Leden
Er zijn 117 gasten online
Schrijverspunt: Voor schrijvers door schrijvers!

Veel informatie over schrijven, schrijfactiviteiten, leuke of handige links, schrijftips, het uitgeven en promoten van je boek , cursussen, etc. Daarnaast helpen we schrijvers actief bij het waarmaken van een droom: het uitbrengen van een boek.

1066

Schrijfwedstrijd : Schrijf jouw kort verhaal

Schrijverspunt wil graag helpen om jouw naamsbekendheid te vergroten en je de gelegenheid bieden, om lezers kennis te laten maken met jouw werk. Daarom publiceren we  periodiek een kort verhaal. En dat zou zomaar jouw verhaal kunnen zijn.
Een team van Schrijverspunt beoordeelt de ingezonden verhalen op leesbaarheid, verhaalontwikkeling en plot. Het beste verhaal zal worden gepubliceerd op de startpagina van Schrijverspunt en natuurlijk in deze rubriek.
Bovendien spelen we met de gedachte om te zijner tijd alle gepubliceerde verhalen te bundelen en in boekvorm uit te laten geven.

Winnaar Schrijf jouw kort verhaal 5 : Edwin Bruinooge - De tranen van Mona Lisa

Schrijf jouw kort verhaal

Gebruikerswaardering: / 3
LaagsteHoogste 
kortverhaalTranen van Mona Lisa
 
Huilend, met smekende blikken keken ze me aan. Een meisje van negen, een jongen van vijf. Maar ik had geen keus. Ik ging achter hen staan en beloofde dat het geen pijn zou doen. Dat alles snel afgelopen was en dat alles daarna beter zou zijn. Snikkend omarmden ze elkaar. Twee oorverdovende pistoolschoten. De echo galmde na, gevolgd door het hartverscheurende schreeuwen van hun moeder. Ik vermande me, sloot even mijn ogen en gebaarde toen naar Peter dat hij zijn werk kon doen. Hij overgoot de kinderlijkjes met benzine en stak ze aan. Een explosie van licht, ik wendde mijn gelaat af en liep naar de auto’s die weer zichtbaar waren.
    “We vertrekken, weg van hier,” zei ik.
    Zwijgend volgden ze me. Twee vrouwen ondersteunden de moeder, die, overmand door wanhoop en verdriet, niet meer in staat was te lopen.
 
De volgende ochtend zagen we Aix en Provence opdoemen uit de koude ochtendmist. Zorgvuldig laveerden onze wagens om de wrakken die de autoroute bezaaiden. Eenmaal dichter bij de stad sloeg de geur van verrotting ons in het gezicht. Die geur waar we nooit aan wilden wennen, maar die nu een onlosmakelijk deel van ons leven was. We maakten ons kamp op. Een grote parkeerplaats langs de autoroute. In de verte hoorden wij geblaf. Wij kenden het gevaar maar al te goed. Ieder van ons droeg een doorgeladen geweer. Ik ging totaal uitgeput op een heuvel zitten. Bij mijn voeten baande een colonne mieren zich een weg door het onkruid, langs een verroest colablikje. Ik glimlachte.
    “Voor jullie is de wereld nog hetzelfde,” zei ik zacht, terwijl ik mijn tranen probeerde te verdringen. Door mijn hersenen flitsten de gebeurtenissen van de afgelopen maanden. Door elkaar, niet chronologisch. Zoals elke dag, elke nacht weer. Ik zag mijn vrouw en dochtertje weer dood in bed liggen. Ik durfde ze niet aan te raken, durfde geen afscheid te nemen. Opnieuw wandelde ik door de straten van Amsterdam. Overal leeggeplunderde winkels, overal straten bezaaid met lijken. En overal die misselijkmakende geur. En zwerfhonden, nu nog ongevaarlijk. In een auto op de snelweg, richting het zuiden. Stoppend bij boerderijen, om het vee los te laten. Nergens een mens te bekennen. De eerste berichten uit Londen, over een vreemde ziekte tijdens de Olympische Spelen. Luchthavens afgesloten en hele steden in quarantaine. Paniek op straat, politie en leger die met scherp mochten schieten. Wereldwijd. En vlak voordat overal de elektriciteit uitviel, de laatste Tv-uitzending. Ebola Zaïre, een uiterst virulente variant. Een wereld zonder mensheid.
 
Ik zag Marie-Claire de heuvel op lopen. Zij was de eerste die ik onderweg tegenkwam, in België. Een vertrouwd gezicht, het was alsof ik haar al jaren kende, maar ik realiseerde me dat ik vrijwel niets van haar verleden wist. We spraken daar nauwelijks over. Ik zwaaide even en vroeg: “ Is het gelukt?”
    Ze knikte instemmend. “Een grote hypermarché van Leclerc. Onze voorraad blikvoer is weer op peil. En ook flink wat gereedschap en gasflessen meegenomen. Toch handig dat die Fransen dat ook in hun supermarkten hebben.” Ze keek naar de grond en zei zuchtend: “Hadden, hadden, natuurlijk.”
    Ik begreep haar. Wij werden elke dag geconfronteerd met de restanten van een vervlogen wereld, een wereld waarin het wemelde van mensen, elk met een eigen verhaal, met dromen, toekomstplannen en ambities. Onze wereld was een kerkhof, overleven het enige wat ons bond. Nationaliteit was nu een inhoudsloos begrip, al onze zekerheden en luxe weggevaagd. Ze legde haar geweer in het gras en knikte er naar.
    “We werden aangevallen door een roedel van ongeveer vijftig stuks. We hebben er acht afgeknald voordat ze er vandoor gingen. Geen gewonden dit keer.”
    Ik knikte goedkeurend. Ik wist dat ze in haar vorige leven – mijn God, wat voor uitdrukking gebruikte ik – in een dierenasiel had gewerkt. En nu schoot ze honden zonder mededogen overhoop. Ik dacht aan gisteravond en begroef mijn hoofd in mijn handen. Ze voelde mijn gedachten.
    “Niemand neemt je ook maar iets kwalijk, zelfs hun moeder snapt dat je het voor ons allen deed. Je hebt gelijk. Wij lijken misschien wel immuun, maar ziektes kunnen muteren. Je beschermde ons allemaal. En zij hoeven niet meer te lijden.”
    “Het waren kinderen! Van mijn dochters leeftijd,” riep ik vertwijfeld. Mijn ogen brandden, ik voelde een ondraaglijke pijn in mijn hoofd. Ze legde haar handen op mijn schouders. Ik verstijfde, zij voelde het, maar nam ze niet weg.
    “Ik bewonder je kracht, je moed,” zei ze warm. “Wij staan achter je. Toscane, we volgen jouw plan.”
    Toscane. We moesten overwinteren. Daar waar het dragelijk was, goede grond, een goed klimaat. Een plek om opnieuw te beginnen, onszelf opnieuw uit te vinden.
    “Wij geven niet op, wij gaan dit overleven.” Ze herhaalde met kracht de woorden die ik elke dag tot de hele groep uitsprak. Mijn woorden, mijn intonatie. Maar ik voelde me krachteloos vandaag.
    “Overleven”, schamperde ik. “Ik wil meer dan dat. Alleen overleven is geen antwoord.”
    “Vertel me dan wat voor toekomst je ziet! Deel het met me”, zei ze, terwijl ze in mijn schouders kneep en me dwong haar aan te kijken.
    “Hoe ziet deze wereld er over een jaar uit? Over tien jaar? Dertig? Honderd?” Ik begon hakkelend, maar voelde een innerlijke vlam, die langzaam aan intensiteit won. “Wij mogen niet vergeten waar wij vandaan komen, wie wij eens waren. Alleen dan kunnen wij écht opnieuw beginnen…” Ik stond op en begon te ijsberen. “Volgend jaar,” zei ik, met alle overtuiging die ik kon opbrengen, hoe weinig het ook was. “Ik zou naar het Louvre willen gaan, naar de Hermitage. De mooiste kunstwerken, ik zou ze willen bewaren en koesteren. Een wereld zonder schoonheid, zoals nu elke dag, ik wil dat niet meer accepteren.” Ze sprong op en pakte me beet.
    “Ik ga mee. Een wereld zonder de glimlach van de Mona Lisa, dat mag niet. We gaan ervoor vechten.”
    Ik lachte hardop, kort, en zei toen met verbeten boosheid: “Onzin! Zou ze om deze wereld nog kunnen glimlachen? Zou een huilende Mona Lisa niet veel beter bij ons passen?”
    “Juist niet!”, beet ze me toe. “Juist nu hebben wij die glimlach nodig. Die ons het vertrouwen geeft dat wij het waard zijn om te overleven. Dat ons verdriet en onze offers niet tevergeefs zijn. Dat we hard moeten knokken, dat zeker, maar nooit zonder schoonheid, nooit zonder liefde. Ik heb dat nodig en jij ook!” Ze keek me recht in de ogen, ze slikte en ik begreep de betekenis achter haar laatste woorden. Ik wilde me afwenden, maar ze liet het niet toe. “We mogen nooit vergeten dat wij mens zijn,” fluisterde ze teder.
    Alle muren die ik had opgeworpen verkruimelden. Ik zag mijn vrouw, ze glimlachte naar me en gaf me een knipoog. Alsof ze me toestemming gaf. Toestemming om opnieuw te beginnen. Mens te zijn, ook in de afschuwelijkste omstandigheden. We omhelsden elkaar, in haar armen gaf ik mezelf over, ik voelde haar warmte en zij de mijne. Een lange zoen, onze handen op elkaars huid en ons verdriet werd dragelijk. Onze kleren gleden omlaag en hoop keerde terug in ons hart. 
 
Ik werd wakker, met mijn hoofd tussen haar borsten. Vrede en een warmte die ik nooit had gedacht weer te kunnen voelen. Zacht streelde ze mijn haar.
    “Zie je haar glimlach?”, grapte ze triomfantelijk. Ik gaf haar een diepe zoen.
    “Ja, Mona Lisa heeft haar tranen gedroogd. Ze gaat weer leven.”
    We gingen overeind zitten en lachten naar elkaar. De zon ging onder, het werd frisser. Ik pakte mijn shirt en kreeg een flinke niesbui. Mijn wereld stortte ineen toen ik mijn shirt zag. Overal bloed. Verschrikt keek ik haar aan, haar ogen waren van ontzetting vervuld. Ze kroop vol ongeloof hoofdschuddend achteruit. Tranen in mijn ogen, ik veegde ze weg met mijn hand. En zag rode en roze vlekken. Ik wist wat ik zag. Een nieuwe wereld, maar dan zonder mij. Ik nam mijn pistool en betastte de loop. Ze slaakte een zachte kreet, vol van wanhoop. Huilend keek ze me aan, ze wilde me aanraken, maar ik weerde haar af. Ik schudde mijn hoofd.
    “Ik hou van je”, zei ze zacht. En toen, troostend, liefdevol en sterk, zoals hoort bij een naderend afscheid: “Toscane, we zullen het redden, ik beloof het. En volgend jaar het Louvre. Ik ga het doen.”
    “En de Hermitage?”, probeerde ik, met iets van humor. Maar mijn stem brak. Ze knikte, met de hand op haar hart. Ze zond mij haar mooiste glimlach. Een glimlach met tranen, waar liefde, hoop, mededogen, maar ook intens verdriet uit sprak. Mooier dan Da Vinci ooit had kunnen schilderen. Ik zag het licht van mijn laatste zonsondergang spelen met haar bruine haren. En vurig hoopte ik dat onze volgende generatie was begonnen te groeien, in haar lichaam. Ik streelde mijn pistool.
    “Zou je wat voor me willen doen?”, vroeg ik fluisterend.
    “ Alles.”
    “ Zou je Peter willen halen? En hem vragen benzine mee te nemen?”
Dit artikel is geschreven en/of geplaatst door: Edwin Bruinooge © Schrijverspunt
 

Winnaar Schrijf jouw kort verhaal 4 : Daniëlle Bearda

Schrijf jouw kort verhaal

Gebruikerswaardering: / 20
LaagsteHoogste 

Wild bloed

Er trekt een rilling over mijn rug als nooit tevoren. Zo intens, dat ik uit pure gekte kort op en neer spring en wild met mijn armen schud. Ik wil het angstige gevoel, dat tot diep in mijn beenderen is doorgedrongen, kwijtraken. Ze zijn nog in de buurt.
‘Mel,’ fluister ik zachtjes. Mijn stem is schor en beverig. ‘Mel, toe, zeg iets!’ Het klinkt hoger dit keer, smekend. Schril en ongecontroleerd zijn de juiste woorden, want mijn stem verraadt de paniek die ik niet langer uit kan stellen. Mijn jeugd was rampzalig, traumatisch zelfs. De mens is niet gemaakt voor wat ik als tiener heb meegemaakt. Maar dit…Dit slaat alles. ‘Mel!’ probeer ik nog een keer. Geen reactie.
Melanie is mijn beste vriendin. Ik heb haar leren kennen in een afkickkliniek en we zijn beiden al anderhalf jaar clean. Toch zou ik nu een moord doen voor een shot. Dat klinkt misschien zwak of precies als de verwachte misstap van een ex-junkie, maar het is niet zo’n gek verlangen als je drie van de vijf vrienden met wie je op reis bent, dood in hun nog verse bloed hebt aangetroffen. Hun ledematen her en der verspreid, afgerukt, aan stukken gereten, achteloos verscheurd als een waardeloos papiertje.
Gisteren was onze eerste safaritocht. Mike, Morgans tweelingbroer, slaakte samen met zijn vriendin Samantha voortdurend kreten van ongeloof. Een troep leeuwen, een kudde…ik weet het niet, ik begreep de gids niet. Hoefdieren in elk geval, gnoes misschien. Ze hadden zich neergevlijd bij een meertje. Daarna een paar giraffen. De olifanten waren een hoogtepunt. Bizar eigenlijk, dat ik juist dat woord gebruik, hoogtepunt. Olifanten leven als familie, heb ik gisteren geleerd. Interessante beesten, vind ik. Van één ding wist ik tot nu toe helaas niets: de subtiel ingeslopen woede die olifanten tegenover mensen hebben opgebouwd. Háát.
‘Mel!’ Ik schreeuw nu, doe geen enkele poging meer om in de stilte van de nacht verborgen te blijven voor mijn brute vijanden.
‘Jessy?’ klinkt een hoopvolle mannenstem. Het moet een meter of twintig verderop zijn. Mijn gespannen bovenlichaam zakt zeker vijftien centimeter naar beneden en ik val op mijn knieën in het zand, omdat ik van intense opluchting even mijn waakzaamheid laat zakken. Tegelijkertijd gooi ik mijn hoofd achterover en blaas mijn ingehouden adem uit.
‘Morgan!’ gil ik vervolgens terug, terwijl ik weer opsta. Goddank, Morgan leeft! Ik tuur om me heen, om hem te vinden. Zinloos, natuurlijk.
‘Waar zit je?’ Aangemoedigd door mijn geroep, knipt Morgan één keer met zijn zaklamp. Vanwege de haastige manier waarop hij dit doet, weet ik dat hij net als ik doodsbang is. Ik onderdruk de impuls om te rennen en loop behoedzaam naar de plaats van het licht. Even later omhelzen we elkaar met een misplaatst gevoel van blijdschap. We blijven een tijdje zo staan, hoewel we geen geliefden zijn.
‘We moeten Mel vinden,’ weet ik uit te brengen. Ik weet eigenlijk niet of ik dat wel meen. Niet omdat ik altijd jaloers ben op haar zijdezachte haren, of op het feit dat Morgan een oogje op haar heeft. Op dit moment is het zo, dat ik gewoonweg niet weet of Melanie nog wel oké is. Ik zeg ‘oké’ om zelf rustig te blijven, maar ik bedoel iets heel anders. Je weet wel, of haar hart nog wel liters bloed door haar hele lichaam pompt, van ader naar ader. Of haar aders überhaupt nog wel aan elkaar verbonden zijn.
‘Dat moet, ja,’ zegt Morgan moedeloos, toonloos bijna. Ondanks dat hoor ik de liefde in zijn stem. 'Had dat verdomde reisbureau niet kunnen melden dat deze safari inclusief moordlustige olifanten is?’ Morgan stampt van louter onmacht en woede met zijn rechtervoet op de grond. Een wolk van zand stijgt op, zodat we hoesten en spugen om ons er tegen te weren. Morgans opmerking is begrijpelijk. De folder van het reisbureau is na gisteren van een betoverend blaadje getransformeerd in een sadistisch lokaas voor menselijke slachtoffers. Afrika dompelt je onder in eeuwenoude cultuur, ongeëvenaarde beeldhouwkunst en onvoorstelbare, adembenemende safaritochten. Gisteren hebben twee olifanten mijn vrienden op een onvoorstelbare manier de adem benomen. Letterlijk.
‘Hoorde jij dat ook?’ Nog voor ik kan antwoorden, knipt Morgan zijn zaklamp aan. Hij heeft zijn broer verloren en is hoe dan ook vastbesloten hem niet achterna te gaan naar het hiernamaals. Morgan schijnt paniekerig rond. Ik wil hem zeggen dat we op die manier niets kunnen zien, maar het is alweer donker. Ik voel Morgans hand naar de mijne tasten.
‘Ze zijn er nog,’ fluistert hij pieperig. ‘Ik vóél het gewoon.’ Weer glijdt er een akelige siddering door mijn lichaam. Ik luister naar het zachte ruisen van de wind, de gejaagde ademhaling van Morgan en knijp hem van opgekropte spanning in de hand. Juist dan hoor ik een olifant brullen. Ons angstige geschreeuw overstemt het vijandelijk wild. Denkend aan Mels aanhoudend zwijgen, besef ik lijdzaam dat ze op doden uit zijn.
In een flits schieten mijn gedachten naar het horrortafereel van gisteren. De stemming van de kudde veranderde. Onrust. Ik merkte het aan hun geluiden, het schrapen van hun poten over het mulle zand, slurven die onheilspellend heen en weer slingerden. Voor ik het wist, kwamen ze op ons afgestormd. Ik ken vele heldenfilms en komedies met een lachwekkende oplossing, maar in werkelijkheid wordt slechts één ding waarheid: het is doodsimpel (oeps, mijn woordkeuze) ieder voor zich. We stoven uit elkaar, niet lang erna hoorde ik met afschuw de rauwe, alles doordringende schreeuw van Samantha. Ik struikelde over mijn eigen voeten en viel met een smak op de grond. Toen ik opkeek, bleek Samantha van rug naar buik aan een slagtand gespietst te zijn. Haar linker onderbeen bungelde hopeloos verloren aan haar bovenbeen. Ik kokhals als mijn maaginhoud in opstand komt, maar houd de kots met mijn ademhaling tegen.
Morgan, Mel en ik zijn vandaag teruggegaan, om onze vrienden eervol te begraven, in plaats van ze als uiteengereten vlees voor de gieren te laten liggen. Na te zijn verdwaald, overviel de kudde olifanten ons, net zoals een uur daarvoor de vroeg ingetreden duisternis. Ik denk aan Mel die achterop raakte omdat ze moe was. Trut. De grond trilt steeds harder. Morgan en ik houden onze ogen stijf dicht. Een onbeschrijflijke pijn overspoelt me. O God, ik geloof dat er zojuist olifanten over ons heen gewalst zijn. Ik probeer te bewegen, maar helse pijnscheuten dwingen me te blijven liggen.
‘Mm..Morgan?’ Ik kreun, enkel praten is haast onmogelijk. Een harde klap tegen mijn ribben doet me omrollen. Deze olifant is nog niet klaar met me. Ineens denk ik aan vroeger, ik verlang naar vroeger. Het lijkt nu zo aangenaam. Ik voel geen pijn meer en weet van documentaires dat ik dan in shock ben. ‘Morgan.’ Mijn keel is een rasp. ‘Ik de..denk dat we zo..bij Melanie zu..zullen zijn.’

Winnaar 'Schrijf jouw kort verhaal 4'

© Daniëlle Bearda

 

Wij feliciteren Daniëlle Bearda met haar succes!

Redactie Schrijverspunt

 

Dit artikel is geschreven en/of geplaatst door: Johan van de Velde © Schrijverspunt
 

Winnaar 3e ronde : Isabelle Bohets - De zeilschermvlieger

Schrijf jouw kort verhaal

Gebruikerswaardering: / 19
LaagsteHoogste 
kortverhaal

De derde ronde van onze schrijfwedstrijd is al weer achter de rug. We hebben 87 verhalen ontvangen. In enkele verhalen viert de chaos hoogtij of loopt het slecht af met een van de hoofdpersonen. Deze verhalen waren een feest om te lezen en we presenteren u graag het verhaal dat ons het meeste aansprak.Het winnende verhaal is geworden: De zeilschermvlieger geschreven door Isabelle Bohets.

Dit artikel is geschreven en/of geplaatst door: Christien Romp © Schrijverspunt
   

Winnaar 2e ronde Judth van Oudheusden - Woorden in de storm

Schrijf jouw kort verhaal

Gebruikerswaardering: / 21
LaagsteHoogste 

alt

De dag was rustig begonnen, perfect voor een lange wandeling langs de zee en Matt was er alleen opuit getrokken. Hij was begonnen op de ruwe rotsen die tot ver in zee doorliepen, daarna doorgelopen over het kleine strand dat beschut lag in de inham tussen de rotsen en uiteindelijk op de kleine rotspartij aan het water gaan zitten, vanwaar hij over zee had zitten uitkijken. De lichte bries waarmee hij vertrokken was had inmiddels plaatsgemaakt voor een harde wind en donkere wolken trokken samen in een dreigende lucht. Zoals wel vaker was het Schotse weer plotseling omgeslagen. Matt besloot aan zijn terugtocht te beginnen en hoopte dat hij voor de eerste regen binnen zou zijn, al wist hij dat die kans niet erg groot was. Langzaam stond hij op van de glibberige rotsen en huiverde even. De kille wind drong door zijn jas en trui heen en bezorgde hem kippenvel. De zee was ruig geworden en de golven beukten tegen de rotsen. Voorzichtig zocht hij zijn weg, voorzichtig zodat hij niet uit zou glijden. Hij wist als geen ander hoe gevaarlijk dat kon zijn.

Dit artikel is geschreven en/of geplaatst door: Christien Romp © Schrijverspunt
 

Winnaar 1e ronde : Carla Engelen - In naam van de Vader

Schrijf jouw kort verhaal

Gebruikerswaardering: / 38
LaagsteHoogste 
Als ik de krant openvouw, worden mijn ogen naar een bericht op de voorpagina getrokken. Vol ongeloof lees ik de tekst onder de opvallende kop. Ik knipper een paar keer met mijn ogen en lees het artikel nogmaals. Langzaam dringt het besef tot mij door dat de kracht van de stilte eindelijk doorbroken is. Wat jarenlang gedoogd werd en voor de buitenwereld geheim moest blijven, is nu open en bloot, voor iedereen leesbaar, op papier vereeuwigd. Dit is het moment waarop ik zo lang gewacht heb.

De vreugde die langzaam mijn hart doordringt, zoekt nog onwennig een weg om zich te uiten, als het gewonde kind plotseling aan mij verschijnt. Verdrongen gebeurtenissen forceren een uitweg, op zoek naar de zo lang begeerde vrijheid. Schaamte en schuldgevoel liften mee op hun weg naar buiten. Tegen alle innerlijke afspraken in zie ik ineens de ongecensureerde film van mijn verleden. Beelden blijven stromen als een kolkende watermassa die alle weerstanden op zijn weg meedogenloos verwoest.

Dit artikel is geschreven en/of geplaatst door: Rainier Knieper © Schrijverspunt
   
Share to Facebook Share to Twitter Share to Linkedin Share to Myspace 
Wat is Schrijverspunt? * De Schrijversplek * Servicedesk * Lezerspunt * Clusteruitgeverij Schrijverspunt * Contact * Adverteren * Links * Partners
Disclaimer: We hebben ons ingespannen om auteursrechtvrij materiaal te gebruiken of anders van beelden en teksten auteursrechthebbenden te benaderen. Mocht u niettemin recht kunnen doen gelden op gebruikt materiaal, mail dit dan meteen aan Schrijverspunt.nl, zodat wij het materiaal meteen kunnen vervangen of verwijderen. Teksten en beelden op deze site zijn auteursrechtelijk beschermd - overname alleen met schriftelijke toestemming. � Copyright 2012 Schrijverspunt.nl, All Rights Reserved.