![]() |
Columns Ook zin om een keer, als gastcolumnist, een column voor Schrijverspunt te schrijven? Klik hier!
We plaatsen de ontvangen column, indien door de redactie geschikt geacht, op basis van volgorde van binnenkomst. Een (gast)column wordt, zo nodig, door de redactie geredigeerd in overleg met de auteur.
|
Meedoen aan Six Word Stories? * Als schrijver aan het woord? * Gedicht over een van de seizoenen lezen of schrijven?
Houd er rekening mee dat er een vrij lange wachtlijst is. Dat betekent dat jouw column pas over een aantal maanden aan de beurt zal zijn. Om die reden publiceren wij geen columns die betrekking hebben op de actualiteit.
Jannie Harmsen
De lente bewaart wat voor later.
15 mei 2012
JanSluimer
Regenwater geeft kleur aan de planten.
11 mei 2012
peter minten
Regenvlagen gijzelen het vlakke land. Terreurweer?
10 mei 2012
Boektrailer:
Bastiaan Jan Buitendijk
Na een flinke bui werd het toch nog aardig weer tussen de bewolking door. Af en toe zon, niet te warm, echt doe-weer. Na de lunch met kippevel op het thuisterras besloten we de tuin vandaag te laten voor wat-ie was en een kijkje te nemen bij het stoomfestival. Het werd een ogenblik, want als je twee keer zo’n festival bezocht hebt, worden alle volgende wel erg voorspelbaar. Net als oude stijl jazzfestivals, waar elk jaar dezelfde bandjes dezelfde dixielandmuziek spelen, compleet met wippende paraplue’s en een besnorde banjospeler met kleurige bretels.
Niettemin, als babyboomer neem je je verantwoordelijkheid en laat je de Euro’s ritselen. Wij hebben in deze tijden van economische crisis een voorbeeldfunctie, nietwaar.
Het festival voldeed aan al mijn verwachtingen. Het evenement wordt gedragen door bejaarde Engelse heren met grijze baardjes, zilveren brilletjes en kale kruinen. Door de week struinen ze door de gangen van universiteitsgebouwen in Oxford en Cambridge, zeulend met vergeelde dossiers. De nerds van toen. Hun gedachten mijlenver weg en zich niet bewust van tegemoetkomende wandelaars. Hun taak zit er bijna op, want de volgende generatie smeerpoetsen dient zich aan om het kooltje over te nemen. Ze zijn herkenbaar aan zwarte jasjes, boeren zakdoeken, leren petjes en grote brandweermannensnorren. Die twee generaties hebben iets heel belangrijks gemeen. Zwarte vegen rond hun pretoogjes. De passie voor hun hobby straalt er af en dat is het enige dat telt.
Na wat rondgewandeld te hebben langs allerhande stoomhijgers, memorabilia en een veld vol miniatuur stoombouwsels, dat me deed denken aan een industrieterrein voor kabouters, hadden we het wel gezien. Het half uur slenteren was immers niets meer of minder dan een excuus om geld uit te gaan geven op een terras in de zon. Dat we onderweg nog een boot tegen kwamen, die op zijn stoomorgel ‘Foxy Foxtrot’ over het water galmde, was mooi meegenomen.
Omdat we onze generatie niet wilden stigmatiseren door meteen een rosé’tje te bestellen,neemt Flimmy een cappucino en ik een Cola. We gaan er eens lekker voor zitten. Mensen kijken op een terras; is er iets leukers? En ja hoor, ze zijn weer allemaal voorbij gekomen.
De grijze duif met z’n beige windjack en Bristol schoenen, hand in hand met het uitgegroeide permanentje in een Zeemanjurk. Pa en moe met de kunstgouden kettingen, beiden gehuld in campingsmoking met als extra attracties de oorbel voor hem en de hoogblonde hooiberg voor haar. Hun achtjarige zoontje met stekels en een matje op veilige afstand erachter, pronkend met een poareltje in zijn linker oor. Niet veel later komt er een Gothic stel in hun mystieke zwarte spijkerbroeken met mega wijde pijpen en zilveren kettingen voorbij. Hun verliefdheid verbergend om vooral het plaatje niet te verstoren. Men mocht eens denken dat ze gelukkig zijn.
Een rosé’ tje (toch maar) verder valt mijn oog op een beeldschoon meisje dat heupwiegend op haar stilleto’s mijn blikveld binnen fladdert. Mooie benen, denk ik. ‘Jammer van die lelijke puist,’zeg ik tegen Flim, die over haar glaasje meegluurt. Als het meisje dichterbij komt, zie ik dat het een piercing is. Ze wordt er niet mooier van. Die puist krijg ik niet meer van mijn netvlies. Ik ben haar snel vergeten als ik een bejaarde op een scootmobiel zie, die ternauwernood een voetganger weet te ontwijken. De bestuurder had hem niet gezien, het bijna-slachtoffer had het electromotortje niet gehoord. Ik neem me voor om –mocht het ooit zo ver komen- een V8 met open uitlaten in de mijne te monteren. Iedereen hoort je van verre aankomen en een wheely in een winkelcentrum is helemaal mijn ding (zeg maar).
Onderweg naar huis nog even naar de supermarkt geweest. Bij het parkeren herkende ik een andere festivalganger, toen iemand vlak voor zijn neus een plaatsje inpikte. De stoom kwam nog uit zijn oren. Ik ken mijn plaats en wacht meestal buiten, voorbij de kassa’s, zodat ik galant kan helpen met inpakken, zonder eerst achter zo’n karretje aan te hoeven sjokken. Ik weet niet wat me vandaag bezielde, maar voordat ik het wist liep ik langs de schappen, er op bedacht dat ene Harry plotseling als een heliumballon op me af zou komen zweven. Het viel mee, Harry had een vrije dag. Opgeroepen door een bos worteltjes werd mijn concentratie nog even verstoord door een visioen van oranje, scheten latende pluizige wormpjes met de naam Ruftjes.
Berustend in mijn rol slenterde ik met een neutrale blik en een lulletje rozewatergevoel achter Flim aan. Je moet haar niet lastigvallen op zo’n moment, dus drie meter leek mij een veilige afstand. Toen de eerste etappe van haar hamstertocht er op zat en zij haar mandje even op de grond zette, greep ik mijn kans. Met de snelheid van het licht kwakte ik twee stukjes Franse kaas, een zak cheese & onion chips en twee flessen Pinot Grigio tussen de verplichte kost.
Teruggekomen schonk ze mij die vertrouwde glimlach. Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Tevreden slof ik nog een kwartiertje achter haar aan en bij het inpakken en naar de auto lopen toon ik mijn charmantste kant. Ze lacht en ik krijg een zoen op mijn festivalwang. Vet en zwart van het roet.
Onderweg in de auto heb ik het helemaal gedaan. ‘Verdorie, ik ben de mais voor de dadar djagoeng vergeten. Jouw schuld. Als je mee naar binnen gaat loop je me altijd zo op te jagen dat ik de helft vergeet.’ De hele weg naar huis lijd ik in stilte.
.
Bastiaan Jan Buitendijk © www.debuutroman.nl

Dit artikel is geschreven en/of geplaatst door: Bastiaan Jan Buitendijk © Schrijverspunt
Plaats reactie
| Citaat: |
Boektrailers op Schrijverspunt
Er zijn 29 gasten online












