Column

Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
De tekst mag niet meer dan 750 woorden bevatten.

Ga s.v.p. naar het overzicht van deze schrijfactiviteit om ook jouw verhaal/gedicht toe te voegen.

268 Hits

Publicatie op:
Influencers

Er gaan stemmen op om influencers te betrekken bij het informeren van jongeren over de gevaren van corona. Gechargeerd, jongeren kijken weinig tv en missen daardoor veel informatie over het virus en de bestrijding ervan. Jongeren kijken vooral naar Netflix en naar influencers op sociale media. 

Ik ben geen volger van influencers. Als je mij vraagt er drie bij name te noemen dan haak ik af. Van horen zeggen weet ik dat veel jongeren influencers hoog hebben zitten. Vanuit dat oogpunt zou het een goed idee kunnen zijn om influencers een belangrijke rol te geven in het verspreiden van informatie over corona. Althans dat dacht ik tot vlak voor de uitzending van Op1 op 23 juli 2020. Maar na die uitzending weet ik één ding zeker: Doe dat niet.
In Op1 zag ik namelijk influencers die hun onwetendheid negeren en zomaar wat voor de vuist weg van alles en nog wat beweren over corona en het coronabeleid dat het kabinet voert. Ik moet heel diep in mijn geheugen graven om te achterhalen of ik ooit eerder zoveel ongenuanceerde teksten in een half uur kreeg voorgeschoteld. 

Of mondkapjes helpen dat weet ik niet. Het is wel zeker dat ‘besmettelijke’ praatjes van influencers over corona niet met mondkapjes zijn te voorkomen. Als het over corona gaat kunnen we hun monden beter afplakken. De vrijheid van meningsuiting van influencers of van wie dan ook zou namelijk niet zo ver moeten gaan dat daarmee anderen in gevaar worden gebracht. 


&caption=schrijverspunt.nl" class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'facebook');"> facebook
  •   Het lukt niet, ik zie alleen maar zijn rug in de verte. ‘Rik! Rik!’, probeer ik boven het gejuich van het publiek uit te komen. Maar Rik lijkt nog verder weg, klaar voor actie, zijn ogen gericht op de fretten van zijn versleten Fender. En Jake heeft zijn microfoon van de standaard afgehaald. Hij rent de catwalk op die ver het publiek insteekt. Omdat ik niet aftel, dondert zijn stem over de mensenzee: ‘ONE, TWO, THREE, FOUR!’  ‘Ik heb dorst!’, roep ik naar niemand in het bijzonder. We zouden het moeten doen zoals wielrenners. Met een bidon aan onze instrumenten. Met een rietje.

    Toen we pukkelige jongens waren in een garage, droomden we na de bandrepetitie  over het Godendom.  Nu ben ik een God, maar ik wil maar één ding: drinken. In Godsnaam, drinken. Maar de massa wil show, hier, ergens in Europa, God weet waar,  in een stadion. We spelen onder de rook van een vliegveld. De landingslichten van de Jumbo’s voeren een surreëele dans op met het schijnsel van onze theaterlampen. Het is bijna volbracht, God zij geprezen. Sally, ik kom thuis. Je bent vandaag jarig, maar ik kreeg je niet aan de lijn. Misschien lag je wel in je bed, moed te verzamelen voor de dag. Je krijgt van mij een zwembad. Eigenlijk wil ik je liefde geven, maar een zwembad is makkelijker. Het leven doet mij ook pijn, Sally. Meer pijn dan ooit, omdat dit het is wat ik altijd al wilde, en dit het dus is. Daar neem ik pillen voor, poeders, injecties….Maar voor de dorst, voor de dorst moet ik even kunnen stoppen, even alles stilleggen en drinken. Dan herinner ik me dat er een halve liter Budweiser naast mijn basedrum staat, onaangeroerd. Mijn rechterhand bevindt zich maar veertig centimeter van het ingeblikte koude vocht af! Maar die heeft het druk met de snare te bedienen, met de toms, met de cimbalen….. Wacht even. Denk helder na, zegt een stem in mij. Heerlijk helder, kloekklinkend frisdrinkend…….zet alles eens op een rij. In Jupiter Explosion zit de solo van Rik. Je begeleidt hem dan alleen op je hihat. Met je voet! Dan kan je de Budweiser pakken,  het lipje verwijderen en het bier in één keer achterover gooien. Halleluja! Gered! Maar waar blijft die solo nou? Die had er al lang moeten zijn. Ik ga dood. Als ik nu geen vocht krijg droog ik uit als het waterschildpadje dat ik had toen ik kind was, en dat de buurjongen zou verzorgen toen ik op kamp ging met de YMCA. Maar de buurjongen durfde niet aan te bellen, bang als hij was voor mijn vader en moeder. Die altijd genoeg te drinken hadden. 

    Een schijnwerper met helwit licht kiest mijn snare als brandpunt. Mijn zweetdruppels vallen op het drumvel en spatten in een lichtgevende nevel uiteen. Ik moet het zweten stoppen, het vocht bij me houden!

    Ik concentreer me op de muziek, die slechts in flarden mijn oren binnenkomt, alsof ik er zelf geen onderdeel van uitmaak. Hell. We spelen helemaal geen Jupiter Explosion. We spelen Marrakesh Torment. Of tenminste-John, Rik en Jake spelen Marrakesh Torment, ik speel Jupiter Explosion. Dus is er geen solo, dus geen Budweiser. Help me, collega’s! Jahweh, Allah, Ganesha met je Jumbokop! Geef ons heden ons water en bier! Maar mijn gebeden vervliegen in de mist op het podium. Wacht eens even…de mist trekt op, en onthult een gedaante. Het is niet Rik, Jake of John. Daar staat Hij, vlak voor mijn drumstel, Zijn gezicht naar mij toe. Liefdevol kijkt hij mij aan, zijn mantel wit als melk, zijn lange haren golvend als een waterval…Hoe kon ik je vergeten, Jezus Christ Superstar! 

    Zijn mond beweegt. Hij spreekt tegen me. Dan hoor ik zijn woorden:

    ‘Drink hiervan, dit is mijn zweet, het zweet van het verbond, dat voor velen wordt geplengd tot vergeving van zonden.’

    De Messias verandert de helwitte lichtbaan op mijn snare in een baan van sprankelend geel, het zweet zijns aanschijns, waarin Hijzelf oplost. Ik les mijn dorst met het licht, het bruisende licht dat drinkbaar is, het Goddelijke zweet dat mij bedwelmt als Dionysos achter zijn vilten drumstel. Vilten drumstel? Voorwaar, ik zeg u: mijn drumstel is veranderd in een vilten exemplaar. En waarom hebben Rik, John en Jake pakken aan die ook van vilt zijn gemaakt? En waarom draait de lavende lichtbundel weg? Lampje, waarom zwenk je? Ik spring over het vilt achter het gerstelicht aan, ik val, maar beland zacht op mijn rug op het vilten podium. Mijn ogen zijn wijdopen, en kijken recht in de landingslichten van Ganesha. God van de reizigers, land zacht! In gedachten zie ik de olifant rechtstandig dalen. Haar buik klapt open, en honderden stewardessen in sarongs van dunne doorzichtige lichtblauwe stof dansen een choreografie met hun blote voeten op het vilten vloerkleed. Ze gieten India Pale Ale in mijn mond vanuit kelken die op hun blote schouders rusten. Maar in het echt dorst de Jumbo hier niet te landen en verdwijnt uit het zicht.  En dan, heel plotseling, is alles donker. Honderden schijnwerpers zijn gedoofd. Nu kan ik het steelpannetje zien. Ik hoor geklap. Onheilspellend  langzaam ritmisch geklap van zestigduizend paar handen. Sally, waar ben je? Ik wil bier. Beer. Grote beer.

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'googleplus');"> google+
  • twitter
  • pinterest
  •   Het lukt niet, ik zie alleen maar zijn rug in de verte. ‘Rik! Rik!’, probeer ik boven het gejuich van het publiek uit te komen. Maar Rik lijkt nog verder weg, klaar voor actie, zijn ogen gericht op de fretten van zijn versleten Fender. En Jake heeft zijn microfoon van de standaard afgehaald. Hij rent de catwalk op die ver het publiek insteekt. Omdat ik niet aftel, dondert zijn stem over de mensenzee: ‘ONE, TWO, THREE, FOUR!’  ‘Ik heb dorst!’, roep ik naar niemand in het bijzonder. We zouden het moeten doen zoals wielrenners. Met een bidon aan onze instrumenten. Met een rietje.

    Toen we pukkelige jongens waren in een garage, droomden we na de bandrepetitie  over het Godendom.  Nu ben ik een God, maar ik wil maar één ding: drinken. In Godsnaam, drinken. Maar de massa wil show, hier, ergens in Europa, God weet waar,  in een stadion. We spelen onder de rook van een vliegveld. De landingslichten van de Jumbo’s voeren een surreëele dans op met het schijnsel van onze theaterlampen. Het is bijna volbracht, God zij geprezen. Sally, ik kom thuis. Je bent vandaag jarig, maar ik kreeg je niet aan de lijn. Misschien lag je wel in je bed, moed te verzamelen voor de dag. Je krijgt van mij een zwembad. Eigenlijk wil ik je liefde geven, maar een zwembad is makkelijker. Het leven doet mij ook pijn, Sally. Meer pijn dan ooit, omdat dit het is wat ik altijd al wilde, en dit het dus is. Daar neem ik pillen voor, poeders, injecties….Maar voor de dorst, voor de dorst moet ik even kunnen stoppen, even alles stilleggen en drinken. Dan herinner ik me dat er een halve liter Budweiser naast mijn basedrum staat, onaangeroerd. Mijn rechterhand bevindt zich maar veertig centimeter van het ingeblikte koude vocht af! Maar die heeft het druk met de snare te bedienen, met de toms, met de cimbalen….. Wacht even. Denk helder na, zegt een stem in mij. Heerlijk helder, kloekklinkend frisdrinkend…….zet alles eens op een rij. In Jupiter Explosion zit de solo van Rik. Je begeleidt hem dan alleen op je hihat. Met je voet! Dan kan je de Budweiser pakken,  het lipje verwijderen en het bier in één keer achterover gooien. Halleluja! Gered! Maar waar blijft die solo nou? Die had er al lang moeten zijn. Ik ga dood. Als ik nu geen vocht krijg droog ik uit als het waterschildpadje dat ik had toen ik kind was, en dat de buurjongen zou verzorgen toen ik op kamp ging met de YMCA. Maar de buurjongen durfde niet aan te bellen, bang als hij was voor mijn vader en moeder. Die altijd genoeg te drinken hadden. 

    Een schijnwerper met helwit licht kiest mijn snare als brandpunt. Mijn zweetdruppels vallen op het drumvel en spatten in een lichtgevende nevel uiteen. Ik moet het zweten stoppen, het vocht bij me houden!

    Ik concentreer me op de muziek, die slechts in flarden mijn oren binnenkomt, alsof ik er zelf geen onderdeel van uitmaak. Hell. We spelen helemaal geen Jupiter Explosion. We spelen Marrakesh Torment. Of tenminste-John, Rik en Jake spelen Marrakesh Torment, ik speel Jupiter Explosion. Dus is er geen solo, dus geen Budweiser. Help me, collega’s! Jahweh, Allah, Ganesha met je Jumbokop! Geef ons heden ons water en bier! Maar mijn gebeden vervliegen in de mist op het podium. Wacht eens even…de mist trekt op, en onthult een gedaante. Het is niet Rik, Jake of John. Daar staat Hij, vlak voor mijn drumstel, Zijn gezicht naar mij toe. Liefdevol kijkt hij mij aan, zijn mantel wit als melk, zijn lange haren golvend als een waterval…Hoe kon ik je vergeten, Jezus Christ Superstar! 

    Zijn mond beweegt. Hij spreekt tegen me. Dan hoor ik zijn woorden:

    ‘Drink hiervan, dit is mijn zweet, het zweet van het verbond, dat voor velen wordt geplengd tot vergeving van zonden.’

