Loading...

Een fragment (een pagina, een afbeelding, een gedeelte van de tekst, etc.) geeft soms een aardig idee over de rest van een boek. Bezoekers krijgen d.m.v. een boekfragment kans om kennis te maken met het boek van de betreffende auteur. Auteurs stellen het op prijs als je een reactie geeft.
Door auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd of geredigeerd door de redactie van Schrijverspunt.

Zelf ook een boekfragment uit jouw boek toevoegen? Dat is mogelijk en gratis, als je boek vrij te koop is. Vergeet niet om behalve het fragment ook de titel, auteur, ISBN, prijs, etc. te vermelden.

Wiard en de Friese veldtocht

Begin september 1345

Vaag kwam de stem hem bekend voor, maar Wiard kon hem niet thuisbrengen. Het moest al erg lang geleden zijn dat hij hem voor het laatst had gehoord. En het hoofd van de spreker was onherkenbaar verborgen in een zwarte beulskap, die alleen twee gaten voor de ogen vrijliet.

“Je hebt het nooit in de gaten gehad, je was met dingen bezig, die je belangrijker vond. Maar ondertussen slipte het gestaag tussen je vingers door, ongrijpbaar als fijn zand. En opeens was het op, weg, en was je het kwijt.

Wat? De tijd, je jeugd. Toen je jong was, lag de toekomst voor je, onmetelijk als een oceaan. En daar zou het allemaal gebeuren. Ver weg in de tijd. Het heden was niet belangrijk. Als het zo uitkwam zou je de dingen doen, die alleen de jeugd vermag,… maar het kwam er nooit van. De toekomst lag als een blinddoek voor je ogen. Maar je had Theudesinde om je te helpen.

Nu is het voorbij en is Theudesinde weg en moet je woekeren met de tijd, die je rest. Dat is de prijs, die je moet betalen; er is geen weg terug... Zou je de verloren tijd willen inhalen?

Goed, jij mag je jeugd overdoen. Niet alleen je jeugd; je hele leven mag je binnenkort overdoen…in de fractie van een seconde voor je zult sterven.”

De man haalde de kap van zijn hoofd. Het bleek de muntmeester te zijn uit Medemblik[1], hoewel dat onmogelijk was. De muntmeester was dood. Hij was als moordenaar geëxecuteerd.

Daarop werd Wiard wakker. De droombeelden hingen zwaar in zijn hoofd. Hij klom uit de bedstee en liep naar het venster om wat frisse lucht te scheppen. Het was een warme zomeravond.

Soms vormden de wolken dieren of reuzen als enorme plukken witte wol op een blauwe achtergrond, maar vandaag had de hemel wel een te laag hangend gordijn geleken dat steeds verder zakte.

Buiten verduisterde een donker firmament de aarde. Het was doodstil, maar plotseling sloeg de bliksem in op een paar honderd meter afstand met een oorverdovende knal. Kort werd de wereld verlicht met een kil, wit licht om daarna weer in het donker te verzinken. Van tijd tot tijd volgden meer bliksemschichten, gepaard gaand met luide donderslagen. In de intervallen tussen de uitbarstingen was er niets te zien of te horen. Er vielen geen buien en het woei ook niet, er was alleen pikzwarte duisternis; wat het gevoel gaf dat je telkens in een zwarte bewusteloosheid terugzakte na heel even te zijn bijgekomen.

“Droog onweer”, mompelde Wiard. “Bliksemschichten en donderslagen zonder regen.”

[1] Zie Wiard van de Nuwendoorn.

Dit artikel delen?
Pin It
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief