Loading...
Column
Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. FTbannerEen column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.

Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is.

Columns

Amsterdam, Centraal Station

Als ik na een sanitaire stop bovenin de Bijenkorf met de roltrap naar beneden ga, duw ik bij de uitgang tegen de draaideur en loop naar buiten. Ik wandel door de Warmoesstraat richting Centraal Station en ruik een vleugje marihuana. Ik volg mijn neus en blijf achter een groepje Engelse toeristen lopen die dankbaar gebruik maken van het feit dat een jointje roken in Amsterdam oogluikend is toegestaan. Ongestraft blowen is het absolute hoogtepunt van hun bezoek aan onze hoofdstad. Al ben ik al zes jaar clean (TROTS!!!), ik kan nog steeds genieten van de weeïge zoete geur van marihuana.

Op Centraal station zie ik een grote groep mensen die om een bandje van drie man staat te luisteren en te kijken. Ze maken muziek. De zanger heeft een onwaarschijnlijk mooie stem. Als hij met 'The Voice' mee zou doen zouden alle drie de juryleden direct op de knop drukken en omdraaien, zo mooi! Hij zingt 'When a man loves a woman', van Michael Bolton. Zijn stem is krachtig en heerlijk rauw! Gewéldig! Ik wurm mij tussen het publiek in en sta ademloos te kijken. Als hij uitgezongen is klap ik, net als de rest van het publiek enthousiast in m'n handen, steek mijn duim op en gooi wat muntjes in het doosje wat voor hem ligt.

Omdat ik een tijdje ademloos heb staan kijken en luisteren heb ik de trein nét gemist. Het duurt nog een half uur voordat de volgende trein komt. Nadat ik door een detectiepoortje ben gelopen en mijn OV-chip kaart heb gescand besluit ik een warme chocolademelk met slagroom te drinken in de restauratie van het station op spoor 1. Het is behoorlijk koud en tochtig op de perrons. Ik vind een plekje aan het raam en blader gedachteloos door het daklozen krantje dat ik voor €5,00 van een dakloze vrouw bij de ingang van het station heb gekocht. Als dank kreeg ik een dankbare tandeloze smile van oor tot oor. Ze wenst me een fijne dag toe. De wijzers van mijn horloge geven aan dat het kwart over vijf in de middag is.

Oudere mensen die moeizaam vooruit komen met stok of rollator. Een slechtziende vrouw, te herkennen aan haar blindenstok met twee rode dwarsstrepen. Tieners met schooltassen en sjaals die drie maal rond hun schriele nekken zijn gedraaid. Een hollende zakenman, strak in het pak, in de ene hand zijn laptoptas en in de andere zijn iPhone. Vrouwen in burka's. (Is dat in Nederland niet verboden?) Reizigers met rugzakken, allemaal steevast met zo’n waterflesje in het zijvak. Ook zie ik mensen zigzaggend door medereizigers rennen om hun overstap niet te missen. Het is spitsuur.

Één ding hebben al die door elkaar krioelende mensen met elkaar gemeen. Hun trein halen! Óf ze rennen naar het perron waar hun trein zal arriveren en vertrekken, óf ze komen abrupt tot stilstand voor het grote digitale bord in de hal met daarop de namen van steden, perrons en vertrektijden. Voor een enkeling leidt deze visuele informatie tot een spontane paniekaanval, gevolgd door een spurt naar het juiste perron.

Orde-handhavers lopen hun rondes, groepjes in blauw en rood gestoken NS controleurs babbelen er lustig op los en schoonmakers karren ijverig over de perrons met hun wagentjes vol schoonmaakspullen, swabbers, en emmers sop.

Door het Station galmt een blikkerige damesstem met een mededeling: 'Attentie, attentie. De sprinter met als eindpunt Zwolle, vertrekt via Almere Centrum en Lelystad Centrum over vijf minuten vanaf spoor 10b. Ik herhaal.......' Nadat ik mijn warme chocomelk met slagroom heb opgedronken gluur ik even in mijn handspiegeltje. Als ik mijn chocoladesnor heb weg gelikt sta ik op en schuif mijn dienblad in een daarvoor bestemde dienbladwagen. Ik loop naar spoor 10b.

Op een bankje zie ik een vrouw zitten die zeker zeventig is. Haar knot zit netjes bovenop haar strak getrokken gezicht. Haar getuitte poppenmondje a la duckface, rimpelloze gezicht, klein wipneusje en grote opengesperde ogen met zwaar aangezette wenkbrauwen die eeuwig verbaasd kijken, verraadt dat ze bij dezelfde winkel van plastisch chirurgen heeft geshopt als al die andere vrouwen die het nodig vinden hun gezicht te verbouwen. Ik vind ze allemaal op elkaar lijken en tot nu toe is, naar mijn mening, niemand in mijn vriendenkring mooier geworden na een chirurgische ingreep in het gelaat.

Dan komt er een een heel lange, slanke, knappe jonge meid naar mij toe die vraagt of ik weet waar een toilet is. Ik wijs haar in de richting van de toiletten en kijk haar bewonderend na. Ze ziet eruit als een model van Victoria’s Secret. Wie weet is ze op weg naar haar zoveelste fotoshoot in Parijs en stapt ze dadelijk op de Thalys.

Een zwerver met een volgeladen winkelwagentje, volgestouwd met plastic tassen en vodden, waarschijnlijk zijn enige bezit, vraagt mij om wat kleingeld. Ik zoek mijn portemonnee en geef hem alles wat er nog in zit. Mijn laatste euro's. Als dank krijg ik een handkus en een buiging. Ik giechel inwendig. Ik ben vandaag in een gulle bui. De arme man zal niet voor zijn lol bedelen. Hoe diep moet je in armoede gezonken zijn dat je je trots laat varen en op straat gaat bedelen?

Als mijn trein piepend op spoor 10b tot stilstand komt en de deuren open zwaaien wacht ik geduldig tot alle passagiers uitgestapt zijn. Als ik instap vind ik al snel een zitplaats aan het raam. (vooruit rijdend, want ik wordt misselijk van achteruit rijden) Aan de andere kant van het gangpad zit een man met twee verschillende kleuren sokken, een zwarte en een lichtgrijze. Zijn smoezelige zwarte jas is bezaaid met roos schilfers en hij draagt een ziekenfondsbrilletje dat bij elkaar gehouden wordt met plakband.

Naast hem ploft een opgeschoten tienermeid met roze haar neer die het nodig vind handsfree te bellen. Niet dat ze haar handen vol heeft, of zo... Ik blijf het raar vinden, alsof ze in haarzelf praat, alsof ze niet goed snik is. Best wel irritant eigenlijk. Het gesprek gaat werkelijk nergens over maar blijkbaar vind zij zelf van wel en denkt ze ons een plezier te doen door ons, haar medereizigers, deelgenoot te maken van haar 'interessante' gesprek. De tienermeid kijkt mij terloops met een vragende blik aan, in de veronderstelling dat ik inmiddels op de hoogte ben van de sappige details van haar gesprek, alsof ze een reactie van mij verwacht. Ik trek een wenkbrauw op, steek nog nèt geen 'talk to the hand' op en ik denk aan die grappige reclame van Kermit de kikker met een kopje Liptonice thee. '.........., maar ik bemoei niet!'

Mensen zijn rare vogels of beter gezegd, rare zoogdieren. Om ze te observeren hoef ik niet naar een dierentuin, ik kijk mijn ogen uit.

I ❤️ AMSTERDAM!
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 589

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.