Een fragment (een pagina, een afbeelding, een gedeelte van de tekst, etc.) geeft soms een aardig idee over de rest van een boek. Graag geven we de bezoekers van Schrijverspunt de kans om d.m.v. een boekfragment kennis te maken met het werk van de betreffende schrijver. Auteurs stellen het op prijs als je een reactie geeft. Door auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd of geredigeerd door de redactie van Schrijverspunt.
Zelf ook een boekfragment  uit jouw boek toevoegen? Dat is mogelijk en gratis, als je boek gepubliceerd is, door in te loggen en dan in je persoonlijk menu op EEN ARTIKEL TOEVOEGEN te klikken. Vergeet niet om behalve het fragment ook de titel, auteur, ISBN, prijs, etc. te vermelden.

9789462662339 apen voor De 95-jarige Mees vertelt over zijn eerste ontmoeting in 1919 met Arnold zijn grote liefde.

Vol verwachting trok ik voor de eerste keer in mijn leven een lange broek aan. Ik had er een tijdje om gezeurd in de hoop dat mijn moeder haar mening dat ik daar te jong voor was, zou bijstellen. Nu ik samen met vader ging solliciteren als jongste bediende bij het notariskantoor kon zij er niet langer onderuit.

Mijn vader trok zich met behulp van de leuning tree voor tree omhoog naar het bordes. Ik nam de trap met twee treden tegelijk en was hem voor om een ruk aan de bel te geven. In het midden, tussen de twee zuilen in, gaf een dubbele voordeur toegang tot het kantoor. Ik deed een stap naar achteren om het reliëf boven de deur beter te kunnen zien. Met open mond stond ik naar boven te staren toen er open werd gedaan.
Vanuit het wachtkamertje kon ik het aangrenzende, schaars verlichte kantoor in kijken. Ik telde vijf klerken. De bureaus stonden twee aan twee in strak gelid achter elkaar, ieder met op de rand een inktpot, een pennenbakje en een vloeirol. De schrijfbladen lagen bezaaid met half volgeschreven vellen papier. Er werd niet gesproken; slechts het gekras van de pennen was hoorbaar. Op het laatste, lege bureau stond een schrijfmachine.

De notaris ging ons voor naar zijn kamer. Op zijn bureau stond, als stralend middelpunt van de moderne wereld, een telefoon. Zijn gezicht, ingelijst door donker krullend haar, leek op dat van een van de apostelen van de schoolplaten die vroeger in de klas hingen. Hij had dezelfde uitdijende zwarte snor als de Fransoos die vorig jaar met de overbuurvrouw was getrouwd. Gisteren had mijn vader voorgedaan hoe ik mij moest scheren. Ik voelde met mijn vingertoppen de botte haartjes die hun best deden weer door te breken. De bleke, rafelige snor van mijn vader vond ik lelijk. Ik wilde later net zo’n snor als de notaris.

Twee enorme abstracte schilderijen domineerden de kamer. Eén hing achter zijn bureau, het andere sierde de zijwand. Zoiets had ik nog nooit gezien. Landschapjes, stillevens, portretten en huiskamertafereeltjes kende ik van de kunsthandel in het centrum. Deze schilderijen zagen er anders uit. Lichte en donkere gekleurde vlakjes wisselden elkaar af alsof het puzzelstukjes waren die verkeerd in elkaar waren gezet. Hoekig en onvolledig doemde er uit een hoeveelheid rondjes, driehoeken, vierkantjes en andere figuurtjes een mensengelaat op. De oren ontbraken, de neus en de mond waren niet meer dan een streepje. In het midden van de afbeelding zag ik een arm uit het niets tevoorschijn komen; hield die een viool vast? Een paar dunne doorzichtige strepen die dwars over een deel van de afbeelding heen liepen, moesten vast de snaren voorstellen. Ik zag dat de notaris mijn fascinatie opmerkte. Onopvallend probeerde ik het andere schilderij dat aan de zijkant hing, te bestuderen. Dat lukte niet zonder mijn lichaam en hoofd naar rechts te draaien. Door een trap van mijn vader keerde ik terug naar de werkelijkheid.

Ik wreef over de plek waar hij mij had geraakt. De notaris knipoogde. Ik keek met een schuin oog naar beneden of de trap geen sporen op mijn nieuwe broek had achtergelaten. Hij vroeg of ik de straten in de stad wist te vinden, omdat ik als bediende op pad moest om dossiers op te halen of rond te brengen. Ik haalde adem om te zeggen dat ik vaak hielp bij het bezorgen van kruidenierswaren uit mijn vaders winkel en nog nooit was verdwaald, maar mijn vader was me voor. Stilletjes verlegde ik mijn aandacht naar de notaris. Als hij lachte leek het net of zijn wangen door een elastiekje naar achteren werd getrokken. Ik vond hem knap. Zijn krullende haar en zijn bijna gele ogen fascineerden me. Voorzichtig keek ik in zijn richting. Ik vond dat de kleur van zijn ogen mooi paste bij zijn haar en voelde me betrapt toen hij terugkeek.

Plotseling stond mijn vader op. ´Dat is dan afgesproken, meneer de notaris, morgenochtend om acht uur meldt hij zich bij u. Hoor je dat, Mees?´


Dit artikel delen?

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap