Loading...

Een fragment (een pagina, een afbeelding, een gedeelte van de tekst, etc.) geeft soms een aardig idee over de rest van een boek. Bezoekers krijgen d.m.v. een boekfragment kans om kennis te maken met het boek van de betreffende auteur. Auteurs stellen het op prijs als je een reactie geeft.
Door auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd of geredigeerd door de redactie van Schrijverspunt.

Zelf ook een boekfragment uit jouw boek toevoegen? Dat is mogelijk en gratis, als je boek vrij te koop is. Vergeet niet om behalve het fragment ook de titel, auteur, ISBN, prijs, etc. te vermelden.

Verloren zielen, mens of demon

Hoofdstuk 1 - De indringer.

Ik werd gewekt door vreemde geluiden. Het was in het midden van de nacht en toch scheen er een vreemd licht door mijn raam naar binnen. Ik dacht onmiddellijk aan het huwelijksfeest van mijn buurman twee weken geleden. Het was een echt kabaal geweest en er was muziek, gezang en veel geroep en getier aan te pas gekomen, maar nu hoorde ik enkel geschreeuw. Er was overduidelijk paniek te horen in de stemmen buiten en dat maakte me bang.
Voorzichtig sloop ik naar mijn raam. Toen ik het raam opende, kwamen de rook en het vuur me tegemoet. Het zag ernaar uit dat het volledige dorp in vlammen opging. Ik zag mensen rennen in alle richtingen, het was een totale chaos. Kinderen riepen om hun moeders en vrouwen probeerden hun kinderen te vinden. Mannen deden hun best om op hun beurt hun gezinnen te helpen. Ze gebruikten hooivorken, keukenmessen en zelfs stenen om hun families te beschermen tegen de soldaten die ons dorp waren binnengevallen. Hun acties waren volkomen nutteloos tegen de getrainde soldaten.
Ik herkende de aanvallers aan hun uniformen. Het waren soldaten van koning Garmyr, een meedogenloze man die zichzelf tot koning had uitgeroepen. Sommige mensen geloofden zelfs dat hij een demon was, opgestaan uit het diepste van de hel. Dat was natuurlijk klinkklare onzin. Alsof demonen bestonden.
De rook werd verstikkend en ik sloot mijn raam. Ik hoorde hoe er hard op de voordeur werd gebonkt. Een man schreeuwde en noemde mijn vader bij naam: ‘Anwar, ik weet dat je er bent! Vandaag is de dag van mijn wraak! De dag dat ik je je leven ontneem!’
De deur begaf het door het brute geweld dat erop werd uitgevoerd. Ik hoorde voetstappen in de gang beneden. Dit alles leek op een vreselijke nachtmerrie en ik kneep mezelf in de arm. Auw! Ik was wakker. Dit alles gebeurde echt. Ik hoorde hoe twee zwaarden op elkaar insloegen. Ik was doodsbang, maar ik kon me toch niet als een lafaard verstoppen? Ik nam een moedig besluit en greep de dolk die ik altijd onder mijn kussen verborgen hield. Het was een prachtig en vlijmscherp wapen. Mijn vader had het mij cadeau gedaan voor mijn tiende verjaardag, zodat ik mezelf kon beschermen. Nu leek het er echter op dat ik het wapen zou moeten gebruiken om hem te beschermen.
Met de dolk in mijn hand geklemd stapte ik de gang in. Het was hier pikdonker en er waren plekjes genoeg waar een aanvaller zich verborgen kon houden. Hij kon geduldig zijn tijd afwachten en dan plotseling op het gepaste moment tot de aanval overgaan. Koude rillingen liepen over mijn ruggengraat. Ik was pas dertien en niet echt groot voor mijn leeftijd. Ik vroeg me af wat ik zou doen wanneer ik oog in oog zou komen te staan met een getrainde soldaat. Zou ik hem dan schrik aanjagen met mijn dolk of zou hij gewoon in lachen uitbarsten, net voor hij mij doorboorde met zijn zwaard? Mijn hart bonkte zo hevig dat ik voor een ogenblik vreesde dat het uit mijn borstkas zou springen.
‘Je gaat eraan, verrader!’ De man klonk alsof hij het meende.
Ik zocht al mijn moed bij elkaar en sloop de gang in. De voordeur stond open en de vlammen afkomstig van de brandende woningen wierpen een onheilspellend licht naar binnen en creëerden vreemde schaduwen op de muren, net wezens met uitgestrekte armen. Hun handen grepen gretig om zich heen en voor een ogenblik vreesde ik dat ik in hun klauwen terecht zou komen.
‘Help ons! Ze zullen ons allemaal vermoorden! Red ons!’ Dit waren de kreten die naar binnen kwamen. Het waren de mensen uit ons dorp. Ik had echter geen tijd om na te denken over de vreselijke taferelen die zich buiten afspeelden. Er was toch niets dat ik kon doen. Daarbij, ik moest mijn vader helpen.
Zonder enig geluid bereikte ik de trap. Ik staarde naar beneden en zag hoe mijn vader moeite had om de krachtige slagen van zijn aanvaller af te weren. De man was gekleed in een donkerrode wapenrusting en er stond een wit doodshoofd met hoorns in zijn borstplaat geëtst. Ik herkende de indringer niet. Hij was een vreemde voor mij en ik vroeg me af waarvan hij mijn vader kende.
‘Geef het op Anwar. Je bent geen partij voor mij en dat weet je.’
Mijn vader beet op zijn lip. Hij was aan het einde van zijn krachten. Ik merkte dit aan de rimpels op zijn voorhoofd, die altijd verschenen als hij moe werd.
En toen sloeg het noodlot toe. Een verraderlijke slag velde mijn vader. De man duwde onmiddellijk de scherpe punt van zijn wapen tegen mijn vaders strottenhoofd. Ik kon niet langer afwachten. Ik moest nu in actie komen.

Met schrik in mijn hart maar vastberaden rende ik de trap af - soms sloeg ik twee treden tegelijkertijd over – en ik duwde mijn dolk zonder aarzelen in de man zijn dijbeen. Hij keek me aan alsof er niets was gebeurd. Zijn ogen waren zwart als de hel, zonder enig teken van leven, zijn huid spierwit en zijn gezicht overladen met haat. Hij greep de dolk met zijn vrije hand en rukte het wapen uit zijn been. Er was geen druppel bloed te zien. Hij was niet eens gewond. Hij draaide het wapen langzaam rond in zijn hand.
‘Dit is een mooie dolk jongen en dodelijk...voor een mens.’ Hij glimlachte. Het gaf zijn hele uiterlijk een sinister uitzicht. Geschrokken deed ik een paar passen achteruit. Hij greep de scherpe kant van het mes vast en stak het gevest naar mij uit. ‘Wil je je wapen niet terug?’
Ik bleef staan op veilige afstand van de man en gaf geen antwoord op zijn vraag, noch maakte ik aanstalten om het wapen aan te nemen. Ik was doodsbang en het enige wat ik kon denken was: wat is hij?
De indringer zag in mij geen enkele bedreiging en keerde me gewoon de rug toe. Hij liet mijn dolk achteloos op de grond vallen en richtte zijn aandacht volledig op mijn vader. De man duwde harder op het zwaard en een druppel bloed gleed langs mijn vaders hals naar beneden.
‘Stop! Alstublieft. Dood mijn vader niet.’ Ik stond te trillen op mijn benen als een bange wezel, toen hij zijn aandacht weer naar mij verplaatste.
‘Jij bent zijn zoon?’
Ik slikte de brok in mijn keel weg en knikte. Hij begon hard te lachen. ‘Jij bent Anwars zoon!’ Hij draaide zich weer om. ‘En wie is de gelukkige vrouw, Anwar?’
Mijn vader antwoordde niet. Ik zag hoe de man zijn hele gezichtsuitdrukking veranderde: zijn gelach hield op, zijn glimlach verdween volledig en zijn ogen straalden nog meer haat uit.
‘Muriela.’ Mijn vader fluisterde haar naam. ‘Zij is zijn moeder.’
De indringer zette nog meer druk op het wapen en mijn vader maakte een gorgelend geluid. Ik greep mijn vaders zwaard dat naast hem op de grond lag en hief het boven mijn hoofd, alsof het niets meer woog dan een houten speelgoedzwaardje. Zonder aarzelen stak ik het wapen door de man zijn hart.
Hij draaide zich langzaam om. Nog steeds vertoonde hij geen greintje pijn, noch was er bloed te bespeuren waar het zwaard door zijn lichaam heenstak. Hij keek me aan. Eerst overladen met haat, maar toen zag ik iets anders in zijn ogen: herkenning. Hij draaide zich om naar mijn vader. ‘Niet jouw jongen, Anwar, maar mijn zoon.’
Voor iemand nog iets kon doen of zeggen stormde Rafi, de priester uit ons dorp, naar binnen. Hij prevelde vreemde woorden in een taal die ik nog nooit had gehoord. Ik zag hoe de wonden van de aanvaller opeens begonnen te bloeden. Zijn gezicht stond vertrokken van pijn en zijn gestalte begon te vervagen. Voor hij volledig verdwenen was deed hij nog een belofte, één die ik nooit meer zou vergeten: ‘Ik kom terug voor de jongen, Anwar. Ik zal niet rusten voor ik hem heb gevonden.’
Mijn vaders zwaard viel kletterend op de vloertegels. Rafi reikte mijn vader een hand. ‘Ben je in orde, Anwar?’
Mijn vader wreef over zijn pijnlijke hals. ‘Ik overleef het wel. Dankzij jou, mijn vriend.’
De vlammen uit het dorp sloegen naar binnen en de keukendeur werd plotseling opengegooid. Een vrouw met blonde haren die in een lange vlecht op haar rug hingen en gekleed in een jurk die perfect bij haar helderblauwe ogen paste, kwam de hal ingerend. Ze keek geschrokken van Anwar naar Rafi en toen bleven haar ogen op mij rusten. Ze glimlachte. ‘Hij weet het?’
Voor iemand iets kon antwoorden greep mijn vader zijn zwaard en doorboorde hij de vrouw. Ze kwam met een harde plof op de grond terecht en stak haar hand naar mij uit. ‘Tharyn! Vertrouw niemand!’
Ik probeerde haar hand te grijpen, maar ze begon te vervagen. ‘Moeder, nee! Laat me hier niet achter!’


ISBN/EAN:9789462661882
Uitgever: Schrijverspunt
Paperback: € 18,95
E-boek: € 6,99
Dit artikel delen?
Pin It

Gebruikerswaardering: 1 / 5

Ster actiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief