Donkere wolk

columnsLusteloos peuter ik nog maar een mossel uit zijn schelp. 'Vind je ze niet lekker?' vraagt de collega die tegenover me zit. Ik kijk haar aan, pers er een zwak: 'Jawel hoor,' uit en probeer de brok in mijn keel weg te slikken. Iedereen zit gezellig te kletsen en ik merk dat ik steeds verder van hen wegdrijf. Het wil me maar niet lukken om te genieten van mijn afscheidsdiner. Wellicht wek ik de indruk dat ik in stilte lijd om het verliezen van mijn baan. Ik had het naar mijn zin op kantoor. Die vier ochtenden in de week gaven me een vast ritme, het contact met mijn collega's kleurde mijn werkweek. Natuurlijk zit het me dwars dat de financiële bodem onder mijn bestaan wordt weggevaagd. Maar dat is niet, wat me vanavond kwelt. Er zijn belangrijker dingen dan een baan, dan geld.

Nog niet zo lang geleden overleed een van mijn beste vrienden. Zijn overlijden heeft diepe voren in mijn ziel getrokken. Een paar weken geleden kreeg ik het bericht dat een goede vriendin ernstige gezondheidsproblemen heeft. Nog maar nauwelijks van die schrik bekomen, hoorde ik van het overlijden van een andere vriendin. Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, ontving ik gisteren een e-mail van de dochter van een zakenrelatie. Ze liet me weten dat hij ernstig ziek is. Vanmorgen merkte iemand op dat ik wel erg veel op mijn bordje krijg, de laatste tijd. 'Er hangt een donkere wolk boven je,' zei hij letterlijk. Vanavond voelt het alsof die wolk met me meegedreven is, het restaurant in. Als iedereen klaar is met eten, staan mijn mosselen er nog, nauwelijks aangeroerd. Ik heb plotseling zin om de hele pan door de zaak te smijten, mijn glaasje rosé erachteraan. In plaats daarvan sta ik op en loop ik naar buiten om even af te koelen. De wolk houdt me gezelschap.

Aan het eind van de avond word ik thuis afgezet. Mechanisch bedank ik iedereen voor de gezellige avond, de samenwerking, de fijne tijd op kantoor. Het grote boeket in mijn armen voelt loodzwaar als ik naar mijn achterdeur loop. Mijn dochter omhelst me, vraagt hoe het was. 'Gezellig,' antwoord ik lauwtjes. Zij gaat naar bed en ik zit nog uren voor me uit te staren, voordat ik besluit het licht uit te doen en naar boven te gaan. Pas tegen zeven uur de volgende ochtend, val ik in slaap. Dochterlief laat me liggen als zij naar school gaat. Tegen de middag sleep ik mezelf mijn bed uit; mijn hoofd bonkt. Werktuigelijk zet ik de pc aan en kijk ik in mijn mailbox. Een bericht trekt mijn aandacht. Het is een lief mailtje van een oppervlakkige kennis, bedoeld om me te troosten. Zijn woorden maken me aan het huilen. Nadat ik ben bedaard en mijn neus luidruchtig heb opgehaald, kijk ik steels omhoog. De wolk hangt er nog, maar het lijkt alsof mijn tranen hem een heel klein beetje lichter hebben gemaakt.