Welkom op de schrijverspaginaOp deze pagina kunnen leden van Schrijverspunt gratis een eigen pagina maken. Handig als je nog geen eigen website hebt en een extraatje om jezelf en je werk voor te stellen aan o.a. de bezoekers van Schrijverspunt. De inhoud van je pagina is zelf te bepalen, maar we accepteren geen discriminerende of respectloze teksten. Verder zijn teksten en/of banners die duidelijk herkenbaar zijn als commercieel niet toegestaan. We zullen deze dan ook verwijderen. Verder hopen we dat je er een voor de bezoeker aantrekkelijke pagina van zult maken.
|
De gemaakte schrijverspagina is ook terug te vinden bij je profiel op Schrijverspunt. Onder elke persoonlijke pagina staat het websiteadres van de pagina, zodat anderen je ook weten te vinden. Inactieve pagina's verwijderen we na en maand.
Fragment uit mijn eerste boek 'Bonfire - de chaos regeert':
“De politie tast nog in het duister over wat er zich deze avond precies heeft afgespeeld in Angerlo.” Zei een verslaggever op de radio.
“De politie tast helemaal niet in het duister,” zei Pieter Schaap hardop in zijn auto. “Ik rij hier verdomme met groot licht aan!”
Er was weinig verkeer op de provinciale weg naar Angerlo, zodat Pieter met hoge snelheid kon rijden. Volgens de navigatie was het nog zeven minuten tot het dorp, maar Pieter verwachtte dat hij er op dit laatste stuk nog twee minuten af zou rijden. De aankomsttijd was al met een kwartier teruggelopen sinds hij was vertrokken uit Amsterdam.
In het afgelopen uur was er steeds meer informatie naar buiten gekomen over wat er was gebeurd en Pieter verwachtte dat de gebruikelijke tv-programma’s ondertussen al waren onderbroken voor extra nieuwsberichten. Tussen Amersfoort en Ede was hij al opvallend veel tv-busjes gepasseerd die zich, net als hijzelf, naar het Oosten spoedden en waarschijnlijk waren de eerste verslaggevers van de lokale omroepen al aanwezig.
Pieter zag dat er een ambulance met zwaailichten op hem af kwam rijden vanuit de richting van het dorp. Hij doofde zijn groot licht en passeerde de ambulance zonder vaart te minderen.
Hij wist dat de situatie inmiddels voorbij was, maar toch vond hij het frustrerend om nog niet ‘op de grond’ aanwezig te zijn. Op de radio hoorde hij ondertussen hetzelfde verslag als een half uur geleden.
“Wat we op dit moment weten is dat er ongeveer twee uur geleden een grootschalige vechtpartij is geweest in het plaatsje Angerlo vlakbij Arnhem en dat daarbij verschillende gewonden zijn gevallen. Deze berichten zijn nog niet bevestigd door de politie, maar ooggetuigen melden dat er auto’s en woningen in brand zijn gestoken en dat er willekeurige mensen op straat zijn aangevallen.”
Pieter zag nu in de verte het dorp voor zich liggen.
Boven het dorp cirkelden twee helikopters die met zoeklichten de omgeving onderzochten. Er lag een oranje gloed over het dorp en hij zag dat er rook opsteeg uit de huizen. Op zijn telefoon kreeg hij een oproep binnen, dus hij zette de radio zacht en ging onbewust langzamer rijden.
“Met Pieter”
“Pieter, met Harm. Ik ben zojuist op kantoor aangekomen.”
“Mooi,” zei Pieter tegen zijn collega Harm Bouman. “Ik ben zelf over drie minuten in Angerlo. Is de rest er al?”
“Robbert is onderweg en ik verwacht dat hij elk moment binnen kan komen. Evert heb ik nog niet kunnen bereiken.”
“Ok, blijf het proberen,” zei Pieter, terwijl hij terugschakelde voor een verkeersdrempel. Hij naderde de rand van het dorp en zag dat het daarbinnen wemelde van de zwaailichten. Waarschijnlijk was iedere ambulance, brandweer- en politiewagen uit de omgeving hierheen gekomen.
“Wat heb je voor me?” Vroeg Pieter over de telefoon, terwijl hij het dorp in reed.
“We hebben tot nu toe vijf verdachten opgepakt, die inmiddels zijn overgebracht naar Arnhem. Het zijn geen bekenden van ons.”
“Vijf maar?” vroeg Pieter.
Hij had een veel hoger getal verwacht.
“Dat is wat ik heb begrepen,” zei Harm. “Misschien worden het er later nog meer, maar het lijkt erop dat de meeste verdachten al weer waren verdwenen toen de eerste eenheden ter plaatse kwamen.”
“Slachtoffers?” vroeg Pieter.
“Er zijn twintig zwaargewonden binnengebracht in de ziekenhuizen in de omgeving, waarvan er twee in kritieke toestand zijn.”
Pieter schrok van dit aantal, maar hij zei niks terwijl hij de dorpsstraat in reed. Hij zag dat de straat vol glas lag en geblokkeerd werd door twee wagens van de brandweer. Hij keerde zijn auto en ging op zoek naar een plek om te parkeren.
“Volgens ooggetuigen zijn de gewonden bewerkt met knuppels, stokken, stenen en messen. Er zijn meerdere lichtgewonden die op tijd weg konden komen. Het lijkt een wonder dat er geen doden bij zijn gevallen.”
Pieter zette zijn auto op een grasveld naast een politieauto van het korps Gelderland-midden
en bleef aan de lijn. Hij was in zijn werk gewend geraakt aan dit soort vormen van buitensporig geweld. Als er iemand was die wist hoe hij met een dergelijke situatie om moest gaan, was Pieter het wel, maar hij was toch nog geschokt door wat hij hoorde en door wat hij nu voor zich zag. Dit soort geweld kwam meestal niet in rustige woonwijken voor.
“Ok,” zei Pieter, terwijl hij probeerde de slachtoffers uit zijn hoofd te zetten en op een objectieve manier naar de feiten te kijken, “heb je al enig idee over de daders?”
“Ik heb nog niks kunnen vinden bij de voetbalclubs in de regio. De websites van de grote clubs uit de eredivisie laten ook geen opvallende activiteit zien. Ik zie Robbert nu net binnen komen, ik zet je op speaker.”
Pieter hoorde een deur dicht gaan en een andere stem zei over de telefoon “Hallo Pieter, Robbert hier.”
“Dag Robbert. Ik ben net in Angerlo aangekomen, Harm praat je zo wel bij. Ik zie een hoop schade om mij heen en er is veel materieel aanwezig. Afgezien van de schade is er geen spoor van ongeregeldheden. Het lijkt er niet op dat er nog daders aanwezig zijn.”
Pieter was regelmatig in dit soort situaties terecht gekomen en meestal ging de hulpverlening er wat chaotischer aan toe. Dan waren er nog kleine groepen relschoppers en toeschouwers aanwezig, die elkaar op onverwachte momenten weer te lijf konden gaan.
Pieter gaf leiding aan een klein team dat zich gespecialiseerd had in georganiseerd voetbalgerelateerd geweld en dat was ook de reden dat Harm hem had gebeld toen een uur geleden de eerste berichten in het nieuws kwamen. Het team van Pieter coördineerde de landelijke aanpak van supportersgeweld door informatie te verzamelen van informanten bij de harde kernen van alle grote clubs. Pieter zelf was in zijn begintijd bij de Amsterdamse politie nog geïnfiltreerd bij een van die harde kernen (een wereld waarin Pieter door zijn brede bouw en onbehouwen gedrag niet meteen uit de toon viel als de politieagent die hij eigenlijk was). Hoewel het al jaren geleden was dat hij dit zelf deed, beschikte hij en zijn team toch nog over een uitgebreid netwerk in die wereld.
Na de rellen in Beverwijk was Pieter zich meer gaan richten op het monitoren van internetfora en websites en had hij zijn aandacht ook gericht op andere gewelddadige groepen buiten de voetbalwereld. Hij had een klein team van jonge agenten om zich heen verzameld, die min of meer buiten de bestaande politieorganisatie opereerden. De agenten waar hij leiding aan gaf waren in de afgelopen jaren geïnfiltreerd in diverse digitale groeperingen, waar ze actief deelnamen aan de discussies, zonder dat de andere deelnemers door hadden dat zij van de politie waren.
Het was al lang geleden dat Pieter met een dergelijk grote geweldsuitbarsting te maken had gekregen en het feit dat zijn team dit niet aan had zien komen, baarde hem grote zorgen. Hij verwachtte dat hij later deze week onder vuur zou komen te liggen als zijn leidinggevenden er achter kwamen dat zijn team gefaald had, maar daar maakte Pieter zich nu nog geen zorgen over. Hij wilde eerst uitzoeken wat er precies was gebeurd.
“Enige signalen van extreemrechts?” vroeg Pieter aan Harm en Robbert.
“Ik heb onze man net gesproken toen ik naar kantoor reed,” antwoorde Harm, “maar hij zegt dat zij het niet waren. Hij klonk in ieder geval net zo verrast als wij, maar dat moet ik later controleren.”
“Links-radicalen?” vroeg Robbert over de telefoon. Pieter en zijn team hadden een lijst met de ‘usual suspects’ als het om dit soort gebeurtenissen ging en ze namen deze lijst nu samen door. Pieter kon er nooit helemaal zeker van zijn, maar hij verwachtte dat zijn team op de hoogte was van zo’n 90% van de meest gewelddadige groeperingen in het land en dat ze met enige zekerheid konden zeggen wanneer er iets belangrijks te gebeuren stond. Het stoorde hem dat ze niks hadden gemerkt van de voorbereidingen van deze gebeurtenis. Blijkbaar bestond er een groep die niet op hun lijst voor kwam.
“Ik kan niks met zekerheid zeggen over links,” zei Harm. “Ik heb nog geen tijd gehad om daar naar te kijken.”
Pieter dacht na over wat er op dit moment de meeste prioriteit had en kwam snel tot een globale aanpak.
“Goed, plan de campagne,” zei hij over de telefoon tegen zijn collega’s. “Ik ga hier op de grond kijken wie de leiding heeft en informatie verzamelen.”
“Ik verwacht dat de burgemeester van Zevenaar inmiddels al aanwezig is,” antwoordde Harm.
“Marquette Frye. Hij is 67 jaar en nu vijf jaar burgemeester van Zevenaar. Als hij er niet is, zal de politie wel de leiding hebben.”
Blijkbaar zaten Harm en Robbert achter een computer, want Pieter verwachtte niet dat Harm uit zijn hoofd zou weten hoe de burgemeester van Zevenaar heette.
“Harm, ik wil dat jij onze informanten spreekt, te beginnen met links: de Anti Fascistische Actie, andersglobalisten en dierenactivisten. Daarna supportersgroepen, vooral in de regio Arnhem-Nijmegen en bel ook naar onze collega’s bij de Bundespolizei.
En zoek uit waar Evert Drost zit.”
Pieter ging er van uit dat er ergens in hun netwerk of op het internet informatie te vinden was over deze gebeurtenis. En als dat zo was, dan zou Harm die informatie vinden.
“Robbert, jij neemt contact op met de politie in Arnhem. Ik wil dat je informatie opvraagt over de daders en de slachtoffers, te beginnen met de mensen die zijn opgepakt. Als ik ze later vanavond voor me zie wil ik weten wie ze zijn, waar ze vandaan komen, hoe hun overgrootmoeder heette en hoe goed ze kunnen strijken. Ik bel jullie weer zodra ik hier meer te weten ben gekomen.”
Pieter deed zijn portier open en rook meteen de brandlucht om hem heen.
Terwijl hij uitstapte en om zich heen keek, zei hij nog: “Oh, en jullie mogen mijn espresso-apparaat gebruiken. Dit zou nog wel eens een lange nacht kunnen worden.”
Je eigen schrijverspagina?
Schrijverspagina's
-
Jannie Harmsen
21.05.2012
Vastgeplakt....Welke stommerik heeft er lijm in de container gesmeten?! -
Rainier Knieper
20.05.2012
Verstoppertje7....8....9...1 0... Ik kom!!
|
RECENT MEEST GELEZEN:
|










23 april De Boekendag! : gratis eboek