Voor schrijvers, door schrijvers
Blog

Blog

Aantal gepubliceerde inzendingen: 253

Dé boom

Als iemand in ons gezin begint over ‘de boom’, weten we allemaal over welke boom het gaat.

Voor onze ouders had de boom een politieke betekenis, maar voor ons (in 1971 allemaal kinderen, jonger dan twaalf jaar), betekende hij veel meer…

Mijn ouders hadden elkaar leren kennen, toen mijn vader vanuit Suriname naar Nederland kwam om te studeren. Ze waren zowel in Suriname, als in Nederland een opvallend verschijnsel, omdat gemengde huwelijken destijds niet veel voorkwamen.

Tot ik zeven was, woonden we in Amsterdam Oost, waar ik geboren ben.

Uiteindelijk kon mijn vader de roep van zijn geboorteland niet langer negeren en waar mijn vader ging, daar volgde mijn moeder en mét haar al hun kroost. Een reis met een zevenkoppig gezin naar de andere kant van de wereld, kostte waarschijnlijk toen al een lieve duit.

Om de reis per schip te betalen, kon mijn vader geld lenen van de overheid. Al deze gewichtige dingen gingen natuurlijk, volledig aan ons kinderen voorbij.

Het boekje van Jip en Janneke dat ik ten afscheid kreeg van mijn schooljuf, heb ik nog steeds. Soms kijk ik naar haar “Veel geluk in je nieuwe land” en dan ben ik weer terug in die tijd. Het hele gebeuren was tegelijkertijd angstig en avontuurlijk. Gelukkig kreeg het avontuurlijke gevoel al snel de overhand. Een zeereis van drie weken, met alles wat daar bij komt kijken, zou voor iedereen een enorme belevenis zijn.

Toen de aankomst in Suriname, de kennismaking met onze Surinaamse grootouders, de geuren, de kleuren, de warmte, de gewoonten… Alles was even nieuw en indrukwekkend.

Maar al gauw nam het gewone leven een aanvang. We gingen naar school, kregen vriendjes en vriendinnetjes en deden, wat kinderen meestal doen: We pasten ons aan.

Wat wij ons echter niet realiseerden, was dat het met mijn moeder een stuk minder goed ging. Pas vele jaren later drong het pas echt tot me door, wanneer ik naar foto’s keek. Mijn moeder, die altijd al redelijk slank was, werd in anderhalf jaar tijd, broodmager.

En hoewel mijn vader dolgraag in Suriname wilde blijven, ging de gezondheid van zijn vrouw toch voor. Hij besloot dat het voor haar beter was, als we naar Nederland zouden terugkeren.

Er bleek echter een flinke adder in het gras te zitten. Vanwege de lening, hadden mijn ouders hun paspoorten af moeten geven.

We gingen naar het paleis van de Gouverneur der Nederlanden (Hoe ouderwets en koloniaal klinkt dat wel niet?), waar mijn vader het probleem uitlegde. Helaas bleek geld belangrijker te zijn dan het welzijn van een Nederlands staatsburger. Zolang de schuld niet afbetaald was, kregen mijn ouders de paspoorten niet terug. Na veel gepraat, kregen ze de mededeling, dat mijn vader zijn vrouw en zijn ‘bloedjes van kinderen’ dan naar Nederland mocht sturen, maar dat hij moest blijven tot de schuld was afbetaald.

Mijn vader was echter niet van plan zijn gezin uiteen te laten vallen en al gauw bleek, dat ze aan hem een grotere kluif zouden hebben, dan ze van de gemiddelde Surinamer gewend waren. Mijn vader was een politiek bevlogen man en bepaald niet op zijn mondje gevallen. Ook koppigheid en doorzettingsvermogen waren hem niet vreemd.

Hoewel we het gouvernementspaleis, moesten verlaten, weigerde mijn vader met ons het terrein af te gaan. Hij zou zich bij deze beslissing niet neerleggen.

Ik herinner me dat het erg warm was en dat we op een stenen randje (misschien van een fontein) zaten. Tegen sluitingstijd zouden de hekken van het terrein op slot gaan, toen moesten we daar dus wel weg.

Maar in plaats van naar huis te gaan, bracht mijn vader ons naar de overkant. Daar was een flink grasveld met een, in mijn herinnering, heel grote boom. Er was dus in ieder geval schaduw.

Destijds waren mobiele telefoons nog een vorm van Science Fiction. Hoe mijn vader het voor elkaar kreeg, weet ik niet, maar voor we het wisten, beschikten we over kleden, waar we onder die boom op konden zitten.

Dit verschijnsel van een Surinaamse man met een Nederlandse vrouw, die zich daar met hun kinderen installeerden, om er desnoods de nacht door te brengen, trok uiteraard de aandacht. Suriname is misschien vele malen groter dan Nederland, maar soms is het net een groot dorp. Iedereen kent wel iemand, die weer iemand kent.

De mensen verzamelden zich om ons heen. Men bracht ons eten en drinken. Vlakbij was een opleidingsinstituut voor onderwijzers, waar we naartoe mochten, om ons te wassen en gebruik te maken van de toiletten.

Ik was een super verlegen kind en was dan ook opgelucht toen een ouder nichtje zich over ons kwam ontfermen, om ons af te leiden. Ik herinner me dat ze een groot bananenblad, of palmblad, had waar we om de beurt op mochten zitten, terwijl ze ons voortsleepte, alsof we in een speedboot zaten.

Er kwamen journalisten, die foto’s van ons namen voor bij hun krantenartikelen.

Ook kwamen er mensen van de radio. De meeste ‘grote mensen dingen’ weet ik alleen, omdat ik die later in verhalen gehoord heb.

Maar dat iedereen heel lief voor ons was, dat weet ik nog wel. Als kind was ik een slechte eter, maar ik at met smaak van de heerlijke tjauwmin, die men ons bracht. Voor goede tjauwmin, heb ik daardoor nog altijd een zwak.

Ik weet niet meer of ik verwacht had, dat we ’s avonds wel naar huis zouden gaan, maar we hebben van jongs af en met mijn ouders gekampeerd, dus al hadden we geen tent, ik kan me niet herinneren dat ik het raar of eng vond, dat we daar bleven slapen. Voor de kinderen was het toch allemaal een groot avontuur en zolang mijn moeder maar bij me was, kon ik veel aan.

Een geluk bij een ongeluk, dat het destijds geen regentijd was, want we hebben daar een week onder die boom, gezeten, geslapen, gespeeld, geleefd en er werd veel ruchtbaarheid aan gegeven. Uiteindelijk is de gouverneur gezwicht onder de algemene druk en konden we met het hele gezin afreizen naar Nederland.

Terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me dat die boom er misschien wel de oorzaak van is, dat ik zo dol ben op bomen. Ik vind het heerlijk om onder een boom te zitten of te liggen en tussen de bladeren omhoog te kijken naar de lucht.

Alleen slapen, doe ik toch liever in mijn bed, terwijl ik luister naar de bomen om mijn huis, wanneer ze ruisen in de wind.

 
Dit artikel delen?
Auteur: ©Elna Wijnhard
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 109
Publicatie op .
Tags: Blog

Geef een waardering voor: "Dé boom"

Geschreven door Elna Wijnhard . Geplaatst in Blog.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
12.07.20
Feedback:
Aanvulling oude waardering.
  • Lezenswaardig:
    80%
  • Passend in deze rubriek:
    80%
Show more
0 van de 0 respondenten vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!