Loading...
Column
Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. FTbannerEen column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.

Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is.

Columns

Het sanitaire wijwaterbekken

De Small Bos had wat problemen met de waterkraan op het krappe toilet, de enige kraan die ons optrekje rijk was, beter gezegd arm, want warm water ontbrak uiteraard ook, dus de afwas van de koffie en thee was een uiterst primitief en hygiënisch zeer bedenkelijk gebeuren aan een microscopisch klein wastafeltje, dat het formaat had van een wijwaterbakje, hoewel voor minder verheven doeleinden dan het afbetten van zonden en noden, hetzij tegen gewoon warmte bij de atheïsten, die ook een penitentie kan betekenen, vooral als opvlieger in de omgeving van kerken of, en dat was voor discussie vatbaar, het afwenden van kwade invloeden en mogelijke rampen, daarom volgde wellicht ook geen heil bij deze toepassing op een tamelijk oneerbiedige plaats.

Maar verder niet zelden een ruimte waar diepgaande, berouwvolle gedachten omtrent de levenswandel opborrelden, om die vervolgens met een nonchalant gebaar door te spoelen. We leefden hier in een tweetal gescheiden ruimtes die deel uitmaakten van een hoofdgebouw en zodoende was er een Heilige der Heiligen ontstaan in de vorm van het egoïstische, exclusieve verblijf in een van de ruimtes door één man, die thuis niets in te brengen had bij een vrouw die een Rinoceros leek en niet één, maar wel twee broeken aan had, die je bij dat formaat ook wel nodig had, een soort precoloniale, leepogige Verdonk in extremis met een pantserhuid.

The Big Boss was een antisociale psychopaat, proleet en cryp van formaat, die ogenschijnlijk het liberalisme aanhing in de vorm van in alles eerst ik en een God voor de rest. Zijn schijnbare jovialiteit of ruimdenkendheid moest een niets ontziend reptielenbrein camoufleren en evenals deze koudbloedige ondersoort, was het een aaseter van de Homo Tirannicus achtigen. Zijn grote, bijna zwarte ogen, verkilden je tot op het bot en daarin keek je in de diepste poelen van het voorgeborchte, want een ziel bezat hij niet. Zijn gevorkte tong speelde altijd dubbel met blufpoker. Met gewetenloze arrogantie buitte hij iedereen uit en sorteerde hen als nullen en enen, daarbij zelfvoldaan grijzend als hij weer een schurkenstreek had geleverd, wat zijn voornaamste bezigheid was en zichzelf prijzend om zijn duivelse arglistigheid. Dat het om niets anders ging dan puur machtsmisbruik, waarvan hij zichtbaar genoot, dreef mensen tot het uiterste. Zijn Standaard uitdrukking was: “Take it or leave it” Alsof de schoft je een keus liet. Gevoel kende hij niet.

Verder was het een onhandige jongen waar het sociale omgang betrof, want van enig takt was hij volkomen gespeend en het was een hork waar je werkelijk perplex van stond. Hij dweepte met alles wat Amerikaans was en liep rond met oerouderwetse bretels en mouwophouders en het zou mij niets verbaasd hebben als hij ook nog sokophouders droeg als jarretels. Hij was in principe een Hyena van de lafste soort met de papperige, weke handdruk van een siliconenkloon, en feitelijk aartsconservatief in opvattingen. Droeg kaarsrechte zwarte brilmonturen, die zijn rechtlijnig denken onderstreepten, waar hij ten onrechte prat op ging, maar het ontging hem hoe beperkt dit was in de intermenselijke relaties en dialoog bestond niet in zijn woordenboek. Van techniek of logica had hij geen snars verstand, maar meende desondanks God zelf te zijn. Dit soort ontstaat uit verwende loedertjes, die altijd hun zin kregen en daarom menen dat het zo hoort. Het gevolg is Narcisme. Hoe dergelijke lieden op de ladder omhoog komen, begrijp je alleen als je beseft dat wat boven hem stond minstens zo verdorven was. En was het niet zo, dat de zonen van de Boze op aarde succesvol zijn?

