Loading...

Een fragment (een pagina, een afbeelding, een gedeelte van de tekst, etc.) geeft soms een aardig idee over de rest van een boek. Bezoekers krijgen d.m.v. een boekfragment kans om kennis te maken met het boek van de betreffende auteur. Auteurs stellen het op prijs als je een reactie geeft.
Door auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd of geredigeerd door de redactie van Schrijverspunt.
Bij de laatste poll kwam duidelijk naar voren dat er minder behoefte is aan de rubriek 'Boekfragment'. Gezien dat resultaat hebben we besloten die rubriek over enige tijd te beëindigen. Het is nu niet meer mogelijk om een boekfragment toe te voegen. Bestaande boekfragmenten blijven nog een beperkte periode online.

Het exotische oord dat België heet

Het duurt niet lang of ik raak ingeburgerd in de vele facetten van het lot van een vreemdeling. Het niet hebben van een rijksregisternummer betekent zoveel als: geen stromend water, geen boeken kunnen lenen bij de bibliotheek, geen muzieklessen en geen internetverbinding.
Grotesteenweg 224, vermeldt een verfomfaaid briefje in mijn zak. Tweede etage, 13.00 uur. Dit moet gaan lukken, zeggen manlief en ik tegen elkaar. Niet veel later bevinden we ons in het centrum van een grote rotonde.
“Volgens de Tomtom is het hier,” zegt mijn echtgenoot.
Ver aan de horizon spiegelen een paar gebouwen. Parkeren dan maar. Vijf minuten later staan we voor portiek nummer 222, maar vreemd genoeg volgt er geen nummer 224. Ik besluit een jongedame aan te spreken die juist bij het stoplicht staat te wachten.
‘U bedoelt het districtsgebouw van de Gemeente Antwerpen?’ vraagt ze vriendelijk. ‘Daar, aan de overkant.’
Een roodgelakte vingernagel strekt zich uit naar de horizon. Daar waar de rotonde inmiddels alweer ruim een kilometer achter ons ligt. Met bonzend hart werp ik een blik op mijn horloge. Tien voor één.
Buiten adem bereiken we het districtsgebouw. Eindelijk. Ik werp mijn tas van me af, dep mijn voorhoofd en ruk mijn jas los. De dame aan de balie kijkt ons verwachtingsvol aan.
‘Goedemiddag,’ zeg ik. Mijn tongval spreekt blijkbaar voor zich, want ze vraagt of ik een afspraak heb bij de Dienst Vreemdelingenzaken.
“Nee, dan moet u hier niet zijn. De dienst Vreemdelingenzaken is enkele honderden meters terug, aan de overkant. Een groot, zwart gebouw. U zult het vrij snel herkennen.”
Ik kijk op mijn horloge. Nog drie minuten.
Grauwe wolken verdrijven de zon. Temidden van een ronkende stoet vrachtwagens steekt een storm op. Ik graai naar twee kleine handjes, grijp ze stevig beet.
“Rennen!” gil ik. En naar mijn man: “Bel, BEL alsjeblieft!” Halsoverkop sleur ik het viertal een wirwar van kruispunten over. Als ik achteromkijk, zie ik mijn wederhelft nog slechts als een stipje aan de horizon. Hij paradeert langs een rood stoplicht, terwijl hij een gsm tegen zijn hoofd geklemd houdt. Een curieuze Hollander die in zijn eentje stampij staat te maken. Argeloze voorbijgangers verdenken hem ongetwijfeld van een heel kratje Jupiler. Niet veel later snelt hij op ons af, op zijn gezicht plotseling een irritante glimlach.
“Wat valt er nu te lachen?” sneer ik. “Straks halen we die afspraak niet, en dan moeten we weer maanden zonder nummer!” Na een gelukkig huwelijk van veertien jaar kan ik hem plotseling wel villen.
“Onze werkelijke afspraak is om kwart over één,” onthult manlief. “We zijn namelijk niet de enigen die een kwartier nodig hebben om het juiste gebouw te vinden.”
De slimmeriken. Eerst verstoppen ze een betonnen gebouw, en dan laten ze je een kwartiertje spoorzoeken om het te vinden.
Tien over één. Hijgend strompelen we naar binnen. We worden verwelkomd door een liftdeur die zich welwillend voor ons opent. Dankbaar persen we ons voltallige gezelschap in een hokje van claustrofobische afmetingen. De lift zet het op een zoemen.
Opgelucht ploffen we neer op een stoel: manlief, de vier zonen en ik.
“Hollanders,” fluistert een vrouw achter ons. Maar dat blijkt niet in ons nadeel te werken, want we zijn een keigezellig volkje. Aan het plafond flakkert een rood nummer. Ons nummer. Stipt kwart over één.
“Gaat u zitten,” groet de dame achter het loket. “Hebt u extra stoelen nodig?”
Opgelucht maken wij ons op voor het ritueel. Alles is aanwezig: het magische AZERTY toetsenbord, mappen vol papieren, kleurplaten, kleurpotloden en niet in de laatste plaats de objecten die getransformeerd moeten worden. De vriendelijke dame klopt op de computer. Stelt vragen. Wil papieren zien. Klopt opnieuw. Plotseling doorbreekt een ratelend geluid de stilte. De dame staat op en spreidt zes vellen papier voor ons uit. In het felle kunstlicht ontwaar ik zes inktzwarte nummers. Rijksregisternummers. Of we links onderaan even willen tekenen.
Met bibberende hand zet ik een krabbel.

Uit: Van Attest tot Acceptatie, Ervaringen van een Nederbelg (Uitgeverij Elikser, 2015).



Dit artikel delen?
Pin It

Schrijven, Schrijvers, Auteurs, Uitgeven eigen boek, Boekpromotie, boekenwinkel, schrijversdebuut,

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief