Loading...
Column
Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. FTbannerEen column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.

Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is.

Columns

Bed in

We hielden een bed-in op een regenachtige zondagmorgen in welzalige, ontaarde loomheid. De klokken van de kerk klonken vredig over het rustieke, ontwakende landschap en riepen de sporadische gelovigen op. Regen roffelde op het dakraam. Heerlijk luierend onder het dekbed luisterden we naar elkaar en de regen.

Maar het duurde maar en duurde maar, de klokken luidden onophoudelijk. Was er een noodtoestand waarbij de gemeenschap zonder brood zat? We meenden dat het een doop moest zijn en iedereen werd opgeroepen uit het dorp. Een beetje vreemd, want zoveel inwoners waren er niet. Als je niet tijdig remde schoot je door dit gehucht in een onzalige, verlaten uithoek van de wereld voor je er erg in had. De straat was niet veel langer dan een fors remspoor dat ze trokken bij de hier gebruikelijke hoge snelheden. De geluidsbarrière werd hier dagelijks regelmatig doorbroken alsof ze op de vlucht waren voor de duivel.

Toen het luiden aan bleef houden, hoorden we ook hoe de donder en het onweer onheilspellend naderden. Wellicht hadden wij de goden verzocht met een bed-in in plaats van door het noodweer ter kerke te gaan en onze zware zonden te belijden? Of misschien probeerde de pastor met verwoede pogingen om ons losbandige leven in de rails te krijgen of te bekeren. Het mocht niet baten. De regen nam nog toe en de banbliksems werden vanaf de Olympus of het plaatselijke comité der goden ons toegeworpen.

Een andere mogelijkheid is, dat hij toevallig ook een bed-in hield met een knappe huishoudster in weinig meer dan een kort, koket Frans schortje, zwarte netnylons onder een kanten setje jarretels, minirok en lakschoentjes met zeer hoge hakken. Of een van zijn meer exotische minnaressen uit een pastoraal streekharem. Wellicht zelfs een schandknaapje, in welk geval de uitstorting van de hemelse sluizen plots veel begrijpelijker werd.

We rukten een fles Champagne open en lieten Kaviaar komen. Omdat het zo donker was staken we een dozijn kaarsen aan en zetten een stemmig stukje klassieke muziek op. En met het dalen van de inhoud steeg het alcoholgehalte en onze stemming aangenaam. Onze fantasie ging in elk geval op de loop wat een waar genoegen bleek.

Als het een doop was, leek mij dit toch iets teveel benadrukt. Immers waarom een doopvont gebruiken als de Heer zelf al aanwezig was als dondergod. Het volstond immers om het kind even buiten het raam of de deur te houden om het gezegende, directe hemelwater op te vangen dat van hogerhand werd uitgegoten, zij het in een wat overdreven vorm voor een klein kinderhoofdje. Beter dan het kalkhoudende leidingwater dat uit de verderfelijke materie opwelde, want hier bestaat veel bronwater. Maar je moet natuurlijk wel behoorlijk gieten om een kinderkopje te treffen en om jaloezie te voorkomen kun je niet één hoofdje uitverkiezen, want dat wordt direct een wonder genoemd en gevolgd door eindeloze processies, boeteprediking en bedevaarten. Dan zou een toeristische bron van inkomsten opbloeien en de folkloristische stoet van kitsch en volksdevotie zou niet te stuiten zijn.

Het zou ook kunnen zijn, dat er een exorcisme plaatsvond, waartoe krachtiger middelen nodig waren, of een dodenopwekking a la Frankenstein. De “Creature” zou dan kunnen rondwaren in de door de volle maan verlichte nacht, op zoek naar hunkerende weduwen op de strozak van een bedstee. Als hij dan niet luid over een nachtspiegel of po struikelde en kletterend neer plettert met onhandige, lompe manieren een minnaar onwaardig. Maar wie valt over een wat onhandige, ruige kerel als er niets anders voorhanden is? Een pas door de bliksem opgeladen volhoudertje is immers belangrijker.

Mogelijk was de pastor opgesloten in de kerk en luide hij wanhopig geworden de klok, in de hoop dat een heldere geest hem zou komen bevrijden nu zijn Opperbevelhebber een hemelse strijd voerde tegen de elementen en de zondaren eraan herinnerde, dat hij zwaar de pest in had over de zondige levenswandel of de misplaatste aandacht voor andere, minder godsvruchtige zaken als de TV en de sport in welke vorm ook, die iedere zondag kenmerken. De Olympische goden komen er dan nog niet zo slecht af, omdat ze ieder jaar worden herdacht.

Misschien probeerde de herder de zondvloed af te wenden die over onze hoofden neerdaalde, want het regende inmiddels hevig. Wat een overdreven inspanningen moesten zij zich wel niet getroosten voor twee verstokte zondaren. Ik begreep dat de omgeving te lijden had onder ons beschamende gedrag. Wat niets afdeed aan het beleven ervan integendeel. Binarius vervulde ons met vadsige genoegens.

We zouden in het dorp eigenlijk een heidens Bon Fire moeten organiseren. Bij volle Maan in half of geheel ontklede toestand rond een altaar of Eik dansen met een duidelijke staat van opwinding in de lagere regionen, om vervolgens na voldoende toverdrank in de beschikbare wouden en struiken via de copulatie de viriele hoogtepunten te bereiken die het voortbestaan van deze nederzetting moest waarborgen.

Het zou niet helemaal duidelijk zijn wie de rechtmatige uitstorting van genen en ouderschap toebehoorde, maar dat hindert je niet in een tranceachtige toestand. Hoogstens zijn daarna familie kenmerken als flaporen en loensheid een min of meer vage indicatie van onzedelijk gedrag voor de klerikale bovenlaag die ook niet zonder zonden was. Steniging was dan ook geen te vrezen optie.

Ik dacht aan Don Camillo die als kapitein op het zinkende schip als enige stand hield in het ondergelopen dorp en van daaruit solitair de klokken luidde voor de dorpelingen op de dijken, die in der haast een kruisje sloegen in de veronderstelling dat God Zich in Zijn gramschap misschien zou bedenken en het water laten zakken. Het interbellum zou van korte duur zijn, want onvermijdelijk zouden ze weer vervallen tot hun weinig vrome levenswandel en zedeloze gedrag, dat was in de geschiedenis al vaker bewezen. Het historisch geheugen is immers licht gedementeerd.

We stikten intussen van het lachen over het onophoudelijk klokgelui dat al een uur aanhield. Wie had de sleutel? Petrus? Of wellicht was de bliksem in het elektrische paneel geslagen en was de klok dolgedraaid. Een scherpzinnige maatregel van “de Chef”, die hiermee de verderfelijke luiheid van de pastor hekelde, want die zou minstens moe zijn geworden van de armen ten hemel heffen of verstrikt geraakt zijn in de touwen. Een motor echter draaide onverminderd door, de inwoners waarschijnlijk ook. In gedachten zag ik hem bengelen als een gehangene in een zwarte soutane, een vrome Jojo aan het klokkentouw weifelend tussen hemel en aarde.

Het lukte niet om onze luiheid te doorbreken en we schaterden het inmiddels uit. Don Camillo vechtend in de klokkentoren kwam in beeld.

Het was in het dorp dat niet meer dan enkele middenstanders telde een uitgestorven boel. Het weinige wat er te beleven viel was de kerk en daar was de belangstelling duidelijk voor verminderd. Op een doordeweekse dag was er markt, die bestond uit welgeteld drie schamele kraampjes op een verder verlaten plantsoen. Alle cafe’s en terrasjes waren gesloten. Je zag geen mens op straat.

Verder was het weinig rustig, want onophoudelijk dreunden bijna prehistorische monsterlijke machinerieën door de straat die je van ver kon horen aankomen. Ze reden hier als gekken die door een kobold op de hielen werden gezeten. Het huis trilde ervan en telkens werd het tumult preluderend be- en uitgeleid door een hoog rinkelend geluid dat ik niet kon traceren, maar mogelijk van de bovenleiding kwam die aan het huis was gespannen. Die resoneerde op een of andere manier.

Het gebeurde dat ze tot diep in de nacht Maïs aan het rooien waren die hier in grote hoeveelheden werd gekweekt op het heuvelachtige landschap. Precies voor de deur stond een enorme gele vrachtwagen te draaien die werd geladen met maïs en conversatie onmogelijk maakte. Je bed in een reusachtige vibrator veranderde, of de kamer in een all-in massagesalon. Het leek soms of er een aardbeving dreigde met grote uitslagen op de schaal van Richter. De mastodonten dreunden door de straat en reden als in een steekspel op elkaar in. Enorme motorschoppen met vooruitgestoken kaken vervaarlijk laag, stormden met geweld voorbij, aangevuurd door een gek op de pedalen. Ieder moment verwachtten wij de daverende klap te horen van een collissie der Titanen. Andere trekkers van een onwaarschijnlijk groot formaat met kolossale, manshoge wielen en een laadbak als een pakhuis daverden voorbij, een spoor van aarde en klei nalatend die ze met hun malende achterpoten opgooiden in de strijd en het hele dorp met een laag vuil en zand bedekkend.

Je wagen was bijna niet meer te herkennen na zo een nacht en leek meer op een abstrakt beeldhouwwerk in onvoltooide vorm. De mensen moesten ramen en gevels met bezems en emmers afschrobben om weer naar buiten te kunnen kijken. Het deed mij denken aan het proper gewaande Nederland dat door de toeristen ten onrechte wordt geprezen, omdat vroeger de straten werden geboend of hun leven ervan afhing. Dit om te voorkomen dat ze als lui werden bestempeld, een Calvinistisch prerogatief.

De straat leek hier meer op een moeras of akkerland, want met de Maïs hadden ze ook het landgoed deels meegenomen. Het was verstandig kaplaarzen met profielzolen te dragen op die glibberige modderracebaan. Sneeuwkettingen leken mij ook niet overbodig. De autoruiten waren volledig geblindeerd. Alvorens te rijden kon je beter een paar emmers water over de auto mikken. Wassen had geen zin, want iedere dag vormde zich een nieuwe laag en je was blij als het eens regende, hoewel de modderspetters dan nog erger werden. In dit gebied bestaat toch al een zeer hoge stofbelasting. Dat zo iets midden in een dorp plaatsvindt is te zot eigenlijk. Wat een vervuiling en ergernis. De kapster had geen oog dichtgedaan omdat ze de ganse nacht op het veld bezig bleven en het lawaai niet te genieten was. In het licht van de gele lantaarns en de onheilspellende sfeer van prehistorisch geweld huiverde je als je buiten keek. Boven op de gele monstervrachtauto stond een man tot de liezen in de mais, als een draken doder met een drietand in de stomende massa die opdampte in de regen. Ik zou het bijna een boerenterreur willen noemen, je was je leven niet zeker in deze onzalige uren, het was in elk geval weinig geciviliseerd.

Het huis moest wat bewoonbaar worden gemaakt en dat vergde schilderwerk. Gewaagde kleuren van een oogverblindende soort tegen het saaie grijs dat er als een latente depressie een anticlimax vormde, maar de overspannen zenuwen kalmeerde na de heftige kleurimpressies. Het enige wandmeubel bezat een middendeel, dat ik tot de “sarcofaag” bestempelde. Een zeer hoge, vijfhoekige kast in het grijs, de deuren vormden een soort puntdak en je hoefde dus geen laatste verpakking meer te bestellen als je levensmoe werd. Wat een geruststellende gedachte.

Ik verwachtte dat om middernacht een mummie uit de sarcofaag tevoorschijn zou komen of een Magere Hein met zeis, die je om de hals viel, of in stukken over de vloer rolde, waarbij de schedel net even voor je voeten grijnzend stopte. Of mogelijk een Vampier/ Weerwolf die zijn lange tanden in gewillig vlees begroef, wellustig hakend en bloeddorstig hijgend. Zijn zwarte mantel met rode voering daarbij als vleermuisachtige schaamlap gebruikend.

Een van de esthetische vloeken in het landschap of een dorp is bovenleiding. Nog erger is dat de Centrale antenneleverancier lompweg een gat boort ergens in de voorgevel. Er een vingerdikke draad doorsteekt, die uitkomt in een nog lomper montagedoos, die niet wordt afgesloten en een gat van tien centimeter betekent, een soort granaatschot in het pas geverfde interieur. En in heel België verkopen ze geen blind afdekplaatje. Toen er een kitspuit uit mijn handen viel en de tuit brak, gooide ik die eerst weg, maar bedacht mij later en spoot de hele doos vol met kit. Dan even het plamuurmes erover en het gat was eindelijk gedicht. Verder hangen ze dan brutaalweg een serie foeilelijke, zwarte puisten aan de muur als zeepokken aan een scheepsboeg, van technische apparatuur waar je niet naast kunt kijken, compleet met uitstekende dikke stukken kabels die als een vogelspin aan de wand kleeft, zeker vijf verschillende niet bij elkaar passende bonken die het millieu heftig ontsieren. Denk maar niet dat die rechtlijnige techneuten op het idee komen een elegant, esthetisch verantwoord kastje te ontwerpen waar alles netjes in is weggewerkt. En ook al maak je geen gebruik van die voorzieningen, je mag ze niet weghalen. Er zit niet anders op dan er een meubel voor te schuiven of een betimmering. Wat heet beschaving?

Niet ver van het dorp was de Mont Noir te vinden, een 150 meter hoge berg. Op de top ligt een grensstadje, meer een straat met de gebruikelijke kitsch voor toeristen. Leder, tabak en drank, souvenirs en seks. Het opvallendste was dat het een verzamelplaats leek voor “grijze duiven”, waarmee ik bejaarden bedoel, die hier de terrassen bevolkten en winkels afstroopten of ze niets anders te doen hadden, wat wellicht ook zo was, en niet omdat het goedkoop zou zijn, integendeel. Je betaalt in België gemakkelijk een 4 á 5 Euro voor een glaasje bier.

In Brugge kost het soms zelfs een 6 Euro op het terras. Ze kunnen daar vragen wat ze willen want je kunt er over de hoofden lopen en er zijn altijd wel lieden die niet op geld kijken. Daarbij kreeg ik dan nog een walgelijke lucht in de neusgaten van de bedorven waterstand in de bloemperken of de riolering. Misschien stond de poort naar het infernum op een kiertje, want ook nu was het zondag. Je dorst is dus snel voorbij.

Net over de top van de Mont Noir ligt een prachtig park dat uitziet over Frankrijk tot zover als het oog reiken kan en dat is zeker 50 km ver op dit punt. Een schitterend uitzicht dat je terugplaatst in de middeleeuwen, toen Europa nog schuil ging onder reusachtige bossen en alleen hoge torens en kerken markeringen vormden in het landschap. Wegwijzers bestonden waarschijnlijk niet en alles ging te voet of te paard, per trekschuit of Os. Een landschap van heuvels en dalen, beekjes, rijk begroeid met veel bos en struiken, landerijen en lommerrijke gebieden, slaperige dorpjes en een lappendeken van akkers. Alles zonovergoten dronk ik het tafereel in.

In het park was op een uitgekiende locatie een prachtig landhuis gebouwd dat precies op de mooiste vergezichten keek. Een markante plek voor schrijvers die hier verzamelden om ongehinderd literaire vruchten te penselen. Ik zou direct een gedicht willen schrijven op dit moois.

Verderop meanderend over de stille bospaden, kwamen we in een verwaarloosde boomgaard met verschillende appelsoorten. Ik liep te wankelen van het hellende terrein en moeizaam voort ploeterend over het zwaar bedauwde gras en de ontelbare appels die op de grond gevallen waren in uiteenlopende stadia van rijpheid of ontbinding. Aan een van de takken hing een prachtige vrucht en ik kon die nog net plukken, een heerlijke Cox zo ik ontdekte. Het was zeer koel geworden en daarom genoot ik van de appel die mij als een verboden vrucht uit het Paradijs verleidde. Wat een verrukkelijke smaak, een culinair orgasme waard. Ik ben verzot op Cox en het kan geen toeval zijn dat juist die er hing. We zochten nog verder maar geen tweede exemplaar binnen bereik. Toch vonden we nog genoeg onbeschadigde vruchten in het lange gras. Omdat het zonde was ze te laten liggen, namen we een mand vol mee.

Later op een terras liet ik het tripel bier schuimend in mijn keelgat verdwijnen, maar niets kon de smaak van de appel evenaren op die dag. Achter mij verscheurde het schurende scharnier van het toilet mijn zoete mijmeringen, waar helaas veelvuldig gebruik van werd gemaakt. De verzameling “grijze duiven” strompelde later in uiteenlopende staat van slijtage of alcoholische invloed over het parkeerterrein. Een liep zwaar uit het lood en leek meer op het torentje van Piza, al was dat wel wat oneerbiedig van mijn schrijfduiveltje, omdat het mens noodzakelijk op een stok leunde. De meeste auto’s leken er ook grijs. Maar de zon toverde een glimlach en de dag kon niet meer stuk.

Ik moest vanwege het glaasje bier hoognodig, maar ik heb een afkeer van ieder openbaar toilet. Tot groter nood moesten nog wat zaken worden ingeslagen en ik stond dan ook te vitusdansen voor de kassa waar een rij treuzelaars en mutsen wachtte. Een ware spaargarentr*t keerde haar hele tasje, om iets te vinden dat per definitie altijd onderin ligt, dat is overigens een typisch vrouwelijk fenomeen. Onverstoorbaar voor de rij wachtenden en uiteraard lijdend aan verbale incontinentie, negeerde ze de ergernis van de aanwezigen. Ik stond op springen en keek uit naar een lege fles zonder statiegeld of een onopvallend hoekje, want een toilet was er niet voor publiek en ook al was dat er, dan zou ik dat mijden. Liever milieuvriendelijk wateren in de natuur. Ik benijdde op dat moment de honden die vrijelijk en ongeremd iedere boom als opportunistisch standpunt gebruiken. Wat een zaligheid om gewoon een pootje op te lichten in plaats van die geciviliseerde, complexe, porseleinen schandplaatsen waar je zelfs je handen nauwelijks meer durft wassen uit angst dat ze er de volgende dagen afvallen.

Een man stond op zijn dooie gemak zijn rekening exact in vier nauwkeurige delen te vouwen en liet zijn materiaal aan metalen op de band liggen, waarmee hij de verdere wachtende klanten blokkeerde en hij keek stoïcijns naar de opschudding die hij verwekte, om vervolgens het pamflet in zijn broekzak te steken. Van een dergelijke dwangneuroot zou je een fluwelen aktetasje verwachten. God heeft ze in soorten. Maar waarom komen ze op dat moment allemaal samen?

Het moet gezegd de taarten en broodjes waren er van een uitstekende kwaliteit. Verrukkelijke aardbeien met kwarkgebak streelden mijn smaakpapillen. De mensen waren vriendelijk en behulpzaam en ik heb er genoten van de gastvrijheid. Vooral de ambachtelijk gebrouwen Tripel in vele soorten smaakte mij prima. De klok wordt hier niet opgemerkt, niemand heeft haast, ze doen of ze een zee van tijd hebben, behalve als ze in hun blikken voertuig stappen, dan zijn de naverbranders actief en worden Olympische records gevestigd.

Een Bourgondische levensstijl.
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 601
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.