Loading...
Column
Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. FTbannerEen column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.

Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is.

Columns

Hagedissenvlees

columnsTroosteloos. Stil en onbeweeglijk ligt hij gebroken, langzaam uitdrogend in het niet langer beschermende vocht, blootgesteld aan de genadeloze stralen van de Franse middagzon. Het gescheurde eierschaaltje lijkt verfrommeld. Zijn kopje en vooral de erg grote ogen herken ik. Lijfje, staart en pootjes zijn nog onderontwikkeld. En hier houdt het op. Zijn leventje in de kiem gesmoord, nog voor de geboorte.

Ik hoor een “Ach gossie, wat zielig!” in dezelfde stem, met dezelfde intonatie als ik van zijn moeder ken. Een halve tot hele octaaf hoger dan normaal, een blijk van medeleven. Mijn zoontje, met dezelfde haast moederlijke gevoelens voor kleine hulpbehoevende diertjes. Maar ook die geïnteresseerde blik die even heel goed observeert hoe zo’n hagedissenembryo eigenlijk in elkaar zit. Mijn blik. Hij wacht op het logische vervolg. Mieren zullen alles snel opruimen. Gehurkt zoomen zijn ogen in op die veel kleinere wereld, die wij normaal negeren, maar voor hem zo reëel is.

Als klein kind nam zijn moeder naaktslakken mee en stopte ze onder de dekens. Want het was zo zielig dat ze geen huisje hadden. Als klein kind probeerde ik mezelf voor te stellen, lopend tussen die mieren, de een zo groot als een hond, de ander zo groot als een paard. Elke zandkorrel een flinke kei, de tegel waarop ze lopen zo groot als een stad. Als een van de mieren het hagedissenkopje afbijt en ermee vandoor gaat, kijkt hij me met grote ogen aan. Want hij ziet zichzelf nog geen koe optillen. Ik verbaas me ook. Om hem. Omdat hij nu geen onthoofd babylijkje meer ziet, maar slechts een stuk vlees. Bestemd voor mierenkindertjes.

Toen hij kleiner was, verzon hij een verhaal. Slechte aliens hadden zich vermomd als koeien en kippen. En zij waren het, die wij om zeep brachten en opaten. Koeien en kippen zijn lief, die eet je niet. Maar vermomde aliens die toch onze wereld wilden afpakken, die kregen gewoon hun verdiende loon. Ik merk dat hij het niet meer nodig heeft. Hij staat zichzelf toe om vlees gewoon lekker te vinden; hij hoeft met zijn fantasie geen rechtvaardiging meer te construeren om dit goed te praten. Hij accepteert de wereld zoals hij is.

Ik neem de proef op de som. In Franse supermarkten is het vlees gewoon “herkenbaar”. Een konijn ligt gevild, de kop met doffe, glazige ogen die ons aanblikken er nog aan. Heel even klinkt weer het bekende “Ach gossie.” Maar dan wil hij weten hoe konijn eigenlijk smaakt. ’s Avonds, aan de barbecue, krijg ik even een fronsende blik van een van mijn nichtjes. Hoe ik het toch voor elkaar krijg, om eend te eten. Of konijn. Ik doe er een schepje bovenop. Ons huis is bevolkt door relmuizen, mooie en nieuwsgierige beesten, ze zien er uit als ratten, met eekhoornstaarten. Ik vertel dat de Romeinen verzot op ze waren. Ik kijk naar de reactie van mijn kind en zie zijn moeder in hem. Zij vond ooit twee pasgeboren relmuizen, uit het nest gevallen. Ze moesten absoluut gered worden; met enige inspanning en veel creativiteit is het ons gelukt. Ze hebben een jaar als huisdier bij ons gewoond. Maar ’s avonds schoof ze met het grootste gemak en vooral veel smaak een biefstuk naar binnen. Als een echte carnivoor. Een carnivoor met buien van kinderlijk sentiment bij kleine aaibare diertjes. Net als haar zoontje. Net als ik.

Ik neem nog een hap van mijn eend en laat mijn zoontje proeven. Weer die fronsende blik van mijn nichtje. Mijn zoontje haalt zijn schouders op en kijkt me even aan. “Kan dat beest toch ook niks aan doen, dat hij zo lekker is!”

© Edwin Bruinooge

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 1149

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.