Loading...

Een fragment (een pagina, een afbeelding, een gedeelte van de tekst, etc.) geeft soms een aardig idee over de rest van een boek. Bezoekers krijgen d.m.v. een boekfragment kans om kennis te maken met het boek van de betreffende auteur. Auteurs stellen het op prijs als je een reactie geeft.
Door auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd of geredigeerd door de redactie van Schrijverspunt.
Bij de laatste poll kwam duidelijk naar voren dat er minder behoefte is aan de rubriek 'Boekfragment'. Gezien dat resultaat hebben we besloten die rubriek over enige tijd te beëindigen. Het is nu niet meer mogelijk om een boekfragment toe te voegen. Bestaande boekfragmenten blijven nog een beperkte periode online.

Weg van jou. Voluit leven met de dood in het lijf.

In de laatste uren van donderdag 16 mei 2013 stopte voor mij het leven zoals het was, zoals ik het had gekend en zoals ik het had gedroomd. Het was de nacht waarin Claudine overleed. Niets was nadien nog hetzelfde. Niets nog vanzelfsprekend. Niets nog zonder schaduw.

Ik start de film op 19 september 2008. Het is een zonnige, landerige namiddag in de zoom van de zomer en ik ben bij de opening van een nieuwe delicatessenzaak in onze gemeente. Een van onze schepenen is er medevennoot en als burgemeester wil ik hem bij de opstart van zijn zaak een steuntje in de rug geven. We hebben net een rondleiding gekregen in de sfeervolle winkel met vele Italiaanse producten, met talloze cadeautips en met – gelukkig – vele soorten olijven. We staan in de tuin met een glaasje prosecco als mijn gsm overgaat. Ik zie op het scherm dat het Claudine is. Eerst begrijp ik niet goed wat ze me vertelt en daarom loop ik door naar het andere eind van de tuin. ‘Kan je naar huis komen, schat? Ik heb net telefoon gekregen van Katrien,’ zegt ze. Katrien is haar huisdokter. Haar stem breekt en ze snikt verder: ‘Ze heeft gevraagd of ik dadelijk naar haar toe kan komen, want ze heeft slecht nieuws over dat onderzoek in Gasthuisberg.’ Enkele seconden stilte aan beide kanten. ‘Ik ben zo bang. Wil je met me meegaan?’ Wat een overbodige vraag. ‘Ik kom dadelijk,’ antwoord ik. ‘Rij zeker niet zelf met de auto. Ik ben er over tien minuutjes. Het graagst.’ Dat ‘het graagst’ is een bewust in stand gehouden taalfout die we al maken sinds we op elkaar verliefd werden. ‘Ik zie je graag,’ zei zij. Waarop ik, de taalfreak: ‘Ik zie je grager.’ En zij dan weer: ‘Ik het graagst.’ Sindsdien is dat voor ons beiden de overtreffende trap van ‘graag zien’.

Terwijl ik zo snel mogelijk afscheid neem van mijn collega’s van het gemeentebestuur en me een weg laveer doorheen de vele nieuwsgierigen, klopt mijn hart droog in de keel. Ik herinner me een tafereel van onze vakantie in Oostduinkerke. We zaten samen met Ellen en Karen, onze dochters, op het terras van het ‘Zoet Genot’ een glaasje te drinken toen Claudine zo ongemerkt mogelijk begon te kokhalzen in haar lege glas Cola, alsof ze zich verslikt had. Maar de substantie waarmee ze het glas vulde, was groen met zwarte brokjes, niet bruin. De kinderen en ik hadden er toen met verbijstering naar gekeken en haar zelfs verwijtend aangesproken, omdat ze al de hele zomer had beweerd dat ze zich goed voelde, terwijl wij duidelijk hadden gemerkt dat ze veel minder at dan gewoonlijk, dat ze sneller moe was en dat ze nog langer dan gewoonlijk roerloos boeken las of op haar strandzetel lag te zonnen. We lieten haar beloven om onmiddellijk na de vakantie naar de huisarts te gaan, die haar voor nader onderzoek naar Gasthuisberg had gestuurd. Daar kreeg ze een laryngo-tracheoscopie, een cameraonderzoek van de slokdarm en de maag. Dat is een verschrikkelijk onaangenaam onderzoek, waarbij ze eerst de rubberen darm in haar keel niet had kunnen verdragen, waarna het met enige verdoving wel lukte. Ik mocht toen naast de monitor zitten en merkte meteen dat de slokdarm er niet rood of roze, maar zwart uitzag. Wat een verschil met twee jaar voordien, toen ze ook al een dergelijk onderzoek had ondergaan, omdat ze depressief heette te zijn en geen eetlust had en men wou nagaan of ze eventueel een maagzweer had.

Toen was er op haar slokdarm geen vlekje te zien geweest. De arts die de nieuwe laryngo-tracheoscopie uitvoerde, haalde er onmiddellijk haar supervisor bij, die bijzonder zorgelijk keek. We kregen toen geen nadere toelichting, maar de huisarts zou spoedig het protocol van de resultaten toegestuurd krijgen.

Ik kom thuis en tref in de zetel Claudine aan, die me met bange ogen aankijkt en me met trillende handen omarmt. We rijden naar de huisarts en mogen dadelijk binnen in haar kabinet. Tactvol, maar zonder omwegen, vertelt ze het slechte nieuws. Het slokdarm- en maagonderzoek heeft uitgewezen dat er meer dan waarschijnlijk sprake is van tumoren.

Tumoren. Tumoren? Het licht gaat uit en we voelen allebei de hemel op ons hoofd vallen. Tumoren, zoals in ... kanker? De huisarts brengt voorzichtig, maar in alle zwaarte de boodschap over. Het ziet er niet goed uit: de hele slokdarm en de maag lijken aangetast. Ze gaat over tot een eerste klinisch onderzoek van haar hele lichaam en merkt dat ook haar borsten zijn aangetast. Claudine zegt dat ze haar borsten regelmatig op ‘bolletjes’ heeft gecontroleerd en er geen heeft gevonden. De arts verduidelijkt dat niet alle borstcarcinomen uit grote, tastbare verhardingen bestaan, maar dat er ook zijn die je niet op die manier kan waarnemen. Stilte, verbijstering. Tranen die zonder snikken langs de wangen lopen. ‘Ik wil absoluut zeker zijn van wat ik vrees,’ zegt de huisarts, ‘en daarom heb ik voor morgenochtend al een consult kunnen vastleggen in de privépraktijk van een van de topproffen die in Gasthuisberg met borstkanker bezig zijn.’ ‘Het is morgen zaterdag,’ merk ik op. ‘Dat weet ik,’ zegt ze.

We stappen wezenloos naar de auto en rijden terug naar huis. Zwijgend zitten we in de zetel. Geen van beiden doorbreekt de stilte. Terwijl we sprakeloos trachten te vatten wat niet te begrijpen is, komen onze dochters nietsvermoedend binnen. Ze zien ons wenen en beseffen onmiddellijk dat er iets zeer ernstigs aan de hand moet zijn. Ik vertel hen wat hun mama net te horen heeft gekregen bij de dokter. Ellen barst in tranen uit en stamelt: ‘Je gaat toch niet dood, hè mama? Dat kan niet! Je mag niet doodgaan, mama!’ Ik stel haar – en mezelf – wat gerust door te zeggen dat we daar nog lang niet aan toe zijn, dat er eerst een onderzoek moet plaatsvinden door een prof van de universiteit, dat de wetenschap tegenwoordig tot veel in staat is en dat we niet moeten panikeren vooraleer daar reden toe is. Karen zegt op dat ogenblik niets. Ze is in shock.

Titel: Weg van jou.
Ondertitel: Voluit leven met de dood in het lijf.
ISBN: 9789462661714
Dit artikel delen?
Pin It

Boekfragment

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief