• Columns

    Columns op Schrijverspunt
  • Informatie

    Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
  • Meedoen?

    Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen (lid worden is gratis).
  • Beoordelen

    Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!
    Breng s.v.p. een stem uit  door op de gewenste (1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)
    Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Inefficiëntie in de sociale zekerheid…

was anno 2015  een kop in de Belgische kranten. Hoezo?  Moesten Belgen dan niet trots zijn op hun alom geroemde sociaal verzekeringssysteem?  We maken een reis in de tijd.  

(verantwoording : De auteur van deze bijdrage was in de vroege jaren tachtig medewerker bij een niet nader te noemen institutie in dit land die een nooit eerder geziene ommezwaai in de werking van de parastatale instellingen moest begeleiden.  Bedoeling was dat er op alle niveaus werk zou gemaakt worden van de broodnodige bijscholing van de ambtenaren en voorzichtig werd er bij vermeld dat ook de hogere functies wel wat managementtraining konden gebruiken.)

Nu ze allen dood zijn, de ene al ‘morser’ dan de andere, mag hun verhaal verteld worden.

Het begin zal eerder saai klinken, het gaat dan ook over de ambtenarij, sorry voor hen die zich aangesproken voelen, maar nadien wordt het smeuïg, beloofd!

In de jaren negentig werd door de Belgische federale regering een éénmalige bijzondere bijdrage ingevoerd om het gat te dempen in de kas van de sociale zekerheid voor zelfstandigen. Meer dan vijfentwintig jaar later bestaat de éénmalige en inmiddels ruim geïndexeerde bijdrage nog steeds. Heeft iemand enig idee wanneer de bodemloze put zal gedempt zijn?

Bij een volgende gelegenheid moet de oppositie absoluut een definitie afdwingen van het woord eenmalig.  Zoals met de vele wetteksten en politiedocumenten in Belgenland zal het alweer om  een slechte vertaling uit het Frans gedraaid hebben. Het woord eenmalig kan uiteraard een vertaling zijn van het Franse 'unique', maar zo noemen de Fransen ook de oogst van een goed wijnjaar.

Lang voor men deze contribution unique bedacht, werd er nochtans alles aan gedaan om onze nationale trots, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), terug op de sporen te krijgen door een ambitieus opleiding- en vormingsprogramma. Een soortgelijk programma werd al eerder met succes geïmplementeerd voor de industrie en kon met een simpele copypaste worden toegepast in de Administratie. 

Het aantal parastatale instellingen die onder de grote noemer RSZ vielen was legio. De voornaamste kassen waren die van de Sociale Zekerheid voor werknemers en zelfstandigen, de Kinderbijslag, de Pensioenen, de Jaarlijkse vakantie voor Arbeiders, nog ergens een kas voor Oorlogsveteranen en uiteraard de kas bij uitstek, de bankier van al deze instellingen, de voormalige ASLK (Algemene Spaar en Lijfrente Kas).

Er werd besloten om het aantal te beperken tot de genoemde instellingen en om enkel op het allerhoogste niveau te onderhandelen zijnde dit van de Administrateur–Generaals.

Tijdens een diner in een Brussels sterrenrestaurant werd de toenmalige ASLK Voorzitter overtuigd , mede dank zij de voortreffelijke Pinot Noir d’Alsace, zijn geliefkoosde wijn, om het project op te starten en te financieren.

De eerste bijeenkomst vond plaats in de somptueuze salons op de hoogste verdieping  van de hoofdzetel van de Bank in de Wolvengrachtstraat. Het was een publiek geheim dat de keuken in dit oord kon wedijveren met de beste eethuizen van het land en dat de wijnkelder op de tweede plaats stond na die van het directierestaurant van het nabijgelegen Gemeentekrediet van België. Ter vergelijking: pas op de derde plaats stond een van de toenmalige Brusselse toprestaurants.

Het succes was overweldigend: alle instellingen waren present!

Er heerste een opperbeste en vriendschappelijke sfeer, al waren de collega Administrateur–Generaals van verschillende politieke signatuur. Ook toen vierden de politieke benoemingen in deze sector hoogtij. Vrouwen vond men sporadisch op lagere echelons, maar hier zaten enkel heren rond de tafel.

Tot spijt van wie het benijdde werd men op deze verdieping ook enkel door mannen bediend. Wie daarbij goed oplette merkte dat enkele onder hen zelfs gewapend waren. Tenslotte was dit een bank en in de wandelgangen naar de zalen waar de bijeenkomst en het aansluitend diner plaats had, bevond zich onder meer een van de meest waardevolle sculpturen- en schilderijencollecties uit Europa en omstreken.

Het merendeel van de eerbiedwaardige oudere heren stonden dicht bij hun pensionering, maar al snel bleek dat het de allereerste keer was dat sommigen elkaar in levende lijve ontmoetten en al zeker niet in groep samen. Buiten de top van de RSZ zelf, die tenslotte instonden voor de inning en het beheer van de miljarden die bij de bank dagelijks binnenstroomden waren geen van de anderen ooit op de hoofdzetel van de ASLK geweest.

Tijdens de voorstelling van het project en de korte discussie nadien werd duidelijk dat er voortreffelijke sprekers in het gezelschap zaten, maar ook verbeten zwijgers. Iets later, bij het aperitief en tijdens het exquise diner kwamen de tongen wél los. 

In het verslag dat een weekje later bij eenieder in de bus viel kwam niettemin elke aanwezige uitvoerig  aan bod. Vooral de zwijgers lazen met verbazing de gevleugelde woorden  waarmee zij te kennen hadden gegeven deel te nemen aan dit groots opgezet programma  en meer nog de stevige beslissingen, die ze blijkbaar eensgezind hadden getroffen.

Een belangrijke beslissing, die ze zich wel allemaal konden herinneren was dat deze groep elkaar voortaan regelmatig tijdens een soortgelijke bijeenkomst annex maaltijd zou blijven ontmoeten. Volgens een beurtrol ging telkens een andere instelling als gastheer fungeren.

Er werd ook beslist om op lager niveau werkgroepen op te richten die de nodige aandacht ging besteden aan de specifieke noden van iedere instelling op het vlak van vorming en management.

Wat nooit in hun verslagen, maar wel onder de opstellers ervan onderling, ter sprake kwam, waren volgende  min of meer onvoorstelbare bevindingen die door deze topontmoetingen aan het licht kwamen.

Zo was er het reeds aangehaalde feit dat deze topmannen zich nog nooit in hun carrière samen in één ruimte hadden bevonden, ook niet op de kantoren van hun voogdijministers !

Voor het eerst raakte bekend dat de Rijksdienst voor Kinderbijslag iedere maand haar miljarden te laat ontving van de ASLK-bank, waardoor ze bij diezelfde bankier telkens weer geld moest lenen om haar uitbetalingen aan de rechthebbenden te financieren.

Hetzelfde scenario gold voor de Pensioenkas die keer op keer  beroep moest doen op extra kredieten om te kunnen voldoen aan de tijdige uitbetaling van de pensioenen. Ook hier verschafte de ASLK graag de nodige leningen.

Al snel bleek dat  de oorzaak van dit alles bij de RSZ zelf lag, die bij de inning van de patronale lasten bij bedrijven en zelfstandigen achterstanden opbouwde en telkens laattijdig de broodnodige middelen overmaakte aan de overige instellingen.

Het leverde de RSZ  wel het voordeel op dat de duizelingwekkende bedragen langer op hun conto bleven staan en mega intresten opleverden. Zo kon ze haar reputatie hoog houden en binnen de groep van Parastatalen de meest prestigieuze instelling blijven. De RSZ straalde dit prestige ook uit met haar luxueuze burelen op de Brusselse Waterloolaan, nabij het chique Louisakwartier. Zij was bovendien eigenaar van haar gebouwen, terwijl de Rijksdienst voor Pensioenen zijn Zuidertoren moest huren, wat al weer een gat in hun kas sloeg. Ook de Kinderbijslag zat trouwens al jaren in dezelfde vicieuze cirkel en huurde een verouderd pand in de Trierstraat.

De enige andere dienst die ook haar eigen burelen bezat was de  Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie gelegen in de straat met de ronkende naam rue des Champs Elysées, geen avenue maar ook best luxueus in vergelijking met de collega’s. Dat hier de kas, zoals gebruikelijk, niet leeg maar overvol was lag onder meer aan het feit dat de eerste golf van buitenlandse gastarbeiders, die het land in de vijftiger en zestiger jaren had overspoeld, inmiddels op pensioen was gegaan. 

Velen keerden dan meteen terug naar hun heimat, maar lieten na om hun nieuwe woonplaats in het buitenland op te geven. In hun roes snel weer huiswaarts te keren, vergaten zij dat ze het jaar nadien nog recht  hadden op hun vakantiegeld. Vijf jaar lang bleef hun cheque onaangeroerd. Daarna verdween het geld onverbiddelijk in de kas van de Rijksdienst, die er vrijelijk mocht over beschikken.

Een aantal Administrateur–Generaals, gesteund door hun politieke vrienden hebben hierin ooit verandering willen brengen en getracht deze vleespot onder alle instellingen te verdelen.  Maar zij vingen bot. Van solidariteit en sociale rechtvaardigheid gesproken !

Toen het trouwens de beurt was aan deze instelling om de bijeenkomst en het daarop volgende diner te organiseren, werden de middelen waarover zij beschikte rijkelijk ten toon gespreid. De service was navenant, maar iets pittiger dan bij de ASLK. De blonde, diep gedecolleteerde secretaresse van de baas bediende hoogstpersoonlijk en in tegenspraak met bovengenoemde krantenkop, zeer efficiënt  iedere aanwezige gast bij het aperitief. Later bleek dat zij tevens het nichtje van die baas was.

Dat er vorming en herstructurering nodig waren bleek onder meer duidelijk bij de Rijksdienst voor Pensioenen, waar er nochtans hard gewerkt werd. Zo moest  omwille van een wervingsstop, de financieel directeur het stellen zonder een aantal medewerkers. Tot drie niveaus lager dan zijn functie moest de man het werk voor eigen rekening nemen. Het is niet geweten of hij dan, naargelang de pet die hij opzette, ook één tot drie verdiepingen in de building moest afdalen. Wie hem ooit op een werkgroep meemaakte kon maar tot één besluit komen : hij was de efficiëntie zelve!

In de Zuidertoren, de hoogste wolkenkrabber van Brussel, weigerden ambtenaren soms promoties uit angst, omdat ze dan hoger in de toren aan de slag moesten. Een bekwame kadermedewerkster verschanste zich na de bekendmaking van haar promotie wenend op het toilet. Ze was tot dan toe verantwoordelijk geweest voor een team van vier personen en moest nu een afdeling gaan leiden met een veertigtal medewerkers. In haar opzicht kon ze deze functie absoluut niet aan.

De pas vervangen Administrateur-Generaal in de Pensioentoren was nog geen zestig en vond dat hij te jong was voor deze topfunctie maar hij was de enige kandidaat in deze Rijksdienst die de juiste politieke kaart had en de partij stond erop dat hij zijn verantwoordelijkheid nam.

Tijdens een van de bijeenkomsten vroeg hij of iemand gedurende het weekend in Brussel was geweest en boven op de top van de Zuidertoren het licht had zien branden? ‘De par sa fonction’ en naar analogie met de voorzitter van de ASLK had ook hij zijn kantoor op de bovenste verdieping van het gebouw. Het venster dat hoog in de wolken oplichtte was dat van zijn bureel , want hij was er (buiten de houten meubels) de enige die werkte  tijdens weekends. Het is niet nagegaan of voor hem dan de verwarming en de twee liften moesten in werking gesteld worden.

De meest gezapige en compleet stress-loze Administrateur–Generaal was deze van de Rijksdienst voor Oorlogsveteranen. Net als de nog overblijvende rechthebbenden van zijn dienst, besefte hij dat hij de laatste persoon was die deze functie zou uitoefenen en dat na hem de hele santenboetiek  zou worden opgedoekt. Er werd sterk getwijfeld of het personeel van deze instelling nog bijkomende vorming behoefde,  maar de Administrateur–Generaal was een persoonlijke vriend van de toenmalige voorzitter van de ASLK en daarnaast was het een soort eerbetoon aan deze toch gedenkwaardige instelling.

De beslissing hem erbij te nemen, bleek later zijn vruchten af te werpen want zowel tijdens de vergaderingen als bij het aperitief en maaltijden zorgde deze uiterst geestige man voor de nodige verademing en wist hij telkens op het goede moment de juiste anekdote of geslaagde grap uit de mouw te schudden.

Een gedreven en kritische man aan tafel was het hoofd van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Zelfstandigen. In tegenstelling met de meeste collega’s en niettegenstaande het  chronische gebrek aan middelen, was hij  er in geslaagd een perfect draaiend team van overwegend jonge medewerkers uit te bouwen. Niet uit noodzaak maar meer uit saamhorigheid hield de man eraan om bij vergaderingen en maaltijden present te zijn. Collegialiteit was een begrip dat hij hoog in het vaandel droeg. Dat eiste hij ook van zijn medewerkers. Hij vond dat elkeen van de aanwezigen in eigen boezem moest kijken en er voor zorgen dat zijn Administratie efficiënt draaide. Wat zijn Rijksdienst betrof was hij er klaar mee en had niet meteen behoefte  aan hulp van buitenaf.

Of tenslotte de toenmalige hoofdman van de RSZ ooit is gezwicht om de miljardenstroom binnen deze diensten van het Rijk efficiënter te maken, blijft de vraag.

Voor de huidige onderhandelaars bij de vorming van een federale regering, zal het lezen van deze column zonder twijfel een aangename verpozing zijn.

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 68
(De gemiddelde waardering is 4 door 1 stem(-men)

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Top 10: Hoogste beoordeelding in deze rubriek

Top 10 : Meest gelezen in deze rubriek

Recente inzendingen voor deze rubriek met een hoge waardering van bezoekers.

Het pluizenvisioen

nov 05, 2019 Reinder Veelinx

Een 149 BJ2 tje

nov 17, 2019 Gerard Treffers

Boeren

okt 28, 2019 Machteld Berkelmans

De grote verdwijntruc

dec 09, 2019 Evelien Deblock

Meer schrijfactiviteiten

Jouw verhaal gratis als BookBuster?

Door BookBuster krijgen minder bekende schrijvers een serieuze kans. BookBuster is een project van Schrijverspunt om (nog) minder bekende schrijvers een publicatiekans te geven. Het is de manier om…

Jouw quote te lezen voor anderen?

Een quote is een aanhaling of een citaat, ofwel een weergave van wat iemand gezegd heeft. Wij en anderen zijn erg benieuwd naar jouw quote. De quote mag van jezelf zijn of een leuke door jou gevonden…

Een sprookje publiceren ?

Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als…