|
Schrijverspunt: Voor schrijvers door schrijvers!
Veel informatie over schrijven, schrijfactiviteiten, leuke of handige links, schrijftips, het uitgeven en promoten van je boek , cursussen, etc. Daarnaast helpen we schrijvers actief bij het waarmaken van een droom: het uitbrengen van een boek.
|
![]() |
Als ik de krant openvouw, worden mijn ogen naar een bericht op de voorpagina getrokken. Vol ongeloof lees ik de tekst onder de opvallende kop. Ik knipper een paar keer met mijn ogen en lees het artikel nogmaals. Langzaam dringt het besef tot mij door dat de kracht van de stilte eindelijk doorbroken is. Wat jarenlang gedoogd werd en voor de buitenwereld geheim moest blijven, is nu open en bloot, voor iedereen leesbaar, op papier vereeuwigd. Dit is het moment waarop ik zo lang gewacht heb.
De vreugde die langzaam mijn hart doordringt, zoekt nog onwennig een weg om zich te uiten, als het gewonde kind plotseling aan mij verschijnt. Verdrongen gebeurtenissen forceren een uitweg, op zoek naar de zo lang begeerde vrijheid. Schaamte en schuldgevoel liften mee op hun weg naar buiten. Tegen alle innerlijke afspraken in zie ik ineens de ongecensureerde film van mijn verleden. Beelden blijven stromen als een kolkende watermassa die alle weerstanden op zijn weg meedogenloos verwoest.
Weer zie ik zijn strenge blik voor me. De afhangende oogleden, waartussen zich tot spleetjes vernauwde ogen bevinden. Het ronde hoornen brilletje dat tot halverwege zijn neus is afgezakt. Als een arend houdt hij zijn omgeving in de gaten om zich precies op het juiste moment op zijn prooi te kunnen storten. Als twaalfjarige ben ik een van de weinige jongens in het internaat die niet bang voor hem is. God heeft ons immers verbonden. Bovendien heeft hij tot dan toe nauwelijks aandacht aan mij besteed. Ik ben een gehoorzame en volgzame leerling.
Dat verandert als ik corveedienst heb en als laatste van de groep nog buiten bezig ben met het opruimen van afval. Ineens staat hij achter me.
‘Christian!’ Verschrikt kijk ik om. Als hij me gebaart hem te volgen, vraag ik me af waarvoor. Heb ik soms iets misdaan?
De kerk is leeg. Alleen het geluid van onze voetstappen op de leistenen vloer verbreekt de heilige rust. Bij de trappen blijft hij staan. Waarom dalen we nu af in de richting van de crypte? Een stille duisternis omhult ons. De bedompte kelderlucht ruikt naar angst. Hier hangt ‘iets’, wat ik niet meteen kan thuisbrengen. Een soort spanning, die weinig devoot is. Het licht van de kaars die hij aansteekt, kan dat nare gevoel niet verdrijven.
Op zijn gebod zak ik argeloos voor hem op mijn knieën. Zacht zeg ik mijn gebed op, in afwachting van wat er gaat komen. Nederige gehoorzaamheid maakt vragen overbodig, hoezeer mijn nieuwsgierigheid ook aandringt. Ik weet dat hij me voor onheil zal behoeden, als een herder die over zijn schapen waakt. Hij is toch een dienaar van God? Onze oorsprong is toch gelijk? Zijn ademhaling klinkt zwaar, als zijn hand met gespreide vingers op mijn hoofd neerdaalt, daar enige tijd onbeweeglijk blijft liggen en uiteindelijk wordt opgeheven. Zonder een woord te zeggen, wacht ik af. Zijn geprevel verbreekt de stilte:
‘Pater noster, qui es in caelis,
sanctificetur nomen tuum.
Adveniat regnum tuum…’
Met gebogen hoofd luister ik naar de rest van het gebed. Plotseling staat hij voor me en tilt met zijn vinger mijn kin op.
‘In nomine patris, filii et spiritus sancti’, zegt hij, terwijl zijn duim van boven naar beneden en van links naar rechts over mijn voorhoofd beweegt.
‘Amen’.
Vervolgens verdwijnt hij uit mijn gezichtsveld.
‘Maak je onderlichaam vrij!’
Mijn hartslag versnelt en ik voel hoe paniek zich aan mijn spieren vastklemt. Als verlamd blijf ik in dezelfde knielende houding zitten. Pas als hij zijn verzoek, ditmaal op strenge toon, herhaalt, ben ik in staat me te bewegen en mijn riem los te gespen. Als de stof langs mijn benen naar beneden glijdt, voel ik een weeïg gevoel in mijn buikstreek. Ik hoor dat hij zijn kazuifel verschuift en voel ineens de wrijvende bewegingen van zijn naakte corpus tegen mijn lichaam. Eerst langzaam, daarna steeds sneller en heftiger. Vervolgens dwingt hij me voorover te buigen. En dan plotseling, dan …
Tranen prikken achter mijn ogen als ongeloof zich vermengt met radeloosheid. Ik wil het uitschreeuwen van pijn, maar er komt geen enkel geluid uit mijn keel. Mijn hart gaat wild tekeer, ik voel steken in mijn borstkas, maar ben niet in staat iets te doen. Ik kan alleen maar gelaten mijn lot ondergaan en ontkennen dat dit mijn lichaam is. Wat er nu gebeurt, is niet echt.
Als hij zich eindelijk van zijn drift verlost, perst zich een brandend zuur vanuit mijn slokdarm omhoog naar mijn mondholte. Ik heb het gevoel dat ik stik. Als een fontein spuit mijn walging over de kaars op de vloer. Met het koude water uit de wasbak probeer ik zijn zonden van me af te spoelen en schuur ik mijn hele lijf schoon, totdat de huid rood kleurt en rauw aanvoelt. Kon ik mijn geheugen maar op dezelfde manier zuiveren.
Vaak heb ik me afgevraagd of het de zucht naar macht of de onweerstaanbare drift was, die hem tot deze daden dreef. Zou hij spijt hebben? Zou hij überhaupt enig empathisch vermogen hebben? Ook al biedt zijn macht hem onbeperkte toegang tot mijn lichaam, mijn geest zal zich nooit aan hem onderwerpen. God zal me beschermen. Mijn geloof heeft mij kracht gegeven. Altijd heb ik geweten dat er een dag zou komen waarop hij voor zijn zonden gestraft zal worden. De levendige beelden die zich zojuist aan mij hebben opgedrongen en die ik jarenlang naar een verborgen plek heb gedirigeerd, stromen naar buiten, samen met warme druppels op mijn wangen.
De golf van bekentenissen die het land en zelfs de wereld in ongeloof onderdompelen, geeft hoop. Misbruik mag nooit worden gedoogd. De Rooms-katholieke doofpot is geopend. Eindelijk hoef ik niet meer te zwijgen. Eindelijk is er gerechtigheid. Een klop op de deur brengt me terug naar het heden.
‘Bent u klaar voor de Heilige Mis, eerwaarde?’ vraagt mijn assistente. Ik knik. Ze werpt een blik op de tafel, kijkt me aan net voordat ze de deur wil sluiten en vraagt dan zacht:
‘Hebt u gezien dat uw heeroom op de voorpagina staat?’
Winnaar schrijfwedstrijd mei-juni 2010
© Carla Engelen
Wij feliciteren Carla Engelen met haar succes!
Redactie Schrijverspunt

Dit artikel is geschreven en/of geplaatst door: Carla Engelen © Schrijverspunt
Collectie Clusteruitgeverij
Maak eens kennis met...
Aanbod en vraag:
Sandra Di Bortolo
zondag 20 mei 2012
lisa bergje
vrijdag 30 maart 2012
jetteke63
zondag 19 februari 2012
Paul Bastiaansen
dinsdag 24 januari 2012
Rabarbara
woensdag 28 december 2011
Bekijk ook eens de site van:
Er zijn 17 gasten online



















































