column
FTbannerEen column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
 
Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst een te loggen. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is. .

Leden van Schrijverspunt kunnen maximaal 4 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.
Hier kwam vroeger heel geregeld een bruine pater, je kent vast die pij, voorzien van kap en om het middel een koord, de bijbehorende paternoster, die van die joekels van houten parels had, zodat je zeker geen Wees Gegroet of Onze Vader over het hoofd zag. Die pater kwam wekelijks langs, je kon je absoluut nooit vergissen dat hij het was die aanbelde, steevast hield hij zijn vinger vast gekit op die bel, tot je verplicht kwam open doen, liefst op een drafje wou je niet gek worden van die schelle bel.

Onwillekeurig dacht ik aan een film met Laurel en Hardy waarin de nijdige bel ontploft met een rookwolkje als er iemand met ergernis op drukt, ze konden dat zo leuk in scène zetten. Niet thuis geven was geen optie, of je deurbel hing aan diggelen. Ik zie hem nog binnen komen als Sinterklaas maar in de verkeerde “outfit”, zich neerploffend op "zijn" stoel, zich uitstrekkend en klaar om watertandend en likkebaardend te gaan genieten van al wat er aan lekkers voorbij kwam. Ik was een kind van zeven jaar.

Steeds als die pater binnen kwam, verscheen er een rij citroenen op tafel, die netjes op een rijtje in het midden van die tafel bleven liggen, steevast zes citroenen. Een mens zou denken, waarom al die citroenen? Maar wij kinderen durfden dat niet aan, tot een van de broers het lef had toch de vraag te stellen, “waarom toch wekelijks die citroenen?” Een brede grijns verscheen op zijn smoel, pardon? gezicht en hij deelde ons mee: “die verdeel ik onder de armen”.

Wij dachten; “ook triestig voor die arme mensen als je alleen citroenen krijgt te vreten”, we zwegen wijselijk. Tot op een goede dag hij rechtop ging staan in ons bijzijn en zei, “Kijk nu ga ik die citroenen verdelen onder de armen”, en weet je wat, hij verdeelde ze letterlijk onder zijn armen!!! Die pij had langs beide kanten vanonder zijn oksel zakken en daar verdwenen die citroenen in, ze waren voor meneer zelf, niks armen....... voor hem?? Misschien hield hij van een citroentje met suiker, maar daar hoorde per slot ook jenever bij. Ja, dan denk je een liefdevolle man, al zijn het maar citroenen die hij verdeelt, maar hij doet tenminste toch iets. Hoe kan je je vergissen.

Hij was de levende mascotte van de zeeschout, een flink uit de kluiten gewassen pater, die het aandurfde in zo'n sloepje plaats te nemen, er moesten telkens enkele scouts aan te pas komen om het bootje snel terug in balans te krijgen dat vervaarlijk overhelde op het onstuimige water onder zijn immense gewicht. Mijn moeder zei altijd, “Jij verzuipt nog eens met die lange vodden aan”. Wij kinderen zetten grote ogen, dat ze zulke woorden durfde te gebruiken tegen zo'n “heilig” man.

Ze heeft verdorie gelijk gekregen, hij is verzopen, hij was niet te vinden, al was die niet klein van postuur en zeker niet van omvang. Had hij die dag maar citroenen gehaald, ze hadden hem misschien nog kunnen redden, hoewel, zes citroenen houden dat gevaarte niet drijvend. Er werd gewacht met de begrafenis, misschien vonden ze hem nog, wie weet? Na 14 dagen werd besloten hem te "begraven" zonder kist.

Hij had wel iets van “Nessie” in Loch Ness, die mastodont was per slot ook onvindbaar: Te water gelaten, een zeemansgraf. Dat was voor ons kinderen een zeer vreemde begrafenis, er was geen lijk, voor hetzelfde geld was dat ergens aangespoeld, aan lager wal zoals dat heet, of in de goot. Of zou de haak uit de laatste acte een rol spelen, in dat geval bleef er mogelijk alleen een (citroen-) huidje over en ja vind dat eens? Ze hadden als symbool een foto van hem gezet, helaas zonder citroenen die zo bij hem hoorden.

Nooit, echt nooit heb ik geweten wat die deed met wekelijks zes citroenen. Niet om uit te delen, dat staat vast, ik was getuige a Charge, dat ze in zijn eigen zakken verdwenen. Hij had ze letterlijk achter de ellebogen, nauwkeuriger gezegd, onder de oksels. Wie weet was het een deodorant waarmee hij misschien de slechte geur van heiligheid probeerde te maskeren die hij verspreidde? Misschien was die zo gezond van al die citroenen dat onze lieve Heer beslist heeft, Ik laat hem maar verzuipen. Onkruid vergaat immers niet, dat moet je bijna doodknuppelen. God hebbe zijn verzuurde ziel. Al kan ik niet beweren dat hij een zuur gezicht had, zijn smoelwerk bleef er na al die citroenen stralend en gezond uitzien, blozend als een citroen, mede wellicht door de vitaminen tot..... juist ja, mijn moeder gelijk kreeg.

Ze hadden hem eenvoudiger en op meer passende wijze beter per luchtpost-envelop naar de hemel kunnen sturen. Als het ware per kerende post. Vooropgesteld dat ze daartoe een passende gleuf konden vinden.

We hanteren de term “uitvaart” en niet toevallig. In historische tijden werden de stoffelijke resten op een bootje geladen en een rivier of zee opgeduwd. De zee is met “haar” zoute water een synoniem voor het vruchtwater van de Godin. Symbolisch werd je dus teruggegeven aan de oermoeder. Ook het ter aarde bestellen in de kist is een soortgelijk ritueel, de kist is in feite een holle boom. Je wordt dus in haar baarmoeder teruggelegd en in de aarde die eveneens de oermoeder is. We spreken immers over de materie d.w.z. Mater- (moeder) ie en de moederschoot der aarde. Een boom met een gat erin was een symbool van de oermoeder (of vrouw Holle), daarom werden kinderen in holle bomen te vondeling gelegd en voedden daarmee de mythe dat de oermoeder hen had gebaard. Om dezelfde redenen gebruiken we een wiegje.

Maar hier werd het bootje uitgespaard, eenvoudig omdat dit iets te overdreven was voor een foto.

En voorts was hij zelf al ten onder gegaan in Haar schoot, zoals hij waarschijnlijk gewoon was.

Vroeger moesten we voor de school biechten, we huiverden bij de gedachte naar het inferno te moeten. Die biechten werden altijd snel afgeraffeld door meneer de Pastoor. Hij droeg een grote zwarte strik op zijn kont als een verlaat paasei. De gedachte aan het vruchtbaarheidssymbool was ook niet ver gezocht, want deze mannelijke Bunny popelde om met zijn minnares het bed in te duiken, die ongeduldig bij de deurpost stond te wachten met saam geknepen dijen van wellust.

Verder dan snoepen uit de suikerpot kwam je niet als kind en dat was al een pekelzonde op kleuterleeftijd! Hij preekte Hel en verdoemenis, pek en zwavel, eeuwige duisternis en de meest verschrikkelijke scenario’s. Wat beweegt iemand om met onmiskenbaar genoegen zijn jeugdige of volwassen publiek tot huiveringen te bewegen? Macht? Sadisme? Toneelambities? Theater? Morbide humor? Iets van dat alles wellicht. Per slot was het een toneelstuk dat aan de Romeinse arena’s deed denken die met bloed doordrenkt werden en is niet de hele Roomse kermis gericht op theater? Zijn begeerten die met een heel ander soort snoepen samenhingen, kwamen uiteraard niet in het gezichtsveld.

Eens kwam een jongetje aangestapt, dat met voetbalschoenen in de kerk wilde omdat hij die vergeten had om te wisselen, hij werd eruit gezet. Kindjes met vuile handen mochten ook niet binnen in Gods huis, daar zag hij streng op toe. Zijn eigen vuil pollekens inspecteren deed hij natuurlijk niet.

En daarmee overtrad hij het gebod “Laat de kinderkens tot Mij komen want derzulken is het Koninkrijk der Hemelen” (Marcus 10/14). “En zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem beter, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en dat hij in zee geworpen ware” (Marcus 9). Welnu iets dergelijks moet hebben gespeeld op de Schelde, want hij kwam per slot nooit meer boven, tenminste niet op dit ondermaanse.

Het was nog in de tijd dat de mis in het Latijn werd gecelebreerd dat niemand begreep en de priester met de rug naar het publiek stond als om aan te geven dat hij maling aan je had, wat strikt genomen ook zo was. Een van de priesters zong zo vals als een krolse kat bij volle maan. Toen de uitvoering van de mis werd gewijzigd en hij het gezicht naar het publiek moest wenden, kwam zijn gebrek nog duidelijker aan het licht en was zijn amuzikale gekweel, dat iets had van te hoog aangespannen kattendarmen op een ontstemde, wormstekige viool, aanleiding tot grote hilariteit en schuddebuikend genoot het publiek van deze spontane stand up komediant, die hiermee op onverwachte wijze ongewild theater maakte. Voor de kinderen was dit een minder leuk evenement, want wie hij betrapte te lachen, kreeg straf door een Onze Vader extra in te voegen als penitentie.

Mijn God toch, die Scrooge oma wou zo graag haar man bij zich, diezelfde die ze altijd de mond snoerde, nog voor die open was, ze had "geluk", hij werd jaren eerder begraven, en vermits die toch al jaren zweeg als het graf, kon ze der nu gerust bij gaan liggen, zonder gestoord te worden, en voor de buitenwereld het plaatje op te hangen, “zelfs in de dood zijn we samen gelukkig en één”. Hoe je dat postuum doet is niet helemaal duidelijk, hoewel morbide details beweren dat er een blijvende erectie optreedt bij de Rigor Mortis. Hun plaatsje werd afgebakend met zware kettingen, alsof ze nog steeds schrik had om bestolen te worden, of iets te moeten delen. Ze was zo gierig dat wij zakdoeken kregen met grote gaten erin met de mededeling dat er voor een snotneus nog plaats naast was.

We hadden medelijden met mijn opa, die man zag ons heel graag zag, maar mocht dat nooit bewijzen, spelen met ons kon hij niet, want hij had zwaar astma, en dat kwam haar goed uit, hield die alvast zijn mond. Hij hing voortdurend aan zo'n oranje blaas om lucht te krijgen, 't leek wel een versie van een eerste waterpijp, alleen rookte die niet, wat met zijn ziekte niet ongezond was. Alles nam ze die man af, zelfs zijn trots. Spelen dat mocht niet bij "heilige" oma, daar moest je je gedragen, alsof ze de heilige maagd zelf was. Waarom was het nodig dat hij ons een snoepje gaf? Zulke “ongezonde dingen” had ze toch niet in huis, en de gezonde dingen die kregen we niet, die moesten we thuis maar eten. Zelf genoot ze van glaasjes Boeren jongens, waarvan de pot in een hoekkastje achter de bijbel verscholen was. Geestrijk vocht dus.

Zijn graf was afgebakend, met "gewone natuursteen", een eenvoudig bloemetje, zoals de man zelf was, we kregen thuis de melding dat het graf verwaarloosd was, de regen had zand weg gespoeld, de oeroude zerken afgebakend met joekels van kettingen, alsof ze schrik hadden dat de afgestorvene de benen neemt, die laten ze met stille devotie rusten. Niks mis mee dat die engel al jaren scheef hangt, alsof die net van kroegentocht thuiskomt, het hoort zo. Het was van een notabele en daar blijf je af en misstanden pasten daar wonderwel bij. Zo kreeg hij postuum toch nog een vermaning waartegen hij niets meer kon ondernemen. Justice after all?

Dan was er een zeer katholiek gezin, ze zorgden voor een aantal adoptiekinderen en dat werd op den duur financieel te zwaar. Ze vroegen de kerk om bijstand. Die werd geleverd in de vorm van een doos met waspoeder, terwijl er zeker in die tijd geen wasmachine bestond voor hen en daarin was een hoeveelheid losse erwten gemengd die de kindjes er als Assepoester uit moesten vissen, daarmee was de liefde voor de kerk snel over. Iets dergelijks overkwam ook anderen. Er heerste grote armoede en in uiterste nood werd de kerk gevraagd om hulp. Toen de geestelijke op bezoek kwam, zag hij op tafel een potje suiker staan en meende dat dat zo een grote luxe was, dat verdere hulp geweigerd werd. Dat was het einde van iedere godsvrucht. Wellicht de citroen wat niet eens zo ver mis is, want Adam en Eva zijn afgebeeld met de Lulav en de Etrog, beiden vruchtbaarheidssymbolen, de eerste is masculien, de laatste is feminien en inderdaad een citroen-achtige vrucht. Anderen menen dat het een afrodisiacum zou zijn, wat de erfzonde wel onderstreept.

En dan die nonnen! Zo moest ik 's avond net voor het aflopen van de school, nog snel iets naar de directrice brengen (non), geloof het of niet, ze zat straalbezopen achter haar bureau, in gezelschap....... wel netjes gescheiden (ten minste wat ik gezien heb) stel je voor, ik was me dood geschrokken. Ze schaamde zich rot en had geen leerling meer verwacht in haar "domein". Die het hardst roepen hoe te leven, die zouden heel even hun hand op eigen hoofd moeten leggen waarop de boter smelt, en zien wie eronder staat.

Niet alleen die Pausen leefden openlijk in concubinaat, elke zich zelf respecterende koning had toch ook een concubine, of voedsters voor de kinderen, ja ja....... met den ene, de grote "gevoed". Het is van alle tijden.

De katholieke school kon er ook wat van, we kregen missiezakjes mee naar huis, voor de arme negertjes, diezelfde van het lege zilverpapier, ze waren naamloos en je mocht geven wat je kon missen, was heus voldoende, mijn ouders hadden al niet veel, dus had ik enkele frankskes gekregen, éénmaal in de school was je verplicht!! je naam erop te schrijven, en naar gelang de inhoud werden je rapport punten berekend, dat noemde zich dan rechtvaardige katholiek.

Van koekoeksjong gesproken. Ik wil mijn oma geen onrecht doen, ook al was ze geen leuk mens. Ja, de kerk heeft mensen hun geest "verdraaid". “Scrooge” was een geschikte naam voor haar, alleen heeft ze nooit met enige Kerst haar leven gebeterd, ze kon niet met haar man door één deur, was zo'n schat die niet onder één slof lag, maar onder een ganse schoenenwinkel, ze snoerde hem altijd de mond, nog voor die hem open had. Eens overleden krijste ze het ganse kerkhof bij elkaar, en moest ik haar als kind zijnde van het graf sleuren van haar "dierbare man", zo schijnheilig. Schaamde me naar, ze lag gewoon op die zerk, ongelooflijk zo’n spektakel, er is een operadiva aan haar verloren gegaan. Een bijna Faustiaanse sterfscène met smartenkreten en dolkstoten, waarna ze een keel opzetten zoals ze bij leven niet op konden brengen. Dat ze maar rusten in vrede, en mij in vrede laten. God hebbe haar doorpekte ziel, die zal er Zijn handen vol aan hebben bij het laatste oordeel.

Grootmoeder was al wel "netjes weduwe", toen ze in bed dook met haar huurder. Toen ik eindelijk achter de waarheid kwam van der "naastenliefde" in de vorm van “ziekenzorg” geloofde ik het nog niet eens, dit kon niet waar zijn, zo'n heilig mensje en seks hebben zonder huwelijk. Het was zij, die netjes opschreef wanneer een koppel huwde, en ging uittellen bij de geboorten of ze geen "vieze dingen" hadden gedaan, daar hield ze zich mee bezig.

Voor zichzelf hanteerde ze andere normen, daar kwam de duivel niet aan te pas, en kneep God vast een oogje dicht voor de goede gang van zaken. Die man zag zo rood als een kalkoen, en ik stom kalf dacht, dat die zo koortsig was, ja natuurlijk was die koortsig, van ongeduld ja. Het was hij die zich al zaken toeeigende, na haar overlijden, gezien zijn vele "griepaanvallen" kon die vrij haar appartement betreden. Ik hoop dat hij er gelukkig mee is geworden. In elk geval werd hij er beter van. Een aardig voorbeeld van vruchtbare hospitaliteit en “chronische” ziekte.

Mijn ouders hebben mijn veranderd gedrag toegeschreven aan het enorme gemis van mijn overgrootmoeder, zij wisten niks van "het kruisje" geven. Ze (grootmoeder) gebruikte dan nog de kerk als dekmantel voor haar verdraaide daden, bah... Een "echte" liefdevolle oma heb ik niet gekend, nooit één snoepje. Mocht bij haar mijn spaarpotje zetten, moest er wel geld van thuis instoppen, ja ja tot het leeg was, en ze zei. “Ik was zo arm”, dit terwijl ze net een spieksplinter nieuw appartementsblok had gezet, voorzien van snufjes waar wij het bestaan niet van kenden.

Ik had als kind een landschildpad, toen de mijne was overleden, zei ze stralend: “Ik heb een schildpad gekocht”, ik wist niet wat me overkwam, voor mij een schildpad? Nee, voor het dochtertje van de burgemeester. Zij papte aan met de notabelen. Hoe ik ook smeekte, kreeg geen schildpad, ik vroeg dan om het geld van mijn ouders uit mijn spaarpotje. “Ik geef je je geld wel terug”, nooit meer gezien uiteraard. Haar eigen enige dochter heeft ze onterfd voor zover ze dat wettelijk kon, geëist dat we niet op haar begrafenis kwamen, we hebben met "liefde" die “eis” ingewilligd.

Ze was Roomser dan de paus, toen ik meneer van beneden in haar bed vond. Ik was nog te jong. Hij had de “griep” en zij verzorgde hem. Dat laatste klopte, ze "betaalde" haar rekening, want ze liet zich onderhouden (en inenten) door die man, terwijl ze zelf bulkte van het geld. Ik suffe koe dacht nog, “ze doet eindelijk eens iets aan naastenliefde”, misschien wordt dat er ook onder geklasseerd, zou kunnen.

Mijn eigen grootmoeder had ook vreemde trekjes, ze sloeg nooit, maar wist ze, daar is ze bang van, gegarandeerd, ik had het aan mijn broek, dreigen met duivel en hel was ook haar ding. Haar moeder overleed, een gouden mens (hoe die zulk een dochter had gebaard???) Toen was het nog zo, dat een overledene thuis opgebaard bleef, een mensje van achter in de 80 jaar was aan een hersenbloeding overleden, door de vele medicijnen snel blauw uitgeslagen, cyanose, met open mond, maar je moest als goede katholiek toch een “kruisje” gaan geven.

Ik was zes jaar, mijn ouders op pad om die uitvaart te regelen en het serpent dwong me een “kruisje” te gaan geven, ik was zo bang van een lijk. Het enige wat ze kon bedenken was me erbij opsluiten, ze duwde me binnen en deed de deur op slot. Ik heb doodsangsten uitgestaan, durfde werkelijk niet voorbij dat bed, want ik was anders door het raam gesprongen. Voor mijn ouders terug kwamen werd mij uit Levieten gelezen, één woord, “en de duivel snijdt 's nachts je buik open, haakt je vast aan zijn vreselijke haak en sleurt je mee de hel in”, maanden, jaren heb ik 's nachts mijn buik vast gehouden, dat ik toch zou voelen als die duivel kwam, pas 8 jaar later durfde ik het aan mijn ouders vertellen, ze vonden me raar reageren bij een volgend overlijden.
Dit artikel delen?
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap