column
FTbannerEen column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
 
Wil je ook een column publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst een te loggen. Dan vind je de mogelijkheid om een column toe te voegen in je persoonlijk menu. We publiceren columns in volgorde van ontvangst en maximaal een per dag. Bij veel inzendingen is het dus mogelijk dat je column pas weken later zichtbaar is. .

Dag van …’

In de krant vernam ik vanmorgen dat het vandaag wel een heel bijzondere dag is. Geen feestdag, geen hoogdag, geen verjaardag, maar wel weer eens een ‘dag van …’. Zijn de 365 dagen van het jaar dan zo saai, vroeg ik mij af, dat we ze te hooi en te gras boven hun alledaagsheid moeten uit tillen door er een ‘dag van …’ te maken? Telkens weer vinden we een reden om op die manier de banaliteit van de doordeweekse dagen te overstijgen. Ieder jaar op de internationale vrouwendag worden alle vrouwen op een sokkeltje geplaatst, zowaar voor de hele dag. ´s Anderendaags staan ze weer met beide voeten op de grond. Voor zover ik weet, hebben we voor de andere helft van de wereldbevolking nog geen datum gevonden. Ook het kind heeft zich op die manier in de spotlights weten te plaatsen: op de ‘dag van het kind’ steekt ieder ukje het vingertje op om de goegemeente eraan te herinneren dat het er nu ook heel en al bij hoort. Vastberaden klimt de peuter op datzelfde sokkeltje, en houdt zich daar, eveneens voor de rest van de dag, flink recht. De lijst is lang. Er is een ‘dag van de landbouw, een ‘dag van het slachtoffer’, een ‘dag van de wetenschap’, een ‘dag van de jeugdbeweging’, en ga zo maar door. Ook beroepsgroepen hebben zich op die kalender weten te nestelen: er is een ‘dag van de leraar’, een ‘dag van de logopedist’, een ‘internationale dag van de verpleegkunde’, en wat nog al. Het zal wringen worden als elke beroepsgroep zijn ‘dag’ wil verwerven. Tenslotte zijn er maar 365 kansen te grijpen, en veel daarvan zijn al toebedeeld. Geen zorg, als we uitgeteld zijn, kunnen we met de 52 weken van het jaar verder gaan. Daarvan zijn er ook al enkele gecapteerd: de ‘week van de vrijwilliger’, de ‘week van het bos’, de ‘week tegen het pesten’, enzovoort. Ooit hadden we hier te lande een ‘week van de soldaat’, maar die vecht er niet meer voor.

En kijk nu eens welke ‘dag’ vandaag plaatsvindt: de ‘wereldtoiletdag’. Waaraan zouden we dát te danken hebben? Ik lees in de krant dat méér dan 2 miljard mensen geen goede sanitaire voorzieningen, lees: geen toilet, hebben: ‘892 miljoen mensen ontlasten zich in openlucht, 856 miljoen gebruiken een emmer of een put in de grond, en 600 miljoen delen een toilet met andere huishoudens.’ De Verenigde Naties hebben ze allemaal geteld, daar zijn ze lang mee bezig geweest.

Ook bij ons wordt de Grote Boodschap wel eens buiten het gebruikelijke winkeltje afgehandeld. Een moedige onderzoeker met een fijne neus voor merkwaardige ontdekkingen heeft vastgesteld dat 36 procent van de Vlamingen ooit daarvoor de bosjes is ingedoken. Behoudens voor 1 respondent was dit steeds uit noodzaak, rapporteerde hij. De boeiendste vraag voor mij is, waar het die éne respondent dan wel om te doen was. Wat motiveerde hem om zijn comfortzone te verlaten, en onder een blauwe hemel of onder een hemel vol sterren moeder aarde met zijn drollen te verrijken? Als het niet uit noodzaak was, wat dan wel? Heeft hij zijn buurman, met wie hij over de haag ruziede, letterlijk een loer willen draaien voor diens deur?

En zeg nu eens, wat is er eigenlijk mis met dat feest in openlucht? In het oude Rome waren op vele plaatsen onder de blote hemel zelfs collectieve openbare toiletten gebouwd zonder schotten tussen de zitjes. De Romeinen konden daar dus gezellig met elkaar keuvelen terwijl ze ongegeneerd hun ochtenddeposito afgaven. En de geur dan, zal je vragen, hinderde die dan niet? Antropologen getuigen dat keutels niet altijd en overal vies bevonden werden, ofschoon ze natuurlijk altijd en overal zichzelf gelijk gebleven zijn. Het is dus maar een kwestie van smaak, nietwaar, en die wordt ons aangeleerd. Trouwens, scatologen, dat zijn geleerde mensen die zich in ernst over de drollen buigen (nu ja, buigen...), beweren dat alleen de ruft van een ander niet zo lekker geurt. Ieder ruikt graag zijn eigen stukkie, heet het.

Zelf ben ik één van die 36 procent Vlamingen, die het al eens buiten geriskeerd hebben. Neen, ik ben niet die éne, die dat niet uit noodzaak deed. Integendeel, ik deed het omdat ik geen andere uitweg zag; of beter, omdat mijn opa geen andere uitweg zag. Ik was met hem meegegaan naar de akker, waar hij de hele dag te doen had. En dan moet het natuurlijk gebeuren dat je daar, ver van huis, de aandrang voelt, die je je, als alles goed gaat, in de beslotenheid van de bestekamer doet terugtrekken. Maar van een bestekamer was mijlen in de omtrek geen sprake. Ik huilde van radeloosheid, want ik kon het boeltje nauwelijks ophouden. ‘Trek uw broek af en ga ginder tussen de bieten hurken’, riep mijn opa. In géén tijd zat ik geplooid tussen de lange bladeren, die mijn problematische bezigheid veilig aan het zicht van de wereld onttrokken. Pas als het te laat was, besefte ik dat ik het daar zonder papier moest stellen. Ik riep mijn opa om hulp, maar die had natuurlijk ook niet meteen de galantste oplossing. ‘Trek een paar bladeren van de bieten af’, riep hij terug. Een betere oplossing zag ik ook niet, en volgde dan maar die aanbeveling. Oh gruwel, wat brandde mijn holleke daarvan, alsof er duizend naalden in gepriemd werden. Ik stopte meteen de schoonmaakoperatie nog vóór ze tot een goed einde gebracht was. Wenend van ellende ben ik naar huis gewaggeld, choreografisch vermijdend dat de schade alsmaar groter werd.

Ik had er geen benul van dat ik vele jaren later zou leren hoe mijn lijden tussen de bieten niet voor niets geweest is. Niet alleen heb ik de bietenakker voor een weelderige oogst een vlokje biomassa geschonken, vandaag weet ik dat ik daarmee zelfs de wetenschap een handje heb toegestoken: want zonder mijn bijdrage zou die geleerde curieusneus misschien nooit aan zijn 36 procent gekomen zijn.

V

Dit artikel delen?

Graag je mening

Dit artikel is passend in deze rubriek - 3 stemmen
21
Dit artikel handhaven (tzt NIET verwijderen)? - 6 stemmen
60
%

Elk kwartaal verwijderen we een aantal artikelen. HELP ONS MET KIEZEN. Je kunt ons helpen door je mening te geven. Zo heb je invloed op de inhoud van Schrijverspunt.Je kunt ook een reactie geven.

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap