Columns

Columns op Schrijverspunt
  • Columns op Schrijverspunt
    Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. FTbannerEen column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
  • Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen (lid worden is gratis).
  • Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Een artikel beoordelen? Breng dan s.v.p. een stem uit  door op de gewenste(1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)

Midzomernachtsdroom

Ginds ligt het woud. Flauw tekent zich de bosrand af tegen de nacht’ lijk blauwe hemel, het duister dekt alles stille toe. De wereld is verzonken in vergetelheid, onmerkbaar glijden dromen als ijle sferen toe en hullen de sluimerende zielen in hun sprookjesrijk.

Het woud ademt diepe rust, de imposante reuzen, de oeroude, verweerde bomen, dragen met hun machtige stammen hun kruinen en scheppen een mystiek, die eeuwenoude geheimen herbergt. De lichte dauw op het gras en de kruiden aan hun voeten, glinstert in het zachte manelicht.

Als stille wachters zijn de donkere stammen, beangstigend en goedmoedig tegelijk, zij hebben al zoveel op de stroom der tijd voorbij zien gaan. Oud en wijs zien zij daarom zwijgend toe en hullen het bos in geheimenis. Het gefluister van het blad in hun kruinen op de lichte, zoele wind, vult de ether met zachte stemmen.

De vele vogels zwijgen onder de indruk van de neergedaalde stemming, een lichte slaap sluipt op hen toe. Alles wat nu nog wacht of beweegt is behoedzaam en eerbiedigt de natuur, die als met de vinger “Sssssstilte” suist. Een groene deken van mos spreidt zich over de bodem uit voor wie rusten wil en dempt alle geluid.

Zo wacht het woud in diep gepeins verzonken over wat nog komen gaat.

Het middernachtelijke uur breekt aan. De Maan als Godin der nacht zendt haar bleke stralen door het lover. Een lichte nevel die opstijgt uit de vochtige bodem, licht op als ze over open plekken zweeft. Het water van een beekje glinstert en leidt naar een meer, daar liggen de Waterlelies als kostbare sieraden uitgestald op de groene tafels van hun blad.

Een rank en schichtig Hert glijdt uit de schaduw en glipt over de open plek om aan het water wat te drinken.

Als was dat het moment waarop alles wachtte, zo zweeft een ijle muziek door de stilte, het zachte ingehouden geluid van de woudhoorns.
De enkele wolken die nog aarzelden, drijven nu uiteen en onthullen de sterren als evenvele zielen.

Als de prelude van de hoorns overgaat in het hoge frêle zingen van de strijkers, dalen, gedragen door Maanlicht, lichtvoetige melodieën neer.

Van ver nog, over manestralen treden, komen glinsterend lichte wezens aangesneld en vullen de plek met luister. Tientallen zwakke lichtjes leven op als de zielen van bloem en plant en de ranke wezentjes die op hen rusten zich laten zien. Nauwelijks rakend het gewas zetten velen zich neer, de gevleugelde scharen zich boven hen.

De Feeën met bloemen in hun lange haar en ragfijne, zijdelichte sluiers dansen sierlijk met elkaar, hun kleuren verbleken of worden helder al naar hun gevoel en vormen een wisselend schouwspel van tere schoonheid.

Nu komen er op krachtiger tonen, de dansers in het veld en leiden met ondersteunende hand en zwierige arabesken de dans in een nieuw patroon. Vol gloed genieten allen van het spel, de klank van de muziek stroomt vrij en inspireert tot groter hoogten, kleuriger en rijker nog, lichter dansen zij.

Stilaan vult een helder licht het tafereel, het is zo rein en zoet dat het eerst deelneemt aan de vreugde en uitgelaten dansen laat, maar het groeit helderder en lichter.

Nu merken ook de dansenden de heerlijke gloed en vol verwachting en verwondering maken zij plaats, de paren dwalen hand in hand uiteen. Tegenover elkaar staat links een lieflijke, vrouwelijke gestalte en aan de andere kant van de plek een jongeman. Hij kijkt naar de bekoorlijke gestalte en zijn ziel verheft haar en schenkt haar glans. Ook zij staart, en vindt weerklank in zijn beeld. Het is hun liefde, hun vinden van elkaar als twee verwante zielen die zo’n helder licht wekt. Vergeten zijn zij alles, zo gaan zij op in elkaars aanblik.

Als ontwakend uit hun eerste betovering doen zij aarzelend een pas en steeds elkaar aanziend en peilend, schrijden ze de cirkel van wachtenden binnen. Voorzichtig en onwennig nog, beweegt haar lichaam, ze heft de armen en vleugels op als was het een innig gebaar van dank voor wat haar geschonken wordt.

Dalend, tastend, zoekend nog, gaat zij in een kleine kring rond.

Langzaam als om het ongeloof te laten vallen, maar telkens ziet zij hem weer en groeit het innerlijke licht. Meer vertrouwen spreekt uit haar gebaren, haar voeten vinden grond, duidelijker onthult zij haar gevoelens, meer nog geeft zij zich.

Gevoed door zijn aanblik en een machtige stroom van liefde begint zij te dansen. Stralend en licht zijn haar figuur en ogen. Uitbundig deelt zij haar geluk in deze dans. Het lange haar wervelt om haar hoofd en schouders, haast vonken strooiend op haar pad.

Gedurende haar dans is de jongeling naderbij gekomen, verrukt van haar gratie laat hij haar begaan, tot zij zich tot hem richt en beide armen in een haast kwijnend gevoel naar hem uitstrekt.

Dan echter snelt hij op haar toe, ook hij dorst naar haar aanraking. Teder, oneindig teder zien ze elkaar in de ogen, blijdschap welt op. Zijn krachtige handen leiden haar in zwierige gebaren en wervelende figuren met passie, overgave en deemoed, hij draagt haar als een danser zijn ballerina en met grote edelmoedigheid. Sierlijk en schoon dansen zij in de maanverlichte sterrennacht onder een schare ogen van bewonderaars die door ontzag en bekoring overweldigd toezien.

Hun handen glijden ineen en nu, in plaats van een vurige eenwording, leidt hij haar naar de manestralen trap. Prins en Prinses verbonden in licht en liefde verheffen zich, gevolgd door een menigte ogen, die ontroerd hen heen ziet gaan.

Met deze idylle heeft de muziek haar hoogtepunt bereikt. Nog in vervoering van het paar luiden de hoorns het slot in.

Stilaan betreden de reeds zwakkere contouren van de sprookjesachtige wezens de etherische wereld, waaruit ze even zichtbaar waren.

De licht nevel vormt nu een watten deken en grote druppels dauw vallen als rijpe Parels, of liggen als stille tranen op het blad en in de kelken der bloemen.

Alles is weer stil en wacht in hernieuwde luister in de sluier van de nacht.
_________________
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 669
(Gemiddelde waardering 5 met 1 waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Alle gepubliceerde inzendingen

Geef een waardering voor een artikel
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Hoogste beoordeelding:

Schrijfwedstrijden

Boekentip

Top 10 : Meest gelezen

BookBuster