    De Messias verandert de helwitte lichtbaan op mijn snare in een baan van sprankelend geel, het zweet zijns aanschijns, waarin Hijzelf oplost. Ik les mijn dorst met het licht, het bruisende licht dat drinkbaar is, het Goddelijke zweet dat mij bedwelmt als Dionysos achter zijn vilten drumstel. Vilten drumstel? Voorwaar, ik zeg u: mijn drumstel is veranderd in een vilten exemplaar. En waarom hebben Rik, John en Jake pakken aan die ook van vilt zijn gemaakt? En waarom draait de lavende lichtbundel weg? Lampje, waarom zwenk je? Ik spring over het vilt achter het gerstelicht aan, ik val, maar beland zacht op mijn rug op het vilten podium. Mijn ogen zijn wijdopen, en kijken recht in de landingslichten van Ganesha. God van de reizigers, land zacht! In gedachten zie ik de olifant rechtstandig dalen. Haar buik klapt open, en honderden stewardessen in sarongs van dunne doorzichtige lichtblauwe stof dansen een choreografie met hun blote voeten op het vilten vloerkleed. Ze gieten India Pale Ale in mijn mond vanuit kelken die op hun blote schouders rusten. Maar in het echt dorst de Jumbo hier niet te landen en verdwijnt uit het zicht.  En dan, heel plotseling, is alles donker. Honderden schijnwerpers zijn gedoofd. Nu kan ik het steelpannetje zien. Ik hoor geklap. Onheilspellend  langzaam ritmisch geklap van zestigduizend paar handen. Sally, waar ben je? Ik wil bier. Beer. Grote beer.

  • %0A%0Ahttps://schrijverspunt.nl/verhalenwedstrijd/ik-heb-dorst%0A%0A" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'email');"> email
  • instagram
  •   Het lukt niet, ik zie alleen maar zijn rug in de verte. ‘Rik! Rik!’, probeer ik boven het gejuich van het publiek uit te komen. Maar Rik lijkt nog verder weg, klaar voor actie, zijn ogen gericht op de fretten van zijn versleten Fender. En Jake heeft zijn microfoon van de standaard afgehaald. Hij rent de catwalk op die ver het publiek insteekt. Omdat ik niet aftel, dondert zijn stem over de mensenzee: ‘ONE, TWO, THREE, FOUR!’  ‘Ik heb dorst!’, roep ik naar niemand in het bijzonder. We zouden het moeten doen zoals wielrenners. Met een bidon aan onze instrumenten. Met een rietje.

    Toen we pukkelige jongens waren in een garage, droomden we na de bandrepetitie  over het Godendom.  Nu ben ik een God, maar ik wil maar één ding: drinken. In Godsnaam, drinken. Maar de massa wil show, hier, ergens in Europa, God weet waar,  in een stadion. We spelen onder de rook van een vliegveld. De landingslichten van de Jumbo’s voeren een surreëele dans op met het schijnsel van onze theaterlampen. Het is bijna volbracht, God zij geprezen. Sally, ik kom thuis. Je bent vandaag jarig, maar ik kreeg je niet aan de lijn. Misschien lag je wel in je bed, moed te verzamelen voor de dag. Je krijgt van mij een zwembad. Eigenlijk wil ik je liefde geven, maar een zwembad is makkelijker. Het leven doet mij ook pijn, Sally. Meer pijn dan ooit, omdat dit het is wat ik altijd al wilde, en dit het dus is. Daar neem ik pillen voor, poeders, injecties….Maar voor de dorst, voor de dorst moet ik even kunnen stoppen, even alles stilleggen en drinken. Dan herinner ik me dat er een halve liter Budweiser naast mijn basedrum staat, onaangeroerd. Mijn rechterhand bevindt zich maar veertig centimeter van het ingeblikte koude vocht af! Maar die heeft het druk met de snare te bedienen, met de toms, met de cimbalen….. Wacht even. Denk helder na, zegt een stem in mij. Heerlijk helder, kloekklinkend frisdrinkend…….zet alles eens op een rij. In Jupiter Explosion zit de solo van Rik. Je begeleidt hem dan alleen op je hihat. Met je voet! Dan kan je de Budweiser pakken,  het lipje verwijderen en het bier in één keer achterover gooien. Halleluja! Gered! Maar waar blijft die solo nou? Die had er al lang moeten zijn. Ik ga dood. Als ik nu geen vocht krijg droog ik uit als het waterschildpadje dat ik had toen ik kind was, en dat de buurjongen zou verzorgen toen ik op kamp ging met de YMCA. Maar de buurjongen durfde niet aan te bellen, bang als hij was voor mijn vader en moeder. Die altijd genoeg te drinken hadden. 

    Een schijnwerper met helwit licht kiest mijn snare als brandpunt. Mijn zweetdruppels vallen op het drumvel en spatten in een lichtgevende nevel uiteen. Ik moet het zweten stoppen, het vocht bij me houden!

    Ik concentreer me op de muziek, die slechts in flarden mijn oren binnenkomt, alsof ik er zelf geen onderdeel van uitmaak. Hell. We spelen helemaal geen Jupiter Explosion. We spelen Marrakesh Torment. Of tenminste-John, Rik en Jake spelen Marrakesh Torment, ik speel Jupiter Explosion. Dus is er geen solo, dus geen Budweiser. Help me, collega’s! Jahweh, Allah, Ganesha met je Jumbokop! Geef ons heden ons water en bier! Maar mijn gebeden vervliegen in de mist op het podium. Wacht eens even…de mist trekt op, en onthult een gedaante. Het is niet Rik, Jake of John. Daar staat Hij, vlak voor mijn drumstel, Zijn gezicht naar mij toe. Liefdevol kijkt hij mij aan, zijn mantel wit als melk, zijn lange haren golvend als een waterval…Hoe kon ik je vergeten, Jezus Christ Superstar! 

    Zijn mond beweegt. Hij spreekt tegen me. Dan hoor ik zijn woorden:

    ‘Drink hiervan, dit is mijn zweet, het zweet van het verbond, dat voor velen wordt geplengd tot vergeving van zonden.’

    De Messias verandert de helwitte lichtbaan op mijn snare in een baan van sprankelend geel, het zweet zijns aanschijns, waarin Hijzelf oplost. Ik les mijn dorst met het licht, het bruisende licht dat drinkbaar is, het Goddelijke zweet dat mij bedwelmt als Dionysos achter zijn vilten drumstel. Vilten drumstel? Voorwaar, ik zeg u: mijn drumstel is veranderd in een vilten exemplaar. En waarom hebben Rik, John en Jake pakken aan die ook van vilt zijn gemaakt? En waarom draait de lavende lichtbundel weg? Lampje, waarom zwenk je? Ik spring over het vilt achter het gerstelicht aan, ik val, maar beland zacht op mijn rug op het vilten podium. Mijn ogen zijn wijdopen, en kijken recht in de landingslichten van Ganesha. God van de reizigers, land zacht! In gedachten zie ik de olifant rechtstandig dalen. Haar buik klapt open, en honderden stewardessen in sarongs van dunne doorzichtige lichtblauwe stof dansen een choreografie met hun blote voeten op het vilten vloerkleed. Ze gieten India Pale Ale in mijn mond vanuit kelken die op hun blote schouders rusten. Maar in het echt dorst de Jumbo hier niet te landen en verdwijnt uit het zicht.  En dan, heel plotseling, is alles donker. Honderden schijnwerpers zijn gedoofd. Nu kan ik het steelpannetje zien. Ik hoor geklap. Onheilspellend  langzaam ritmisch geklap van zestigduizend paar handen. Sally, waar ben je? Ik wil bier. Beer. Grote beer.

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'linkedin');"> Linkedin
  • Youtube
  • Printen
  • Whatsapp
  • Telegram
  • Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen review mogelijkheid.

    Feedback voor schrijfactiviteiten

    Review voor: "Influencers"

    © Eelco Visser

    In elke boekenwinkel: