![]() |
Schrijvers aan het woord Bij Schrijverspunt komen schrijvers aan het woord. Gewoon een manier om kennis te maken met de schrijver zelf, zijn of haar manier van schrijven en/of het resultaat daarvan.
Ook als schrijver aan het woord komen op Schrijverspunt? Klik hier en we geven je wat meer informatie.
Door de auteurs geschreven teksten worden niet gecorrigeerd/geredigeerd door de redactie.
|


Als kind hield ik al van de muziek van de Beatles en ik weet nog dat mijn vader mij verraste met het grammofoonplaatje I want to hold your hand. Ik was toen een jaar of tien. Later zat ik in bed de tekst van Yesterday te vertalen toen ik bronchitis had, twee woorden kende ik niet: as though, maar dat deerde me niet want de rest begreep ik wel, terwijl je toen op de lagere school geen Engels kreeg, maar Frans.
Op jongere leeftijd was Isabella het gezicht van een bekende cosmeticafabrikant. Ze was toen beeldschoon. Zo wilde ik er ook uitzien, maar geen enkele make-up kan mij dat gezicht geven, hoezeer ik het ook waard ben.
Eigenlijk schrijf ik al heel lang, sinds mijn tienertijd. Toen hield ik dagboeken bij en eenmaal een twintiger geworden wijdde ik me aan zowel proza als poëzie. Intussen volgde ik naast mijn studie Engels de LOI cursus Nederlandse Letterkunde. Tijdens mijn werk als stewardess bij de KLM schreef ik stukjes voor het personeelsblad De Cabine. Schrijven blijkt voor mij een manier te zijn om me te uiten, om mijn gedachten, een vooral ook gevoelens, te ordenen.
Helaas gun ik mezelf geen vaste tijden voor het schrijven, dat wil maar niet lukken. Omdat, zoals ik vroeger al eens genoteerd heb, ‘het leven er altijd tussen komt’. Ware dat niet zo, dan had ik nog veel meer geschreven. Nu gaat het altijd tussen de bedrijven door, met de nodige onderbrekingen als manlief mij vraagt of ik een kopje thee wil of als de honden aandacht vragen. Zo is er altijd aan afleiding het hoofd te bieden. Wat mij het schrijven ook belemmert is vaak de twijfel, op zich een goede eigenschap, mits die niet gaat overheersen. Maar vooral het gebrek aan rust en stilte.
Intussen heb ik twee boeken in eigen beheer uitgegeven: Een nobel hart en Mooie bange ogen. Een derde boek, een wat luchtig, maar toch doorvoeld verslag van een Weekendje Weg, komt binnenkort, hetzij bij een uitgever, hetzij in eigen beheer, onder die titel op de markt.
Op mijn eerste twee boeken heb ik veel positieve reacties ontvangen, echt mooie reacties die mij ook goed doen. Dat voelt als erkenning. Hoe ik mijn toekomst zie als schrijver, tja, wat moet je daarop zeggen? Ik hoop dat meer en meer mensen mijn werk zullen gaan waarderen en vooral dat ze er iets in vinden, troost of begrip of gewoon herkenning als mens. Dat zou mooi zijn.
Ik hou van autobiografisch werk. Op dit moment lees ik The Fry Chronicles (van Stephen Fry) en Dear Fatty van Dawn French. Ook de verhalen van mensen die in Zuid-Europa zijn gaan wonen, zoals Carol Drinkwater en Chris Stewart spreken me aan, dat zijn niet alleen leuke belevenissen, ze zijn ook mooi opgeschreven. Engels werk lees ik in het Engels, dat is het mooist. En tv-persoonlijkheid Alan Titchmarsh is niet alleen een leuke man, hij schrijft ook leuk. Verder spreken klassieke romans, zoals die van Jane Austen, me aan en ik kijk net zo graag naar de verfilmingen ervan. Dat zijn prachtige kostuumdrama’s met subliem acteerwerk.
Wat de Nederlandse literatuur betreft lees ik graag boeken van Renate Dorrestein en Anna Enquist. Joost Zwagerman vind ik ook een goede schrijver, vooral zijn boekenweekgeschenk 2010, getiteld Duel, over de wereld van de kunst, vind ik meesterlijk. Jan Siebelink heeft me met zijn boek Mijn leven met Tikker aangemoedigd door te gaan met het schrijven van Een nobel hart. Zijn andere werk wil ik zeker nog verder verkennen.
En ach, nu zou ik toch bijna een zeer geliefd schrijver vergeten: Maarten ’t Hart, zijn beste boeken vind ik Onder de korenmaat en Dienstreizen van een thuisblijver. Dat vind ik echt genieten, ik beleef het mee en ik begrijp het. Het werk van Jan Wolkers raakt mij ook, door zijn manier van schrijven, oprecht en intens, hoewel ik soms zijn uiterst plastische beschrijvingen niet verdragen kan. Simon Carmiggelt vond ik een meester in het beschrijven van niet alleen types, maar vooral de menselijke tragiek. Zoals Willem Elsschot dat ook deed in Het Huwelijk. Mooi, maar wrang en onontkoombaar als het leven zelf.
Mocht ik iets van deze schrijvers in mij hebben, dan zou ik dankbaar zijn.
Klik hier om naar haar boek te gaan.









