanie nog steeds niet gestaakt. ‘Zie je wel dat het niet gaat?’ pruttelt hij akelig nasaal. 

‘Laat maar los’, zegt zij na enige tijd gelaten. De rolstoel schuift heel langzaam naar achteren. ‘Zie je wel, ik zei het toch!’ kraait de man. ‘Haal me er maar weer uit, ze moet eerst de auto ergens anders neerzetten, dan gaat het wel.’ Ik ben verbijsterd maar krijg de kans niet iets te zeggen, want hij heeft de rem van de stoel alweer losgemaakt. Ruim honderd kilo oude mannenvlees schuift richting oprijplank en ik grijp opnieuw de handvatten, bang om verpletterd te worden. De vrouw maakt alle riemen weer los, terwijl hij blijft foeteren.

Het is nog een hele toer om de man uit de auto te krijgen. Als ik even later met trillende armen achter de rolstoel sta en mevrouw weer in de auto is gaan zitten, vraagt de brompot: ‘Bent u er nog mevrouw?’ Naar adem snakkend antwoord ik dat ik er nog ben. Hij draait zich half om in zijn stoel en bijt me toe: ‘U kunt wel gaan. Nu we geen last meer hebben van die Mercedes, kunnen we het zelf wel. En anders zoeken we wel een sterke man.’ Ik weet niet hoe snel ik me uit de voeten moet maken en hoor nog net dat hij me bedankt. Terwijl ik het parkeerterrein afrijd, roept hij alweer commando’s naar zijn vrouw. Ik heb met haar te doen; je zult getrouwd zijn met zo’n man. Ik zou er geloof ik permanent wagenziek van zijn.

© Christien Romp 

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Christien Romp
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 1948
Publicatie op .
Tags: Columns

Geef een waardering voor: "Wagenziek"

Geschreven door Christien Romp . Geplaatst in Column.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!