Loading...

Een fragment (een pagina, een afbeelding, een gedeelte van de tekst, etc.) geeft soms een aardig idee over de rest van een boek. Bezoekers krijgen d.m.v. een boekfragment kans om kennis te maken met het boek van de betreffende auteur. Auteurs stellen het op prijs als je een reactie geeft.
Door auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd of geredigeerd door de redactie van Schrijverspunt.
Bij de laatste poll kwam duidelijk naar voren dat er minder behoefte is aan de rubriek 'Boekfragment'. Gezien dat resultaat hebben we besloten die rubriek over enige tijd te beëindigen. Het is nu niet meer mogelijk om een boekfragment toe te voegen. Bestaande boekfragmenten blijven nog een beperkte periode online.

D.C. het verwonderkind - Norman Russo

DC het verwonderkind  
PROLOOG


Herps had niet verwacht dat hij zich na zijn dood zo zou vervelen. Oké, hij had werk, maar het stapje naar dat je het duimendraaien zou noemen, was net zo groot als de afstand tussen twee moleculen. En hierover mopperen werd niet getolereerd door de leiding, zodat hij zijn heil zocht in dagdromen over vroeger. Over de zon, de bergen, het gras ...
‘Herps.’
... de geur van vers water, een uitgebreide scheerbeurt ...
‘Herps!’
‘Uh, ja. Sorry,’ haspelde Herps tegen zijn collega.
‘Weer aan het dagdromen zeker? Welnu, er werd omgeroe-pen dat je naar de Troonkamer moet komen.’
‘Huh. Ik? Naar de ... ’ zei Herps. Zou één van de briefjes die ik op de dankmuur heb geprikt gelezen zijn? vroeg hij zich af. Herps liet zijn werk voor wat het was en liep naar de Troonkamer.
‘Dus je hebt het hier niet naar je zin?’
Verduiveld, hij heeft mijn briefjes dus wel degelijk gelezen, dacht Herps.
‘Nou ja,’ zei hij. ‘Als u het zo stelt: ja.’
In de bijna lege Troonkamer klonk zijn stem hol.
‘Ik hou niet van obstinate lui.’
‘Ik ook niet hoor,’ zei Herps snel.
‘Desondanks neem ik mijn verantwoordelijkheden. Ik heb ander werk voor je. Een speciale klus. En ik verwacht twee dingen van je, Herps. Ten eerste: honderd procent inzet.’
‘Ja, natuurlijk. Dank u,’ zei Herps.
‘En ten tweede: veel minder briefjes op de dankmuur!’

HOOFDSTUK 1

Moonie stapte behoedzaam de bus uit, dankbaar voor de handgrepen, en liep van het station richting de parkeerplaats. Haar schaduw twee keer zo breed als anders, leek het. Halverwege hield ze vanwege kramp in haar buik even de pas in, bleef vervolgens staan en keek om zich heen.
Barend Schuim leunde liefkozend tegen zijn nog net goedgekeurde, twintig jaar oude Ford en besloot de tijd te doden door zijn vrouw te irriteren.
‘Eindelijk doet die griet eens iets normaals. Zwanger. Wie had dat ooit kunnen denken? Die knul moet wel een hele vlotte babbel hebben gehad.’
‘Hou je mond, Barend. Naar mannetje,’ zei Tiquette.
‘Typisch. Ben ik een keer blij, mag ik niets zeggen. Mijn lesbische dochter is zwanger van haar eerste kind en ik mag me niet afvragen hoe of door wie dat komt. Dat zullen gezellige tijden worden.’
‘Weet je wat het met jou is?’ zei Tiquette, nadat ze een trekje van een sjekkie nam.
‘Nee.’
‘Nee, ik ook niet. Maar ik denk dat Freud en jij goede vrienden waren geweest, als jullie in dezelfde tijd geleefd hadden. Al was het maar omdat hij een dik boek over jou zou kunnen schrijven en jij in sociale contacten genoegen neemt met iedereen die in jouw probleempjes is geïnteresseerd.’
Rook ontsnapte aan Tiquettes lippen.
‘Hier, neem een mintsnoepje. Dan komt er ten minste één keer iets leuks uit dat welgevormde mondje,’ zei Barend.
Tiquette negeerde het aangebodene, wierp haar peuk weg en begon richting de bussen te lopen.

Met een zucht pakte Moonie haar tas van de grond toen ze door iets werd getroffen. Niet iets fysieks. Nee, het was een oplichtende straal die haar tijdelijk het zicht ontnam en in miljoen kleuren uiteenspatte in de oneindigheid van haar brein. Direct daarop vloeiden de spatten weer samen en vormden een reeks schokkerige beelden: Moonie met kind in de speeltuin, Moonie tijdens een diplomering op school, Moonie met zwarte sluier op een kerkhof, Moonie te midden van duizenden anderen, Moonie ...
‘Gaat het, lieverd? Ik kwam net aanlopen. Je stond te wankelen op je benen,’ zei Tiquette.
‘Hallo mam. Ik had last van een duizeling, meer niet. Het zal er wel bij horen. Blij je te zien,’ zei Moonie.
Ze knuffelden.
Trots keek Tiquette naar Moonies buik, nadat ze even met de voorhoofden tegen elkaar hadden gestaan. Stilte.
‘Mam, ik ... ik ... ’
‘Later, schat. Dat komt later. Ik ben trots op je. Barend ook, hoor. Maar die heeft weer zo’n bui,’ zei Tiquette.
‘Een onweersbui!’ zei Moonie lachend. Zo had ze op haar elfde vaders nukken beschreven en sindsdien gebruikte de hele familie deze uitdrukking - behalve Barend zelf natuurlijk.
‘Kom, geef mij die tas maar. De auto staat een eindje verderop.’
‘Hallo donderkopje,’ begroette Moonie haar vader en omhelsde hem.
‘Zeker met je moeder gepraat?’ bromde Barend quasi-beledigd. ‘Altijd maar samenspannen tegen mij. Je zus is al net zo.’ Hij keek zijn dochter in de ogen. Ze maakte een vermoeide indruk. ‘Ben je aangekomen sinds de laatste keer dat we je zagen?’
Met een brede grijns legde hij een hand op Moonies buik.
‘Barend!’ zei Tiquette.



Dit artikel delen?
Pin It

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief