Loading...
Column
Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. FTbannerEen column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.

Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is.

Columns

Karma

Mama, wat is Karma?
Ik denk na. Hoe kan ik dit goed uitleggen. In de zin dat ik het niet terugkrijg op het moment dat het mijn dochter goed uitkomt.
‘Karma is, dat alles wat je doet in het leven, weer bij je terugkomt.’
Ze kijkt me aan, lichtelijk fronsend.
‘Kijk, als je een goed leven leidt, lief bent voor anderen, deelt, behulpzaam bent en vriendelijk, dan krijg je dat ook terug.’
Ze schudt haar hoofd.
‘Sara had beloofd dat ik bij haar mocht spelen. Maar toen ging ze toch met Eva mee. Dus het klopt niet. En Manuel pest altijd. Maar niemand pest hem terug. En ik ben heel vaak aardig maar toen ik laatst aan jou vroeg of ik eigen skates mocht hebben, zei je nee.’
‘Ehm, als je het zo zegt, dan heb je een punt. Maar het gaat meer om het... grotere plaatje. Om het leven. En het is ook niet gezegd dat je alles wat je goed doet, meteen terugkrijgt. Veel mensen denken dat er een volgend leven is. Dat het leven steeds doorgaat, alleen in een andere vorm. Je neemt je lichaam niet mee, maar wel je energie. En dan kan het zijn dat je in een volgend leven beloond wordt.’
Ze kijkt me aan met een blik die ik herken uit duizenden. Incasserend en vragend tegelijk. Zoals ik die ook heb als ik worstel met dingen.
‘Mama, stop! Er ligt een glitteroogje in het gras,’ gilt ze even later als we op de fiets zitten op weg naar mijn ouders. Ze springt van het zitje en rent naar een roze knuffel die nat en eenzaam op een voetbalveldje ligt.
‘Mag ik die hebben?’
Ik kijk haar aan. Schudt mijn hoofd. Ze houdt het knuffeltje tegen zich aan alsof ze hem al heeft opgenomen in de familie.
‘Weet je nog wat ik je zei over karma?’
Ze houdt de knuffel voor mijn gezicht en kijkt me smekend aan.
‘Stel dat dit knuffeltje van een kindje is, die ‘m heeft verloren. Misschien is het jongetje of meisje heel erg verdrietig en komt hij of zij het knuffeltje zoeken. Met Karma kan het dan zo werken, dat als jij jouw Apie verliest, een kindje hem mee naar huis neemt en niet laat liggen.’
Ze denkt aan het verlies van Apie, de dun geworden slingeraap met vaal geworden ogen. Haar steun, haar toeverlaat, haar alles.
‘Laat ‘m maar liggen.’
Ze schuifelt terug en legt het beertje in het gras. Tergend traag in de hoop dat ik tot inkeer kom. Het ziet eruit als een afscheid van een dierbare. Iemand met wie ze in de afgelopen minuut al een diepe connectie heeft opgebouwd.
De rest van de fietstocht is ze stil.
Bij mijn ouders is het druk. Mijn broers zijn er. En hun kinderen die door de kamer rennen en alles in het huis een andere plek geven. Mijn moeder ondergaat het gelaten en concentreert zich op de thee.
Als mijn dochter en haar neefje het bed als trampoline gebruiken en ik ze vriendelijk verzoek om wat rustiger te zijn, kijkt mijn dochter me fel aan. ‘Mama, je doet niet aardig. Dat krijg je terug.’
Ik kijk haar niet begrijpend aan. ‘Hoezo krijg je terug?’
‘Karma, weet je nog.’
Hier was ik al bang voor.
‘Karma wil ook niet dat jullie het bed van opa en oma kapot maken,’ zeg ik nog voor ze verder iets kan zeggen.
Die middag krijg ik nog vijf waarschuwingen. Ik moet vrezen voor mijn toekomst of mijn volgend leven als ik mijn dochter moet geloven.
De maan staat aan de hemel, als we terugfietsen. Bijna vol, op een randje na.
‘Mama, hij ligt er nog,’ gilt mijn dochter als we langs het voetbalveldje rijden.
‘Stop!’
Nog voordat ik iets kan doen, is ze de fiets al afgesprongen. Als naar een verloren zoon, rent ze op de knuffel af. Ze doet haar jas open en verstopt hem in het dons.
Ik wil iets zeggen maar mijn dochter is me voor. ‘Mama, weet je wat pas karma is, dat jij dit eenzame glitteroogje zielig in het natte gras laat liggen. Stel je voor dat jij daar lag? Dan wil je toch ook een slaapplek? Niemand wil toch alleen zijn?’
Ik kijk naar de glitteroogjes die me aanstaren vanuit mijn dochters jas.
Soms laat je moeder instinct je in de steek.
‘We leggen een briefje neer, goed? Met jouw nummer.’
Ik knik. Even voel ik me een kind die aan de hand wordt meegenomen door haar dochter. We schrijven een briefje en leggen die, met een steentje erop tegen de wind, in het gras.
‘Mama, heeft glitteroogje ook een karma?’
Ik glimlach. ‘Hij heeft vast iets heel goeds gedaan waardoor hij nu met jou mee naar huis mag.’
Mijn dochter straalt. ‘Ja he? Dat denk ik ook.’ Ze drukt haar mond tegen het roze hoofd van glitteroogje.
In stilte, met de bijna volle maan boven onze hoofden, fietsen we naar huis.
Mijn dochter, glitteroogje en ik.
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 426
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.