Loading...

Een fragment (een pagina, een afbeelding, een gedeelte van de tekst, etc.) geeft soms een aardig idee over de rest van een boek. Bezoekers krijgen d.m.v. een boekfragment kans om kennis te maken met het boek van de betreffende auteur. Auteurs stellen het op prijs als je een reactie geeft.
Door auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd of geredigeerd door de redactie van Schrijverspunt.
Bij de laatste poll kwam duidelijk naar voren dat er minder behoefte is aan de rubriek 'Boekfragment'. Gezien dat resultaat hebben we besloten die rubriek over enige tijd te beëindigen. Het is nu niet meer mogelijk om een boekfragment toe te voegen. Bestaande boekfragmenten blijven nog een beperkte periode online.

Voetballer in de tuin van Epicurus

Preambule

 Het is mei 2025. Bro sluit de deur van zijn chique palazzo aan de via Appia in Rome. Hij laat het verleden achter zich en neemt zich vanaf nu voor het leven op zijn manier te leiden, met het vizier gericht op levensgeluk. Het is een opmerkelijke beslissing om minstens twee redenen. Bro is twintig jaar jong. Hij kijkt terug op een leven dat eigenlijk nog moet beginnen. Dat hij een professionele voetballer is, maakt de verwarring over zijn besluit alleen maar groter.  

♦♦♦  

Niets berust op toeval en de naam is een voorteken: ‘Nomen est omen’,  zo ook Bro’s naam. Bro is geen ‘brother slang’ overgewaaid uit Afrikaanse, Afro-Amerikaanse of Nederlandse subculturen. Zijn naam berust op een plattere verklaring. Het zit zo: Bro’s vader was MVV-supporter en fan van de legendarische Willy Brokamp. Aan hem ontleent Bro  zijn naam en voetbaltalent.  De overeenkomsten tussen Bro en deze Brokamp blijven beperkt tot het  voetbalveld, omdat Bro een zachtaardige en bescheiden jongen is, op het verlegene af. Willy Brokamp daarentegen, stond bekend als een enfant terrible. Zijn vader had hem de anekdote verteld over een Maastrichtse pastoor die fervent MVV-supporter was en Brokamp na een door MVV verloren wedstrijd goedmoedig aanklampte. De pastoor had gezegd: ‘Ze wilden er vandaag maar niet in, hè witte?’  Het stoorde hem nog steeds wanneer zijn vader tot vervelens toe  Brokamps reactie met bulderende lach imiteert: ‘Ach meneer pastoor, als hij er vannacht maar ingaat, hè?’ 

♦♦♦  

Bro is geboren en opgegroeid in Simpelveld. Dat zijn naam voluit Bro van Simpelveld luidt, is  daarom geen mysterie. Zijn achternaam heeft misschien nog meer invloed op zijn identiteit dan zijn voornaam. Bro voelt zich niet zo slim, niet per se dom, maar eerder simpel. Op school kan hij meekomen en daar is alles mee gezegd. Hij is trager dan de andere kinderen. 9  Dat Simpelveld evenwel niets met simpel te maken heeft, maar het dorpje zijn naam ontleent aan de verbastering van het uit Latijn afgeleide ‘sempre verde’,  doet er verder niet toe.   

♦♦  

Bro mag dan in zijn hoofd genesteld hebben dat hij simpel is en trager dan anderen, dat wil niet zeggen dat hij minder goed nadenkt. Hij stort zich graag op levensvragen en neemt geen genoegen met antwoorden die hij niet begrijpt. Op tienerleeftijd neemt hij al kennis van de Griekse filosofen en mythologie. Over een boek van driehonderd pagina’s doet hij ruim een jaar. Zijn manier van lezen is omslachtig, maar helpt hem wel een tekst goed te begrijpen.  Eén verhaal heeft hij stukgelezen. Het is afkomstig van Aristophanes, een Griekse dichter en tijdgenoot van Socrates. Deze Aristophanes stond niet bekend als de knapste geleerde van zijn tijd. Vergeleken met zijn vrienden was hij misschien wat trager en simpeler van geest. Enfin, het is Aristophanes’ mythologische verklaring over het ontstaan van de mens, die Bro zo fascineert. Volgens deze Griek was de mens vroeger één geheel, een uiterst krachtig wezen met vier benen, twee hoofden en vier armen. Die mens was zo sterk dat hij de goden leek te bedreigen. Zo ver liet Zeus het niet komen. Hij hakte met zijn zwaard de mens doormidden, die  sindsdien voortdurend op zoek is naar zijn wederhelft om zich weer één te kunnen voelen. Een entiteit bestaande uit een man en vrouw, een man en man of een vrouw en vrouw. Bro kan de gedachte niet van zich afzetten dat ook hij incompleet is en op zoek moet naar zijn wederhelft. Soms vermoedt hij dat zijn schoolvriendin Fidan zijn afgespleten helft is.  Hij voelt geen lichamelijke drift, hij wil gewoon dicht bij haar zijn, dan is het goed. Meer is het niet. 

♦♦♦

Niets berust op toeval, maar evenzogoed kan beweerd worden dat alles op toeval berust, met Bro’s geboorte op de eerste plaats. Vanaf zijn zeventiende jaar verdiept hij zich in de filosofie van Epicurus. Een filosofie die 10  het toeval als axioma heeft omarmd. De omstreden Epicurus kocht omstreeks 300 v. Chr. aan de rand van Athene een tuin en startte daar zijn school voor zoekers van het levensgeluk. Al snel wordt Bro gegrepen door Epicurus’ motto: ‘Leef in het verborgene.’  Elke keer als hij deze vier woorden leest, is het alsof hij in de spiegel kijkt. Hij hoeft niet zo nodig in het middelpunt van de belangstelling te staan, hij niet.

♦♦♦  

Hoeveel onrecht kan Bro verdragen? Wie zijn de anderen die zich een oordeel over hem aanmatigen? En hoe is het met zijn eigen oordeelsvorming gesteld?  Bro is weliswaar bescheiden, maar houdt er wel degelijk een eigen mening op na. En die eigen mening is zijn  houvast in een wereld waarin de leugen het vrijwel steeds lijkt te winnen van de waarheid en waarin hartstocht boven vriendschap verheven is.
Dit artikel delen?
Pin It
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief