Voor schrijvers, door schrijvers

Column

Aantal gepubliceerde inzendingen: 657

Carmiggelt achterna

Ze klampt zich vast aan de tapkast als aan de laatste strohalm.

Ze is van kop tot teen gehuld in nepdieren: luipaardprint (sweater), tijgerbedrukking (legging) en krokodillenplastiek (laarsjes).

Bête chic, bête genre!

 

Haar huid is als schors rond veel jaarringen. Ook haar motoriek is houterig. Met stijve twijgjes van vingers ledigt ze een melkkuipje in haar koffie. Daar ontplooit zich een grote witte papaver.

‘Wauw! Moet je kijken! Ik ben een barista’, roept ze verrukt uit.

 

De cafébaas komt een onwillige blik in haar kopje werpen. Schrikt zich vervolgens een hoedje en duikt onder zijn toog. Om even later met een kartonnen doos terug boven te komen. Hij leest lang en fronsend. Waarna hij droog meedeelt: ‘Niks barista. De melkjes zijn vervallen.’

Om daarna te sussen: ‘Ik maak je een nieuwe koffie’.

De vrouw knikt dankbaar.

Maar als de cafébaas eraan toevoegt: ‘Op kosten van het huis natuurlijk’, bedenkt ze zich: ‘Geef maar een whisky, voor de schrik.’

 

Rechts van de tapkast hangt een flatscreen. Daarop zijn al een ganse tijd muziekclips aan het woelen. Maar nu komt een nieuwsbericht er als een spelbreker tussen.

Een lone wolf is een winkelstraat ingereden en heeft daar dood en vernieling gezaaid. Als een Boze Wolf heeft hij winkelende Roodkapjes neer gemaaid.

De ravage is enorm. Plastiekzakjes van winkelketens fladderen als doodskopvlinders tussen de met lakens afgedekte ex-shoppers.

Weer een man die in een weerwolf veranderde en de eigen roedel aanviel.

 

De cafébaas zapt de ellende weg en een gewelfde zangeres in de plaats.

Hij monstert zijn stilzwijgende klanten met hun eerste koffie of hun laatste pint. Vindt dat het zijn taak is enige animo in de barak te brengen, klapt in zijn handen en roept vrolijk uit: ‘Mensen, het wordt vandaag een prachtig mooie dag.’

Daar kijkt iedereen van op. Niemand zegt wat. Het klonk ook wat ongepast na het bericht over de gemolesteerde winkelstraat.

 

Een in maatpak verpakte vaste klant legt pasmunt naast zijn kopje, staat recht en zegt: ‘Ik ga maar eens naar mijn bank’.

Want daar werkt hij, in een bankinstelling met een roofdier in het logo.

De dierenvelvrouw komt nu ook van haar barkruk en zegt snijdend: ‘En ik ga ook naar mijn bank, de voedselbank.’

Ook de dramatiek van deze mededeling ontgaat de cafébaas volledig. Nog steeds van plan er de sfeer in te houden, werpt hij met het elan van een quizmaster een vraag in de groep: ‘Weet iemand wat een voedselbank en een spermabank met mekaar gemeen hebben?’

 

Weer blijft het stil. De cafébaas houdt er met een groot gevoel van timing de spanning in – of wat hij als spanning inschat - en schatert het vervolgens uit: ‘Ze geven je allebei iets waar je dikker van wordt’.

Niemand lacht.

 

Buiten wordt het lichter. De lucht ziet bleek violet. Het soort uitspansel waaruit purple rain te verwachten valt. Nergens een lone wolf te bespeuren, enkel pendelaars lopen als makke schapen het station in.

Het wordt ongetwijfeld een prachtig mooie dag!

 

Dit artikel delen?
Auteur: ©Kathelijne De Brauwer
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 457
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Carmiggelt achterna"

Geschreven door Kathelijne De Brauwer . Geplaatst in Column.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!