Scrooge was bij hem vergeleken een heilige en hij geneerde zich niet om mensen van hun vakantie terug te roepen en hun vrouw en kinderen te laten zitten op locatie. Totale onderwerping was zijn motto, verdeel en heers, en alleen wie op zijn schaamteloze veeleisendheid in ging en zijn hielen likte, kwam hogerop. Dit soort lieden kiest bij voorkeur lafaards uit en andere ambitieuze crypjes of yuppies, die geen gevaar opleverden voor de stoelpoten van de troon waarop hij zat. Zijn virtuele macht reikte tot in het huwelijksbed als hij je rustig in het holst van de nacht sommeerde op te draven. Hij broedde in IJsland op zwavelige drakeneieren en wraak voor wie dit niet opvolgde en je werd geviseerd bij de eerste salarisronde. Eigenlijk hoorde hij achter de tralies.

Uit zuinigheidsoverwegingen en wellicht ook door een volkomen, maar typisch mannelijk Spartaans gebrek aan smaak, lag er een ouderwets stuk Groene Zeep op het toilet. De goedkoopste troep die denkbaar is en bovendien onaangenaam ruikt en waarvan je handen krijgt als karton. Tenminste voor mijn fijngevoelige huidje een ramp.

Ik kan mij herinneren dat wij thuis altijd Sunlicht Zeep hadden, dat onveranderlijk als sun-ligt werd uitgesproken, want er heerste een duidelijke, onbeleerbare taalachterstand, als er al van enige ontwikkeling sprake was, en al helemaal nooit op gebied van vreemde taal, Blue Band bijvoorbeeld werd ook letterlijk plat uitgesproken, dus niet als: Bloe Bend (*fonetisch) maar als Bleuband, want van Engels hadden ze totaal geen verstand. Van dit Sunlight bocht nu kreeg je na het boenen een rode kop als een opgerichte Fallus en strakke gezichtshuid waaraan alle huidvet onttrokken leek, alsof je bij wijze van spreken in de loog had gestaan, wat er overigens ook in zit. Na een wasbeurt moest je eerst je gezichtspieren oefenen om te zien of je oogleden nog wel sloten. Je wangen leken plots crêpepapier en kraakten hoorbaar. Mijn pa gebruikte het om hard geworden kwasten weer bruikbaar te maken. Wat dat voor verdere verderfelijke invloed had op je haardos laat zich raden en hij was al vroeg kaal, hoewel niet direct bewijsbaar was, dat dit door de verdachte zeep kwam.

In elk geval hielden een aantal huidklachten voor mij op te bestaan toen ik geen Groene Zeep meer hoefde te gebruiken en mijn lichaamsgeur een minder proletarisch voorkomen kreeg. Groene Zeep was universeel in gebruik en mijn moeder deed op klompen, met geitensokken aan en een schort voor de was middels een kale, houten plank en een borstel met de beruchte zeep. Een soort Ma Flodder, flodderend met een dikke laag schuim, rode handen, kokendheet water en een opgeblazen hoofd, een peuk in het hoofd, zij het dat ze geen sigaren maar sigaretten smookte tot je de rook kon snijden in partjes.

Met dat zelfde bocht en borstel werden onze ruggen en lijven geboend tot je rood als een gestoofde Kreeft in bad stond, liefst nog in koud water, want daar werd je flink van. In de winter werd er in de zinken teil een ketel heet water gegoten, maar je moest dat wel met drie delen. Mijn verwende jongste broertje mocht altijd als eerste. Daarna de oudste en ik als laatste, want de volgorde naar leeftijd had alleen betekenis als eerst de jongste, geliefde, "de Eniggeboren Zoon" was afgehandeld en net als de Godenzoon in Paradijselijke onschuld als onbevlekt ontvangen werd beschouwd, vooral na het bad, in tegenstelling tot zijn dwangmatige leugens en fantastische bedenksels die een Baron Von Münchhausen in verlegenheid zouden brengen en bovendien in de genen van mijn moeder zaten, waarvan ik ze niet tot uiting bracht. Een redenering die werd gevolgd was de stelling; dat ze van allemaal even veel hield, terwijl het alleen een blinde kon ontgaan welk een hypocriete sympathieën hier werden gedemonstreerd. Die voorinstelling gold overigens op alle gebieden.

Opvallend was het blonde haar van dit Narcistische Engeltje, dat verder bij niemand voorkwam en daarom een verdachte oorsprong had. Maar de dominante genen van mijn vader of een blonde melkboer die sprekend op hem leek, deden mij wel twijfelen, vooral ook omdat geen van zijn lichamelijke kenmerken ook maar de vergelijking konden doorstaan met de anderen. Maar wie weet was zij toch door de (on-) Zalige Geest bevrucht toen het raam openstond, wat steeds het geval was, zomer en winter, want het stonk immers altijd in huis, vooral wij, vandaar het geboen op je lijf. Het zal duidelijk zijn dat het mormel zoals ik Hem benoemde, met een zacht washandje werd gezegend en een babyzeepje, poedertjes voor zijn verwende huidje en olie, daarbij koesterende woordjes en kusjes kreeg toegevoegd. Ze kon het nooit laten om tijdens een wasbeurt openlijk met zijn tuitje te spelen, omdat haar zoon/geliefde daar zo guitig om kon lachen.

Walgelijk om te zien. Wat mij betrof niet uit jaloezie maar afkeer vanwege het onrecht, de verschillen en het gekweel waaraan ik niet de minste behoefte had. Wij waren immers, zo als zij benadrukte, “Addergebroed” en Hij, de Verhevene, de reine ziel en het modelkindje, de Adonis en Cupido die onbewust zijn pijltje in mijn gewillige moeder had geschoten.

Dat een zaak zo een kruideniersmentaliteit hanteert heeft mij altijd verbaasd. Dat was niet op gebied van zeep alleen. Koffie en thee moesten we zelf betalen, terwijl die op het hoofdgebouw elders gratis waren. Het behoort toch tot de elementaire arbeidsvoorzieningen, dat je minstens je personeel iets te drinken geeft.

Verder hing er dan een rol bandschuurpapier, zoals ik de inferieure kwaliteit toiletpapier van grijzige substantie betitelde. Die allergoedkoopste arbeiderskwaliteit hing thuis ook, want dat nam ten minste iets af, in tegenstelling tot de: “Fluwelen frutsels”, die bij de decadentie behoorden, zo meenden mijn ouders. Je moest die niet te vaak gebruiken wilde je geen permanente schaafwond maken van je delicate achteruitgang. Overigens maakte ik zelden tot nooit gebruik van dit toilet wegens mijn afkeer van ieder openbare plee en zeker als die in een mannengemeenschap staat. Ze zijn namelijk altijd te beroerd om de bril op te lichten, vooral omdat ze die vies vinden, wat overigens een cirkelredenering vormt met hun nalatigheid. Zelf water ik nooit staande. Het werd wel bijgehouden door een verloren tante, die in de zielskwijnende, kille omgeving van dit industrieterrein en uit pure ellende een huishoudsterbaantje had gezocht, omdat ze woonde in een van de bedrijfspanden en van eenzaamheid of ouderdom als een te lang liggend appeltje rimpelend opdroogde. Dat laatste zou tijdelijk worden verholpen.

Nu was dat simpele toiletkraantje niet meer in orde en besloten werd om dit te vervangen voor een zo mogelijk nog goedkoper prul, vanwege de azijnzure, Calvinistische bezuinigingen. Waar de hoofdkraan zat wisten we niet en die bevond zich in elk geval ergens in het hoofdgebouw, dat niet onder onze habitat viel. Maar mijn baas vond dat geen probleem, wimpelde alle bezwaren weg en meende dat hij dat wel even kon vervangen. Een misplaatst gevolg van het flinkheidideaal. Hoe wij ook argumenteerden, hij sprak grootmoedig dat je gewoon even moest durven en vooral snel zijn, doelgericht, rechtlijnig denken enz. De bekende mannelijke kortzichtigheid die alle gerede twijfel moet overbluffen, (die als een vrouwelijke zwakheid moest worden gezien) en in een overschat zelfvertrouwen.

En dus ging hij aan de slag met het kraantje. Zekerheidshalve, en dat onderstreepte de innerlijke onzekerheid die moest worden ontkend, had hij wel even zijn jasje uitgedaan, je kon immers niet weten en inderdaad, hij wist het ook nog niet.

Het demonteren van het kraantje leek geen probleem en vlotte steeds beter, geen wonder met de volle waterdruk erop. Het was volgens hem niet nodig om de hoofdkraan even te sluiten.

Hij stond in de aanvalshouding om bij het loskomen direct de nieuwe kraan in het vrijgekomen gat te steken. Hij had echter niet gerekend op complicaties. Op het moment dat de oude kraan hem bijna om de oren vloog door de volle waterdruk, spoot uiteraard een stevige straal water uit de open leiding, midden in zijn gezicht en wat hij ook probeerde, hij zag of vond de opening niet, omdat hij zich moest weren tegen de krachtige waterstraal, die tamelijk wild en met zeker 30 liter per minuut op hem inbeukte, maar die toch duidelijk als bron tevoorschijn kwam. Aangezien hij helaas geen duikersbril op had en zijn gewone kijkglazen weggespoeld werden, ontbrak hem toch al ieder helder zicht. Het tafereel herinnerde aan het stichtelijke tafereel, waarbij het water uit de rots werd geslagen in meer bijbels, mythische sagen, hoewel ik in hem ook wegens het ontbreken van een herderlijke staf of verdere pastorale zielsbekwaamheden, alleen al daarom geen wonderdoener zag, want dan zou hij het per slot ook hebben moeten klaren om de wateren net als in Egypte te scheiden. De vergelijking was niet eens vergezocht, vanwege de kleur vloerbedekking die in een Rode Zee veranderde en omdat het om twee gescheiden ruimtes ging, waar tussendoor wij een doorwaadbare plaats zochten. Ik mepte wat met een bezemsteel als toverstaf op het water, onder het reciteren van gebeden, net al Mozes, maar die werden begrijpelijkerwijs niet verhoord.

Iedereen weet wat er gebeurd als je een vinger op een tuinslang zet of afknijpt, als jongen leer je dat al vroeg door te proberen, bij wijze van spreken, het glazuur eraf te spuiten op het toilet, het ding begint dan heel gemeen te sproeien en in elke richting. Dat gebeurde ook hier. Je hebt niet alleen veel kracht nodig en de eerder genoemde flinkheid of zelfoverschatting om de waterdruk te overwinnen, maar ook moet je dekking zoeken voor de steeds wisselende richting van de waterfontein en daarbij en dat is zeker nog het meest moeilijk, het begin van de schroefdraad zien te vinden, wat op de tast ten enen male onmogelijk bleek in deze weinig deskundige operatie. Kortom, hij was tot op de huid doorweekt en zijn haast middeleeuwse Tweedpak kon eindelijk afgeschreven worden, omdat het een onduidelijke vorm had aangenomen en de wol waarschijnlijk nooit meer op fatsoen zou zijn te brengen. Het was letterlijk hoog water en dat zag je aan de onheilspellend krimpende pijpen om ’s mans akelig witte, kale krijtpijpjes, die bij sommige mannen bijna ten onrechte benen heten. Tegenwoordig zouden we even Apeldoorn bellen.

Intussen stroomde het water met volle kracht en vooral op dit industrieterrein was de waterdruk behoorlijk hoog. Met een gewone kraan kom je al gauw op 20 liter/ minuut, met een open leiding nog veel hoger, dus in de kortste keren liep de hal onder, gevolgd door de kantoorruimtes. We moesten beter even op zoek naar de nog onbekende locatie van de hoofdkraan en dat was minstens een honderd meter verder. Dan was het bovendien lunchpauze, want uit Calvinistische overwegingen kun je dergelijk ingrepen beter doen als het even rustig was, aldus de zelf uitgeroepen waterfitter en dat was het. Iedereen was dus lunchen. Het duurde geruime tijd vooraleer iemand gevonden werd en dan moest de hoofdkraan nog worden ontdekt. Het heeft zeker een kwartier geduurd, wat een totaal waterverbruik opleverde van een geschatte 400 tot 600 liter.

Je begrijpt, het hele kantoor stond zwaar onder water en ik overwoog alvast een feestelijke opening van het zwembad voor personeelsleden, die verplicht in zwembroek of bikini moesten verschijnen, dit laatste omdat het onpraktisch leek een kostuum te dragen in dergelijke omstandigheden.

Op zich geen onaardige gedachte, zeker niet met een aankomend aantrekkelijke secretaresse, die in minirok en witte laarzen ons verblijf wat aangenamer maakte als delicate bezienswaardigheid.
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 414
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.