Blogs

Blogs op Schrijverspunt
Een blog is een online plek waar je onder eigen controle content kunt publiceren en waar je een bepaalde groep mensen mee aanspreekt.

Hieronder zijn de laatste blogs te vinden. Wij en anderen zijn erg benieuwd naar jouw blog. We nodigen je dan ook graag uit om jouw blog in te sturen. Voor leden is dat gratis. Om een blog toe te voegen is het noodzakelijk eerst in te loggen.
Waardeer je een blog? Breng dan s.v.p. een stem uit van 1-5 (5 is de hoogste waardering)
  • Start
  • Blogs
  • Mijn buurman Bob zat in een Jappenkamp

Mijn buurman Bob zat in een Jappenkamp

De vader van Bob was waterbouwkundige en werkte voor de Hollandse Beton Maatschappij in Nederlands-Indië. Na motiverende woorden van zijn chef besloot Piet Buskens het meisje, dat hij twee jaar daarvoor in Rotterdam had ontmoet, ten huwelijk te vragen. Zij wilde wel en zodoende zijn Piet en Jet met de handschoen getrouwd. Direct na deze officiële verbintenis vertrok Jet vanuit Rotterdam per boot richting Batavia. Aldaar werd het huwelijk spoedig bezegeld met de komst van een zoon. Op 18 oktober 1931 is Bob geboren en drie jaar later zijn zusje Milly.

Het huwelijk tussen Piet en Jet hield geen stand. Na de scheiding trouwde vader Buskens met zijn Nannie en op 18 december 1941 zei Jet volmondig ‘Ja,’ tegen Wim Meuleman. De vader en de stiefvader van Bob hebben elkaar gedurende die periode nooit ontmoet.

Door de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor werd de Europese oorlog een wereldoorlog. In het voorjaar van 1942 veroverde Japanse troepen het toenmalige Nederlands-Indië.

Kort daarop werd Wim Meuleman door de Jappen met onbekende bestemming afgevoerd. Jet, Bob (toen een jochie van 10 jaar) en Milly moesten van de Kempetai (soort Gestapo) lopen richting Koningsplein. Uiteindelijk kwamen ze terecht bij interneringskamp Tjideng, een kamp voor vrouwen en kinderen. Tjideng was een buitenwijk van Batavia, dat nu Jakarta heet.

Het kampleven was zwaar en door toenemende ziekte en honger extra moeilijk. Werkelijk verschrikkelijk werd het op 1 april 1944 toen Kampcommandant Sonei aantrad. Deze labiele en gewelddadige man maakte het leven van de geïnterneerden tot een hel.

Onder zijn bevel moesten jongens vanaf 10 jaar zich melden en werden vervolgens afgevoerd naar een mannenkamp. Ook Bob viel onder dit besluit en kon niet anders dan afscheid nemen van zijn moeder en zusje. De Jappen duwden de jongens in vrachtwagens voor een rit van een aantal kilometers naar kamp Grogel. Hier verbleven de knapen een paar maanden. Toen moesten ze weer verkassen en werden de jongens in een bloedhete geblindeerde trein gezet. Na uren reizen richting Bandung, arriveerden ze bij hun nieuwe verblijf: kampong Mathassa, kazerne van het 4e en 9e bataljon, in Tjimahi.

Het ochtendritueel begon met het uitslaan van de britsen, want de slaapvertrekken zaten vol met wandluizen. Vervolgens moest iedereen op appel. De duur was per dag verschillend, dat hing af van de nukken van de Jap. Daarna had iedereen taken, zoals bijvoorbeeld de doden vervoeren en dumpen in van te voren gemaakte kuilen. De dagelijkse maaltijd bestond 's morgens uit pap en overdag kregen de gevangenen een handjevol lobak, een brij van witte radijs met droge rijst.

Ze moesten urineren in grote vaten. Deze olievaten stonden aan de Pier, de ingang van het kamp. Naast een vitamine B drankje werd in de kampfabriek uit de urine gist gewonnen. Daarvan maakte men Asia brood.

Nadat op 9 augustus 1945 de bom op Hiroshima viel, volgde op 15 augustus de capitulatie. In het kamp voelde men dat er iets gaande was, want er werd al twee dagen geen appel meer gehouden. Opeens was er een geluid van een vliegtuig dat laag overvloog. Het bleek een Hollandse kist. Uit het raam zwaaide een militair naar de gevangenen die toen besefte dat ze bevrijd waren. Hun directe euforische reactie was een verzameling kledingstukken boven de poort te leggen. In de kleuren van de Hollandse vlag: rood, wit en blauw.

Hoewel ogenschijnlijk het kampleven gewoon doorging, besloot Bob niet langer te wachten. Hij wilde zijn vader zoeken en ging daadwerkelijk op pad samen met zijn nieuwe vriendje Corrie de Leeuw, die ook graag met zijn vader herenigd wilde worden. Eerst moesten de jongens een manier zien te vinden om uit het kamp te komen. Deze werd omheind door een dubbele muur van Bamboe en prikkeldraad. Tussen de muren lag een soort corridor, bemand met strenge bewaking. Bob vond een gat en kroop daar voorzichtig doorheen. Hij waarschuwde Corrie eerst af te wachten of er een schot werd gelost. Laconiek zei Bob als dat gebeurde hij dood zou zijn. Maar toen Bob uiteindelijk in de corridor stond, zag hij slechts een Jap met een geweer die apathisch gebogen op een stoeltje zat. Bob seinde zijn vriendje hem te volgen en gezamenlijk zochten en vonden ze weer een opening in de tweede muur.

Eindelijk stonden de vriendjes op straat en zagen een verkoper met etenswaar. Het water liep hen in de mond. Een van de omstanders een vriendelijke Indonesiër vroeg:

            ‘Jongens hebben jullie honger?’ Begerig riepen Corrie en Bob:

            ‘ Ja Twan.’

En zo werden ze getrakteerd op een heerlijke maaltijd. Met een volle maag liepen de jongens vervolgens over de grote Postweg. Waar moesten ze heen? In welk kamp konden ze hun vaders vinden? Gevoelsmatig wilde Bob richting Bangdung, een tippel van zo'n 15 kilometer. Onderweg passeerde zes vrachtwagens met Japanse militairen. Overmoedig zwaaide de jongens en wonderlijk genoeg mochten ze meerijden. Opeens waren de Jappen weer normale vriendelijke mensen.

Aangekomen in Bangdung stonden de jongens voor de kazerne van het 15e bateljon, een kamp dat identiek was aan hun kamp. Bij de poort zat een man van de administratie. In de grote lijst zocht hij naar de namen Buskens en de Leeuw. Schokkend was dat de vader van Corrie inderdaad in dit kamp had gezeten, maar het helaas niet had overleefd. Overmand door verdriet liep Corrie huilend weg, snikkend roepend: ‘Mijn pappie is dood.’ Hierna heeft Bob nooit meer iets van hem vernomen.

Volgens de lijst lag er wel een Buskens in barak 94. Bob volgde de route die hem was uitgelegd. Uiteindelijk kwam hij terecht in een ruimte waar links en rechts rijen mannen wezenloos voor zich uit lagen te staren. Bob scande langs de gezichten en vrijwel direct zag hij zijn vader, half hangend op een brits. Snel liep Bob naar de sterk vermagerde man, die hem met een trage glimlach herkende.

            ‘De oorlog is voorbij,’ riep Bob.

Alle mannen veerden op, dit nieuws hadden zij nog niet gehoord. Bob nam plaats naast zijn vader en wist niet meer te doen dan een arm om hem heen te slaan. Toen kwamen de woorden en hopeloze vragen over de andere gezinsleden. Beide konden geen antwoorden geven, hun enige houvast was dat ze in elk geval elkaar teruggevonden hadden. Na enige tijd nam Bob afscheid en beloofde dat hij de volgende dag zijn vader weer zou bezoeken. Eerst moest hij vanwege meldingsplicht terug naar zijn eigen kamp. Ook bij deze reis kreeg Bob wonderlijk genoeg weer een lift van een Jap.

Maar tijdens het bezoek van Bob aan zijn vader was er nog een wonder gebeurd. Toen hij naast zijn vader zat herkende hij aan de overkant Wim Meuleman. Uit piëteit tegenover zijn vader liet hij verder niets merken. Vreemd, vader en stiefvader lagen recht tegenover elkaar in een ziekenbarak van een Jappenkamp. Hoe kan het zijn gelopen dat deze twee mannen hier gezamenlijk terecht zijn gekomen? Wim had Bob ook herkend en toen Bob de gang inliep ging hij hem achterna. Hulpeloos vroeg hij of Bob iets wist over zijn moeder en zusje. Helaas moest Bob ontkennend antwoorden.

Eenmaal terug in het kamp maakte Bob plannen voor de toekomst. Geheel strokend met zijn aard dolde hij ondertussen met de andere jongens. Op een gegeven moment zag Bob een trap tegen een gebouw staan en vrolijk beklom hij de treden. Bovenaan gekomen keek hij door het raam. Hij zag een Jap met een zwart petje, kaarsrecht zitten achter een kussen waarop een bajonet lag. Gefascineerd keek Bob hoe de Jap het wapen opnam en de punt onder zijn navel zette. Dat is nou harikiri, stelde Bob voor zichzelf vast.

            ‘Wat zie je?’ Vroeg beneden hem een jongen.

            ‘Je moet zelf maar kijken,’ antwoordde Bob de trap afdalend. De jongen klom onmiddellijk naar boven en keek door het raam. Geschrokken riep hij:

            ‘Die Jap is dood.’

            Laconiek antwoordde Bob: ‘Ja, die Jap is dood.’

Mijn buurman Bob heeft in een Jappenkamp gezeten. Hij heeft zowel ellende als wonderen meegemaakt. Gelukkig hebben ook zijn moeder en zusje het kamp overleefd. De periode die volgde na de oorlog is lang niet altijd makkelijk geweest. Maar Bob nam het leven hoe het hem werd aangereikt. Hij dompelde zich nooit onder in de ellende en viel aan de andere kant ook niet om van verbazing als er eens een wonder gebeurde.

Tja, met het karakter van mijn buurman Bob kan een mens werkelijk een heel leven doorstaan.

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 134
(Gemiddelde waardering 0 met waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Alle gepubliceerde inzendingen

Geef een waardering voor een artikel
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Hoogste beoordeelding:

Schrijfwedstrijden

Water & Dorst

Je tong als leer, je stem schor en je hoofd daas. Je snakt, je hunkert, je wil! Verlossing. De oase die opdoemt uit de winderige zandvlakte die Dagelijks Leven heet. Je eigenste schrijftafel! De…

Boekentip

Top 10 : Meest gelezen

BookBuster