Loading...
Column
Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. FTbannerEen column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.

Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is.

Columns

Ik ben er

Het had geen twee weken meer moeten duren. De operatie zou geen twee weken later plaats moeten vinden of de hele moeite was niet meer nodig geweest. Ik was al jaren ziek. Van het kastje naar de muur. Psychische klachten, heeft een schop onder de kont nodig. Zoek maar afleiding. "Ik wil dat je maandag komt werken", alsdus mijn manager de vrijdag voorafgaand aan wat, zo bleek later, de laatste doordeweekse dag bleek te zijn voor mijn val. Weken van maximaal lijden had ik al doorgebracht, de weken na de jaren vol aankondigend lijden. Maar mijn klachten waren, zogezegd, psychisch. Ik was al jaren misselijk, had enormde hoofdpijn, viel flauw waarvan ik vaak na enkele uren ontwaakte, 'neemt u maar een paracetamolletje, als het over een week niet over is, kom dan maar terug'. Die paraceramol die het alleen maar erger maakte en in ieder geval geen enkel verzachtend werk deed, waarvoor het, volgens mij, bestemd was. Van arts naar arts, onderzoeken verder, maar niets gevonden, ja, dan is het dus psychisch, zo gemakkelijk gaat dat.

Maar het wás niet psychisch, ik was niet gek, ik beeldde het me niet in, ik was geen aandachttrekker, ook geen aansteller. En dat heb ik altijd al geweten, ik heb altijd zelf het gevoel gehad dat er iets ernstigs aan de hand was. Maar wie luisterd er naar mensen waarvan verondersteld wordt dat ze psychisch zoek zijn? Juist, niemand.

Maandag begin van de middag. Het ging niet meer, ik kon moeilijk praten, at bijna niets meer, mijn huisarts, die al diverse malen op huisbezoek geweest was, vertrouwde het ook niet meer. Er ging iets gebeuren, de ambulance zou me ophalen voor een ziekenhuisopname een paar dorpen verderop, of stad, sorry, daar wil ik vanaf zijn. Er is iets, ik ben ècht ziek, voelde me enigszins erkend in mijn klachten, een triomflijke rit naar het ziekenhuis, ja, hetzelfde ziekenhuis waar mijn bloedeigen vader zijn laatste weken had doorgebracht.

Ik heb er twee dagen gelegen. Op de derde ochtend kwam de neuroloog die ik een paar weken eerder voor een niet ernstige klacht had bezocht mijn kamer op, net op het moment dat ik mijn door pijn vermoeide lichaam wat rust wilde gunnen door even te slapen.
'Hey, jou ken ik!', dat was fijn, vanwaar dit bezoek? De reden was minder fijn.
De cyste, die ik overgehouden had van mijn jonge jaren, toen ik voor de tweede keer balanceerde in het schemergebied tussen leven en dood, (de eerste keer was mijn vroeggeboorte die zo vroeg was dat levensvatbaarheid nog in twijfel te trekken was)' bleek in 'de laatste 7 jaar na de toen gemaakte scan 2mm in omvang te zijn gegroeid, en drukte de hersenbuisjes dicht waardoor het hersenvocht niet weg kon vloeien'. Een operatie was noodzakelijk, ik zou overgeplaats worden naar het ziekenhuis waar ik in mijn jonge jaren dezelfde had ondergaan.
Ik schrok. Ik had wel gedacht dat er iets was, maar dit? Wanhopig legde ik mijn hoofd op mijn kussen. Wat nu? Kan ik dit? Hoe lang heb ik nog? 
Mijn beste vriendin kwam even later mijn kamer op voor haar aangekondigd bezoek, niet veel later werd ik, vloekend en tierend omdat ik vond dat ik er prima aan was, de brancard opgetild en volgde de, voor mijn gevoel eindeloos durende, rit naar het andere ziekenhuis. Terwijl mijn moeder mijn hand vasthield vervolgde ik mijn kanonade van alle scheld- en vloekwoorden die ik kende, ik geloof niet dat ik een bereidwillende, nette patiënte was. 

Daar was ik, eigen kamer, gerustgesteld en ziek, nu kwam het misschien toch allemaal goed. Mijn moeder mocht bij me blijven slapen, ik was niet bang, maar eigenlijk was ik wèl bang. Kon ik dit aan? Wisten ze zeker dat ik niet, zoals de vorige keer, na de operatie in coma zou raken? Zou ik gewoon wakker worden? Hoeveel kans op complicaties was er? Allemaal vrij nutteloze vragen, want er restte me geen keus. de operatie werd verschillende keren uitgesteld wegens een spoedgeval, ik barstte de bewuste ochtend van de dag van de daadwerkelijke operatie, doodziek en moe, in wanhopig snikken uit, zo luid als ik toe instaat was. Ik kon bijna niet meer. 2000 mg paracetamol, dankjewel, en ik ging liggen, de laatste uren voor de operatie, die ik vermoed maar hoopvol tegemoed ging.

In operatiekleding werd ik de gangen over gerden naar de O.K., trots als ik was dat ik nu eindelijk zo'n 'ding' van binnen ging zien. Na de laatste deur mocht mijn moeder niet mee, jammer, kus, komt goed mam, wir shaffen das! 
Daar lag ik, in die imposante operatiekamer, machtig was het, ookal was ik wat onzeker. Ik kreeg de narcose, tel langzaam terug van tien tot nul. Ik geloof niet dat ik ooit een beter gevoel heb gehad dan de toen volgende, veilige, duizeligheid waarvan ik tot in alle vezels van mijn lichaam genoot, en toen was ik weg.

Toen ik wakker werd had ik een indrukwekkende hoeveelheid verband om mijn hoofd. Het was voorbij, nu kwam alles goed. De volgende dag werd ik ontslagen, ik had drie maanden herstel nodig.

Dat was 5 maanden geleden. Hoewel ik nog leef, wat opzich een pluspunt is, heb ik bijna alle klachtend hetzelfde als de jaren voor mijn operatie nog. Ik ben in verdere behandeling onder controle bij de neuroloog. Op advies gestopt met paracetamolgebruik, die slikte ik veel en zijn volgens de neuroloog helemaal niet zo onschuldig als doorgaans wordt gedacht. Eerst kijken of de hoofdpijn medicijnafhankelijk is. Over een maand, drie maanden na stop, is de volgende afspraak. Het gaat niet naar behoren, maar het gaat. Ik trek het nog en voel me in ieder geval beter dan de doodzieke episodes van de beginperiode die volgden op de euforisch goede eerste dag.
Ik ben er nog niet, en hoewel ik niet weet hoelang het nog duurt en wat er nog komt, heb ik hoop. Mijn Omas zijn oud geworden, de beste is er zelfs nog, niet kapot te krijgen. Ik kan mijn pijnen dragen, want, ach ja,  ik ben het gewend. En wat dan nog? Ik kan niet anders. Ik leef nog, ik ben er nog, ik ben er.
ik ben er.

 
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 768
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.