|
Haar verschijning markeert het begin van lente Ze staart, me aan vanuit het verborgene dat zich genereus offreert Ze gebaart, te wachten en wijst naar iemand achter haar die wegloopt en weer nadert Ze wendt zich af Het is een lichte dag lichter dan mijn ogen velen Zoals een lentedag moet zijn Geuren van ontluikend Smaken van hoop Beweging van groei Zindering van zintuigend Zoals een lentedag moet zijn Waarschijnlijk hebben we elkaar echt gezien |
|
Suikerspinboom in mijn tuin vol, roze en open. Kleurig welkom na de dorheid van de winter.
Je takken: eerst kaal en puur in de lucht. Ik keek door je heen naar de grauwe dode winter.
Na het forsythiageel, zo fel, kom jij; je twijgen drachtig van prachtig nog open te barsten zoetroze suikerspinschuim.
Suikerspook roze bloesem van kers. Mijn asem blaast een spook van spinnende suiker. Spookasem.
Zachtjes val je uiteen, bloesemblaadjes dwarrelen behoedzaam in het nog ongemaaide frisse groen. Als paddenstoelstippen zoenen ze het kussen van gras.
Het sneeuwt in de lente suikerspinroze vlokjes in mijn tuin. Prunus, bloeiende kers, suikerspinboom in mijn tuin. |




